EEN STERKE KRACHT

IK herinner me het betreffende CPN-congres nog goed. Zodra Marcus Bakker het woord nam was de congreszaal altijd goed gevuld, maar dit keer was daarvoor een speciale aanleiding....

Afgelopen tijd heeft vooral Paul Scheffer via zijn columns in NRC Handelsblad gepleit voor hernieuwde aandacht voor onze nationale identiteit. Zijn pleidooi is niet onweersproken gebleven (zie bijvoorbeeld Koen Koch in Forum van 18 februari). Nu de discussie weer is opgelaaid, is het aardig de overwegingen van Marcus Bakker nogmaals voor het voetlicht te brengen.

De nationale identiteit is volgens Bakker in de historie een sterke kracht gebleken. Deze overtuiging ging terug op twee voor hem cruciale ervaringen. In de Tweede Wereldoorlog bleek de nationale identiteit meer nog dan het antifascisme de verbindende schakel in het verzet tegen de Duitsers. Zijn ervaringen met het internationalisme in de communistische beweging sterkte hem in die overtuiging. Dat internationalisme was immers een schaamlap voor het misbruik van deze beweging ten bate van het machtigste lid. Nationale belangen winnen het van internationalistische idealen. De nationale identiteit was daarom voor Bakker een sterke kracht, die beter voor je kan werken dan tegen je.

De CPN is inmiddels veilig opgeborgen in stoffige archieven. Dat maakt de overwegingen van Bakker echter niet minder relevant. Het internationalisme is ook vandaag in brede kring populair. Wij dromen van een machtsvrije wereld met gelijkwaardige wereldburgers zonder nationale grenzen. We offeren onze nationale identiteit daar zelfs graag voor op, althans zo lijkt het.

Om die reden verafschuwt Koen Koch Scheffers pleidooi voor een debat over de nationale identiteit. Zo'n debat leidt volgens Koch slechts een proces van insluiting en uitsluiting in. Dat verstoort zijn droom over een wereld zonder grenzen. Dat bezwaar lijkt me rijkelijk naïef. In werkelijkheid is uitsluiting nu al de dagelijkse praktijk van het vreemdelingenrecht. En hoewel we dat liever niet willen weten, is dat onvermijdelijk. Zonder uitsluiting geen verzorgingsstaat, zie mijn eerdere column over 'Grenspaaltjes'.

Ook tal van populaire beleidsanalyses lijken er bij uitstek op gericht onze nationale identiteit te relativeren. Zo zou het gezag van het nationale parlement aan twee kanten worden uitgehold, van onderen door de stedelijke regio en van boven door de Brusselse bureaucratie. Toch leert de ervaring dat alleen het nationale niveau een democratische legitimatie voor verstrekkende besluiten kan verschaffen. De opkomst bij de diverse verkiezingen laat daar geen twijfel over bestaan, en dat geldt beslist niet alleen in Nederland.

Niet alleen uit formele regels en politieke identificatie spreekt de nationale identiteit. In het dagelijks economisch verkeer spelen normen een grote rol. Normen bepalen hoe wij optreden in conflicten en hoe wij functioneren in organisaties. Ons corporatistisch systeem van loonvorming functioneert bij de gratie van die normen. Ondanks alle kritiek werkt dat systeem zo slecht nog niet. Die normen verschillen sterk van land tot land. In de Verenigde Staten is ons systeem van loonvorming ondenkbaar. Onze normen zijn dus een deel van onze nationale identiteit.

Mijn grootste probleem met Scheffers oproep voor een debat over onze nationale identiteit is dat ik me er niets bij kan voorstellen. Een debat tussen politici over gemeenschappelijke waarden? Dan krijgt Koen Koch gelijk: een Poolse landdag, met tal van waarden, behalve gemeenschappelijke. Het gaat anders. De nationale identiteit is de vrucht van een compromis dat generatie na generatie vorm krijgt (de zin is van Scheffer). Een debat dient vooral om dat compromis minder laatdunkend te beschouwen dan thans gebruikelijk is.

De rol van politici in dit debat is dus beperkt, maar soms verbaas ik me. In zijn nieuwjaarsartikel in ESB schreef Geelhoed (de secretaris-generaal op EZ) dat Duitsland en Engeland de vormgeving van de sociale zekerheid in Europees verband wilden bespreken. Geen van de 150 Tweede-Kamerleden heeft zijn vinger opgestoken om voor de hand liggende vragen te stellen. Waarom is een discussie op Europees niveau wenselijk? Waarom is het subsidiariteitsbeginsel (dat ieder land voor zover mogelijk zelf beslist) hier niet van toepassing?

Is dat nu ons nationale parlement, dat op een zo gevoelig punt zo maar andere landen laat meebeslissen? Dan is het met onze nationale identiteit inderdaad treurig gesteld.

Met die verbazing sluit ik af. Drie jaar heb ik op deze plaats columns geschreven. Mijn verbazing gold vaak de waan van de dag. Ik stop er mee. Wie weet pak ik de draad later weer eens op. De tijd zal het leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden