Een stem van alle tijden

Twintig jaar zingen. Twintig jaar recht. Beide perioden zijn Corry Brokken even lief. Wel realiseert ze zich dat ze misschien wat nonchalant met haar zangtalent is omgesprongen....

'Publiek is onbeleefd, het is eropuit je pijn te doen', vertelde ze in 1960 aan Bibeb. Ze had er toen drie Eurovisie Songfestivals op zitten, en was inmiddels bejubeld en verguisd. 'Ik houd 't vol door het heel link in te kleden. Het is heel erg dom als je te veel te zien bent.'

Een wijsheid die Corry Brokken (62) - tegenwoordig mr C.M. Meijerink-Brokken - goed in haar oren knoopte. Pas vorige maand stond ze, voor het eerst sinds ze in 1976 het Songfestival presenteerde, weer voor de televisie-camera's, tijdens het Grand Gala du Disc. 'Ik heb me voor de gelegenheid in het zwart fluweel gehesen. Ben ik genomineerd, vroeg ik tevoren, of is het van: hieperdepiep ik krijg die prijs ook?'

Uit handen van Willem Duys ontving ze zelfs een Ere Edison. De avond was, zegt ze, een feest van aandacht en complimenten. Bijpraten met de collega's uit het verleden, kennismaken met de mensen van nu: Frits o-ja-van-de-radio Spits en Marco Borsato. 'Ze vonden het enig dat ik er na al die jaren weer wàs. Ik ben in de tussentijd een ander mens geworden. Er zit, zal ik maar zeggen, meer tussen de oren. En ik ben een stuk toegankelijker dan vroeger.'

Eindelijk wil ze praten - voor het eerst in twintig jaar een interview met een dagblad. Een lange reeks telefoontjes ging daaraan vooraf, en, toen een afspraak gemaakt was, een afzegging. Uit de brief van toen: 'Zeker in mijn huidige beroep dien ik publiciteit, die rechtstreeks mijn persoon en vroegere carrière betreft, te vermijden. Minder deftig gezegd: ik werd al bij voorbaat doodnerveus van het gezeur en de kritiek die wellicht zouden komen.

'Nu wil ik me niet langer verstoppen. Als er zo lang zo veel over je gezwamd is, wil je zelf ook wel eens je zegje doen.'

De schrik zat er goed in. Toen Brokken in 1974 een eind maakte aan haar succesvolle zang- en televisie-carrière om rechten te gaan studeren, werd ze belaagd door vriend en vijand. De pers bestookte haar met vragen over haar plotselinge besluit, over de scheiding van theaterkoning René Sleeswijk, over de opbloeiende liefde voor Jan Meijerink, met wie ze later zou trouwen en, in Laren, een advocatenkantoor zou beginnen.

'Ik deed economie-tentamen en liep, omdat ik het nog eens wilde overdoen, voortijdig de collegezaal uit. Stond er een dag later in de krant dat ik niets haalde omdat ik te dom zou zijn.' Hoogleraren werden thuis opgebeld, roddelrubrieken meldden dat ze haar studie wel kon vergeten. 'Nooit heb ik me zo vernederd en gekwetst gevoeld als in die tijd. Ik hou van gezelligheid en drukte, maar ik sloot me steeds meer op. Ik vereenzaamde.'

Haar bul haalde ze in het geheim op, en ook later, toen ze advocaat, rechter-plaatsvervanger en ten slotte, in 1990, rechter werd in de arrondissementsrechtbank van Den Bosch, meed ze fotografen en recepties. 'Misschien ben ik achteraf te schichtig geweest, ging ik te spastisch met de zo verlangde anonimiteit om. Ik ben ouder en wijzer geworden.'

Eind vorig jaar verbrak ze zelf de stilte. Toen verscheen, zonder trompetgeschal, de onlangs met de Edison bekroonde cd Corry Brokken - Net als toen, een hommage aan een onvergetelijke zangeres; 36 liedjes uit een ver verleden, zigeuner-, slaap- en liefdesliedjes, gouden successen als Mijn ideaal, De messenwerper, La Mamma en Milord, met teksten van Ernst van Altena, Seth Gaaikema, Willy van Hemert, Jelle de Vries, Martine Bijl.

Brokken wilde aanvankelijk niet, het was haar dochter Nancy die haar over de streep trok. 'Wat doe je, als je dochter die met die zangcarrière is opgegroeid, heel erg ziek is, toch de draad van het leven weer oppakt en je dan voorstelt om samen met haar zo'n cd samen te stellen? Omdat ze ziet hoe je altijd stráált als je met muziek bezig bent?'

Principes mogen soms gerelativeerd worden, conclusie van een uitermate verdrietige tijd. Nancy raakte als gevolg van een ernstige bloedvergiftiging blijvend gehandicapt. 'We dachten dat ze het niet zou redden. Maar ze is een grotere vechter gebleken dan ik dacht. Daar heb ik diepe bewondering voor. Nancy is nogal flegmatiek, ze is niet zo'n ambitieuze draufgänger als ik altijd ben geweest.'

Moeder en dochter zijn aan elkaar gehecht, op haar cd zingt Brokken haar enig kind (uit haar eerste huwelijk, met Cees See) geregeld toe. Blijf maar veilig hier, klinkt het teder, het sprookje van de boze wereld heet leven in vrede, de waarheid is honger en haat.

Willem Duys noemde haar een monument, Gerrit den Braber 'de beste Nederlandstalige zangeres aller tijden'. Maar Corry Brokken is, zeggen twintigers en dertigers, toch oud en voorbij of - in het beste geval - camp?

Toegegeven: de bezongen thema's zijn soms gedateerd en suikerzoet - wie filosofeert er nog over een snotmeid en een man met echt piratenbloed - maar de stem is van alle tijden. Die laat, ook nu nog, schrammen na in de ziel van de luisteraar. Soms klinkt die gekweld, soms boosaardig en rauw, dan weer zwoel of vederlicht - maar altijd glashelder en doorleefd. 'Ik hoor liever een acteur met een gebrekkige zangstem die me ontroert, dan een technisch perfecte stem die me koud laat.'

In de studio zong ze haar liedjes vaak in één keer in. Thuis oefende ze vooraf intensief met de orkestband. 'Elk trekje van de trombone, elk woord kende ik uit mijn hoofd. Ik ben altijd walgelijk perfectionistisch geweest - tot ergernis van anderen, ongetwijfeld.'

Als kind al droomde ze, in haar geboorteplaats Breda, van een grootse carrière. Zij, Corry Brokken, was een lange, dunne meid met een tamelijk arrogante kop. 'Wie zat er thuis als er carnaval werd gevierd? Ik, met mijn vriendin Joke, die viool studeerde.' Ze dook, bij kennissen, achter de vleugel, of luisterde naar Chopin en Brahms. Geld voor een opleiding aan het conservatorium, of zelfs maar pianolessen, was er niet. 'Ik had ambities die om financiële redenen niet waargemaakt konden worden. Maar ik verwachtte veel van het leven. Ik dacht alles te kunnen, de ideeën waren hoogdravend.'

Na een hoop mislukte baantjes vertrok ze op haar twintigste naar Amsterdam. Daar werd ze zangeres in het cabaret van Max Tailleur en het dansorkest van John Kristel. 'Ik was de stijve tut met degelijke schoenen die gepest werd door de muzikanten.' Ze was zelfs te bescheten om met een fan uit de zaal een glaasje jus te drinken. Uit een dagboek dat ze voor De Telegraaf schreef: 'Ik wilde een zangeres van standing worden en niet blijven zwemmen in deze nachtclubpoel, waarin al zoveel jonge zangeressen verdronken zijn.'

Ze zette door en kreeg haar kans: radio-uitzendingen met het Metropole Orkest, het Eurovisie Songfestival, gouden platen en, begin jaren zestig, twee seizoenen de Sleeswijk-revue. Daar ging ze, begeleid door overdonderend applaus, de show-trap af, omringd door glitter en veren, gesteund door Willy Walden en Piet Muyselaar. 'Van dikke lagen schmink en opgeplakte wimpers moest ik niets hebben. Maar mij werd uitgelegd dat die nodig waren, wilde je achterin de zaal ook nog iets voorstellen. Rita Reys zei ooit eens: jij bent de non uit de show-business.'

Brokken verlangde naar méér, ze verlangde naar inhoud. Een toevallige ontmoeting, in Londen, met Noel Coward was haar dierbaarder dan de bijverschijnselen van de roem. Ze droomde van kleinschalig cabaret, maar was al te veel van het grote werk. 'Voortdurend wilde ik aan mijn carrière schaven. Ik meldde me aan bij Wim Sonneveld, maar hij gaf me geen engagement. Hij zei: je bent te duur, Riek Schagen kost een tientje.'

Ze kreeg een contract voor een grote reeks televisie-shows, eerst bij de VARA, later bij de AVRO. En ging gaandeweg steeds nadrukkelijker op zoek naar de wereld àchter de schermen. Sprak met vertalers en technici, overwoog een regie-cursus te volgen. 'Ik had het gevoel dat ik een tamelijk oppervlakkig bestaan leidde. Graag wilde ik, geholpen door mijn talent om te zingen, iets vertèllen, in duidelijk Nederlands, zodat iedereen het zou begrijpen. Zoals ik het ook in mijn huidige vak niet in mijn hoofd zou halen om vanaf een hoge troon met Latijnse termen te smijten.'

De onvrede begon vooral te knagen in Duitsland, waar ze, na Catherina Valente, als populairste internationale ster werd gekozen. Ze maakte er begin jaren zeventig twintig grote televisieshows en ontving, als perfecte gastvrouw die haar talen vlekkeloos sprak, beroemdheden als Charles Aznavour, Hildegard Knef en Adamo. 'Maar ik was diep ongelukkig, eenzaam in mijn hotelkamer, verteerd door heimwee naar mijn dochter.' Haar echtgenoot smeedde intussen nieuwe plannen. 'Slees was behèkst van theater, een privé-leven was er niet bij.'

Contracten werden afgesloten, afspraken gemaakt, en Brokken kreeg steeds meer het idee dat ze buitenstaander in haar eigen leven werd. 'Hoe zal ik het zeggen zonder dat ik post mortem klappen uitdeel? Mensen moeten bij mij niet aan dwingelandij doen. Dan word ik dwars, gooi ik mijn kont tegen de krib.

'Ik was dòl op muziek en de geur van het theater, maar ik kreeg een steeds grotere hekel aan de toeters en de bellen. Het ging me allemaal zo tegenstaan, ik raakte zo verlamd dat ik ten slotte werkelijk geloofde dat ik niet meer van het vak hield.'

Toen ze hoorde van alweer een reeks televisie-shows voor de AVRO, en een nieuw imago dat voor haar bedacht was, haakte ze af. 'Ik was lichamelijk en geestelijk bèk-af. Ik ging naar Siebe van der Zee, de toenmalige AVRO-directeur, en zei: jij hebt een contract met mijn handtekening eronder, hang het maar op het toilet, want ik doe het niet.'

In stilte werkte ze toen al aan een colloquium doctum, nodig om toegelaten te worden aan de universiteit - Brokken volgde in Breda de mulo. 'Ik nam privé-lessen Latijn, in de kleedkamer zat ik de Gallische oorlogen te vertalen. Toen ik het colloquium gehaald had, dachten ze in mijn omgeving: zo is het mooi geweest, we kunnen weer over tot de orde van de dag. Maar ik dacht: nu gaat het pas beginnen.'

Slees, ik doe het niet meer, kopte de krant, en: Waarom u Corry Brokken nooit meer zult zien.

De laatbloeier studeerde, alle sceptische reacties ten spijt, binnen vijf jaar met goed gevolg af. Nu zit ze, als rechter, drie dagen per week in de strafraadkamer, waar in besloten zittingen over voorlopige hechtenissen wordt beschikt. Eens per maand 'zit' ze in de meervoudige kamer. 'Mensen hebben zo vaak tegen mij gezegd: wat zou ik dit ook graag gewild hebben. Dan denk ik: onzin, had het dan gedáán, of, trouwens, wat let je om het alsnog te doen. Het gaat om de vechtlust.'

Gruwelijke zaken krijgt ze soms voor zich, incest, verkrachting, geweldsdelicten - sommige verdachten hebben al jaren een strafblad. 'Zorgelijk vind ik dat wel, maar schrikken doe ik niet meer zo gauw. Het gaat me steeds beter af de zaken voornamelijk op hun juridische merites te beoordelen.'

De expressie van de zangeres tegenover de neutraliteit van de rechter: de verdachte die de rechtbank binnenwandelt, zou smelten als hij de Edelachtbare Vrouwe zou horen zingen. 'Ik straal als rechter geen emotieloosheid uit; maar de emoties mogen ook niet met mij op de loop gaan.

'Ik zocht in een psychiatrische inrichting eens een meisje op van wie de rechterlijke machtiging verlengd moest worden. Ze was dik, bleek, pafferig, uitgeblust; ze had, omdat ze ziek was, de behoefte zichzelf te beschadigen, en sprak tegen niemand. Haar enige passie was muziek. Ze luisterde naar Fragile van Sting, ik zei: mooi is dat, weet je wat het betekent? Fragile is fragiel, breekbaar, mensen zijn soms niet zo flink als ze lijken. Ze keek me aan, de tranen liepen uit haar ogen. Ze zei nog steeds niets - maar er was contact gemaakt.'

Muziek brengt - Brokken weet het als geen ander - soms een schok teweeg. 'Ik ben een gevoelsmens, het heeft me verbaasd dat ik al die jaren mijn emoties zo heb weten te beteugelen. Zodra ik met muziek bezig ben, word ik voor 200 procent op mijn gevoel aangesproken. Sinds ik voor mezelf heb vastgesteld dat muziek mijn enige hobby is en zal blijven, weet ik dat dat het zout in de pap is.'

Ze bladert door vergeelde knipsels - kreten van herkenning - en luistert, op verzoek, naar haar eigen cd. Het schaamrood vliegt haar naar de kaken. 'Ik hoor mezelf niet graag. Want ik zou het nu anders doen, soberder. Het klinkt soms zo keurig, zo schools. En lieve hemel, dat zeg je niet meer, je zegt tegenwoordig verdomme of voor mijn part shit.'

Hou je van 'm durft ze nog wel aan te horen. Ze zingt, breekbaar en ingetogen, ga je gang, je mag 'm houwen, want hij is geen man voor mij - maar je hóórt haar het tegenovergestelde denken. 'Zoiets hoef je niet te loeien, ik hou van die verstilling. Kon ik dàt nog maar eens op het toneel uitdrukken - dan zaten ze in de zaal toch best te huilen, misschien.'

Ze kan niet kiezen als ze moest kiezen. De twintig jaar zingen zijn haar even lief als de twintig jaar recht. 'Ik kan niet leven met de gedachte dat het rechterschap van een hogere orde zou zijn dan het talent om te zingen. Het maakt me kwaad als ik ervan verdacht word niet meer aan vroeger herinnerd te willen worden. Ik koos voor anonimiteit uit een grote behoefte aan rust - niet omdat ik op mijn zangcarrière neerkijk.'

De laatste tijd kruipt Brokken steeds vaker uit haar schulp. Ze woont in het Gooi maar zwerft graag door Amsterdam, stad van het grootstedelijke leven waar ze zo vaak naar terugverlangt. 'Hoewel ik er maar tien jaar heb gewoond, voel ik me meer Amsterdamse dan Brabantse. De tijd dat ik zwanger, met m'n dikke buik, door de Leidsestraat liep herinner ik me als een van de gelukkigste perioden uit mijn leven.'

De plekken van het verleden worden genoemd - woonhuis, café, terras - en de plaatsen die ze nog bezoeken wil: 'Ik wil binnenkort eens naar de iT, ik heb gehoord dat je er zo kunt lachen. Daar is tenminste wat aan de hand.'

Waar muziek is, zal Corry Brokken zijn. Zo vaak zat ze tandenknarsend in het theater, stikkend van ontroering als ze bijvoorbeeld Karin Bloemen hoorde zingen. 'Toen Barbra Streisand haar come-back maakte, zat ik te trillen voor de televisie. De video heb ik wel tien keer teruggezien, maar mijn eigen verlangens borg ik ogenblikkelijk op in een laadje.'

En dan al die keren dat ze, in pauzes van zittingen, in Den Bosch rondscharrelde. 'Haalde ik een frisse neus, raakte ik diep geroerd door zo'n straatmuzikant met een gitaar. Hem vroeg ik wat zijn ambities waren. Hij vertelde dat hij aan het conservatorium studeerde, zó inspirerend.'

Soms liep ze ook naar het plaatselijke theater - kijken bij het laden en lossen, een vlugge blik in de coulissen. 'Dan had ik mijn accuutje opgeladen en kon ik weer terug naar de rechtbank.'

Zo wil ze het niet meer. 'Wat zonde, denk ik nu, dat ik het niet al die jaren aan de praat heb gehouden. Ik realiseer me de laatste tijd pas heftig hoe bijzonder het is als er geluid uit je komt waarmee je jezelf en een zaal vol mensen kunt ontroeren. Vroeger vond ik dat vanzelfsprekend, nu denk ik dat ik misschien wat nonchalant met dat talent ben omgesprongen. Ik zou er zuiniger op zijn.'

Een stilte, ze glundert. 'Ik zing prachtig op dit moment. De stem is veel warmer en dieper dan toen.'

Corry Brokken studeert sinds kort weer de oefeningen die zangpedagoog Bep Ogterop in de jaren vijftig voor haar bedacht. Ze concentreert zich op technische perfectie en stembeheersing, gedreven en professioneel.

Met een pianist studeerde ze laatst nieuwe, speciaal voor haar geschreven liedjes in, met voor haar leeftijd relevante teksten. De pianist kreeg tranen in de ogen, de microfoon bleef open, en Brokken hoorde op een bandje zichzelf terug. 'Het was zo mooi dat ik er enorm van schrok.'

Zal ze het zeggen? 'Het woord come-back wil ik niet in de mond nemen, maar ik geef eindelijk toe aan de heimwee die ik zolang heb gevoeld. Een nieuwe cd is niet uitgesloten.'

Voor zingen is ze niet te oud, ze heeft nu juist meer te vertellen. Tot haar zeventigste mag ze rechter blijven, maar dat moment wacht ze misschien niet af. 'Voor de zoveelste keer in mijn leven ben ik er aan toe te doen wat ìk wil. Als ik straks de behoefte voel om met tien nieuwe liederen het podium van de Stadsschouwburg op te gaan, dan doe ik dat. Ik hoop heel oud te worden, maar voor mijn dood moet ik er nog een keer gestaan hebben.'

Ze lacht, veelbetekenend - misschien een cd, misschien een tournee. 'Maar ik moet er zeker van zijn dat het steengoed is, anders wordt het een zielige vertoning.' Ook wil ze vooraf weten of het publiek belangstelling heeft. 'Niet dat ik marktonderzoek ga doen, ik heb wel wat anders aan mijn hoofd.'

Als ze nu een theatervoorstelling bezoekt, heeft ze geen last meer van frustraties: 'Ik zit daar en ik kom thuis.'

Brokken weet wat haar te doen staat, haar leven raakt straks nog in een stroomversnelling, met de Ere Edison als katalysator. Boven haar bureau hangt het tegeltje dat haar man Jan voor haar liet bakken. Ze citeert het devies waarvan hij hoopt dat ze het voortaan dagelijks ter harte neemt, de lijfspreuk van Fien de la Mar: Ik wil gelukkig zijn.

'Ik heb altijd de behoefte gehad iets voor te stellen in het leven. Als je bepaalde dingen hebt bereikt, en de mensen trots op je zijn, heb je wel eens de neiging daar badinerend over te doen. Geen kunst, want de buit is binnen. Zoiets noem ik valse bescheidenheid. Ik wou het altijd allemaal vreselijk graag.'

Straks staat de zangeres misschien op een podium, zonder valse wimpers, de bril op de neus - want die staat goed. Corry Brokken heeft lak aan showbizz-conventies.

En ze zal weten: de lust om te zingen is geen trouweloze hond die zomaar uit je leven verdwijnt. 'Het was mijn eerste grote liefde - en het zal mijn laatste liefde zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden