Een stem die je meteen raakt

'Behoorlijk ingrijpend' waren de optredens van fluitist, altsaxofonist en basklarinettist Eric Dolphy. Alsof er iemand van Mars kwam. Maar geen hond speelde na Dolphy's dood nog zijn muziek....

NIETSVERMOEDEND, zestien jaar oud, zat bassist Arjen Gorter achterin het Concertgebouw. Het was het derde jazzconcert dat hij bezocht, de Charles Mingus' Jazz Workshop, 1964. En opeens kwam Eric Dolphy al spelend vlak langs hem heen de trap aflopen. 'Dat was behoorlijk ingrijpend', zegt de bassist nu, op dezelfde bescheiden wijze waarmee hij al vijfentwintig jaar als vaardig en expressief bassist de motor vormt van het Willem Breuker Kollektief.

Het was verplétterend. Zoals iedereen ondervond die voor het eerst Eric Dolphy live hoorde - op fluit, altsaxofoon of basklarinet. Slagwerker John Engels dacht dat er iemand van Mars binnenkwam. Willem Breuker ging meteen naar de harmonie om een basklarinet te lenen.

Gorter, Breuker en Engels hebben zich met fluitist Alex Coke en trompettist Eric Vloeimans verenigd in een all stars kwintet dat vandaag begint aan een tournee onder de noemer 'Eric Dolphy 2000'. Twaalf concerten om 'gezamenlijk aan de haal te gaan met de inspirerende thema's, zonder deze al teveel geweld aan te doen', zoals Gorter het omschrijft. Een hommage aan de musicus die in 1964, 36 jaar oud, overleed aan de gevolgen van ondervoeding en een niet-behandelde suikerziekte.

En dat valt, ook voor deze cracks, nog lang niet mee. Gorter: 'Zijn speelstijl lag direct in het verlengde van zijn composities. Zijn melodieën zijn razend moeilijk, omdat hij enorme sprongen maakte door het hele bereik van zijn instrument. Dat doen nog steeds weinig mensen hem na.' Breuker, tijdens de repetities: 'Oeps, daar moet ik nog even op studeren.'

Toch vond Gorter de muziek van Dolphy in eerste instantie helemaal niet ingewikkeld. Al die kwikzwilverig snel geformuleerde ideeën: Gorter moet er zelfs om lachen als hij erover vertelt. 'Het is absoluut geen zware muziek, Dolphy heeft een heel plezierig geluid, maar er zit wel een heilig moeten achter, een enorme intensiteit.' Eigenlijk heel logisch, vond Gorter bij dat eerste concert. 'Het kwam heel groot en mooi op me af, maar tegelijkertijd was het ook zoiets vanzelfsprekends dat ik er geen enkele moeite mee had. Ik begreep het meteen.'

Als je Charlie Parker had gehoord, vond Gorter, was Eric Dolphy gewoon de volgende stap. Parker had een enorm terrein ontsloten door aan te tonen dat er veel meer noten aan de akkoorden gerelateerd konden worden dan voordien werd gedacht. Ornette Coleman en een naïeve enthousiasteling als Albert Ayler lieten de schema's helemaal los, maar Dolphy bleef proberen zijn invallen te koppelen aan de harmonische ondergrond.

'Voor dit project hebben we in het begin wel eens geprobeerd zijn stukken te reharmoniseren, maar dan ontkracht je alles wat er leuk aan is. Het gaat toch om die rare frictie die ontstaat doordat er voortdurend twee dingen tegelijk gebeuren, die polytonaliteit. Je hebt die laag bovenop en de akkoorden eronder, en het is zeker voor musicologisch ongeschoolde geesten als ik soms moeilijk om het verband aan te wijzen.'

Gorter, zelf van de generatie jazzmusici die het vak aldoende leerde, heeft een zwak voor musici die met vallen en opstaan iets eigens opbouwen. Saxofonisten met een individueel systeem zoals Jemeel Moondoc en Charles Brackeen, en natuurlijk Dolphy. Een stem die je meteen raakt. 'Toen ik voor het eerst bewust muziek hoorde dacht ik: dit wil ik, dit moet vreselijk leuk zijn om te doen.' Hij had op het gehoor gitaar leren spelen en begon wat met een bas te stoeien die iemand bij hem thuis had laten staan. Een paar maanden later nam hij les bij Maarten Altena en klom meteen maar op het podium. 'In het begin sta je dan te klunzen, en word je eraf gegooid, maar dan moet je er weer op klimmen.

'Als je met muziek bezig wilt zijn moet je veel horen, veel in je opnemen en op jouw manier nadoen. Als je daarna verder wilt, kun je naar de theorie: kijken hoe iets heet, hoe het opgeschreven is, om van daaruit weer de praktijk in te duiken.' Zo heeft Dolphy zich volgens Gorter 'suf gestudeerd' op de verhandelingen van Nicholas Slonimsky en George Russell, die een stelsel probeerden te ontwerpen waarin alle noten altijd klopten.

'Wat er uiteindelijk uitkwam, was een geheel eigen filosofie. Dat was geen bewuste stap, hij kwam gewoon daar op uit.' En, net als bij Coleman, was het een alternatief voor de al te voorspelbaar geworden bebop. 'Maar bijna niemand is op die weg doorgegaan. Bijna iedereen ging volledig vrij spelen of bleef rechtdoor ploegen, in navolging van Parker. Vrijwel geen hond heeft sinds zijn dood Dolphy's werk uitgevoerd, zeker niet op een manier die hem recht deed.'

Een ander probleem bij het spelen van Dolphy's muziek, merkte Groter die samen met pianist Frank van Bommel het repertoire voor de tournee bijeenzocht en uitschreef, is het uitzoeken van de bizarre relaties tussen hoofdlijn en onderlaag. 'Als je drie transcripties van een compositie naast elkaar legt, zijn ze alle drie anders. Iron Man, daar kon ik aan de hand van de opnamen eerst geen touw aan vastknopen.

'Daar komt nog bij dat veel cd's de muziek een kwarttoon te laag weergeven, zodat ik ze op een bandje moest opnemen om de snelheid te kunnen corrigeren. Nu staan de bouwstenen zo'n beetje op een rijtje, en gaan we de rest op het podium uitvechten. Spontaan arrangeren, in de geest van Mingus, en Dolphy zelf, die er ook een gezellige bende van kon maken. Met de bedoeling dat het optredens worden met net zo'n geweldige sfeer en spanning als zijn legendarische opnamen in de Five Spot-club.

'Misschien dat we na al die jaren zo ver zijn dat we er losjes mee om kunnen gaan zonder dat het al te knullig wordt. Dolphy was toch een meester in het niet laten horen wat hij precies doet. Het is geen formule, maar het resultaat van veel absorberen en veel spelen. Een muzikaal wereldbeeld, iets wat uit de vingertjes komt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden