Een stapje opzij op de carriladder

Een toenemend aantal werkenden wil niet langer omhoog op de carriladder. Het kan ook anders: opzij, of groeien in de breedte....

Door Rosita Havekes

Veel bedrijven en organisaties hebben momenteel te maken met reorganisaties. Om die ontwikkelingen bij te houden lijkt er voor medewerkers geen ontkomen aan het ontwikkelen van hun kennis en vaardigheden. Zo hebben 2,4 van de 7 miljoen werkenden volgens hun CAO recht op een 'persoonlijk ontwikkelplan'. In een 'ontwikkelgesprek' wordt samen met de leidinggevende een plan gemaakt ten behoeve van de persoonlijke ontwikkeling.

Ook het aantal ontwikkelassessments, bijeenkomsten waarin de mogelijkheden van een werknemer worden ingeschat, groeit, zegt Rob Daver. Volgens de directeur van Human Resources-bureau GITP worden er jaarlijks meer van dergelijke bijeenkomsten gehouden ondanks de economische tegenwind. Menig aankomend carritijger heeft inmiddels zo'n dagvullende inventarisatie van vaardigheden en ontwikkelmogelijkheden met allerlei tests en rollenspellen ondergaan. In 1999 werd volgens het CBS 3 miljard euro uitgegeven aan opleidingen. In totaal werden daarvoor ruim 2,8 miljoen cursussen en trainingen gevolgd. Volgens een recente peiling van website Monsterboard vindt 84 procent van werknemers tussen 20 en 40 jaar het belangrijk dat een nieuwe baan de mogelijkheid tot scholing biedt.

Ondanks de recessie is het ontwikkelen en leren met alle plannen, gesprekken, tests, bijbehorende papieren rompslomp en opleidingen voor sommigen een kleine dagtaak.

De houding dat werk voldoende ontwikkelingsmogelijkheden moet bieden en je vroegtijdig moet nadenken over je volgende loopbaanstap is vooral gangbaar onder hoger opgeleiden. Daver van GITP noemt deze eagerness van werknemers een modeverschijnsel, en hij ziet het tij keren.

Ook Frits Kluytmans, universitair hoofddocent HR & Change Management aan de Open Universiteit, ziet de 'ontwikkeldrift' met enige scepsis aan. 'Midden jaren tachtig is het ontwikkelen van organisaties en medewerkers tot een utopisch ideaal verworden. Hierin namen organisaties het groeien van de medewerker mee.'

Volgens hem is daardoor het idee ontstaan dat bedrijven 'ontwikkelinstellingen' zijn geworden. 'Maar ik betwijfel of dat in de praktijk werkelijk zo is.' Kluytmans verwijst naar de persoonlijke ontwikkelplannen die in zwang zijn. 'Ik hoor geluiden dat ze plichtsgetrouw worden ingevuld, maar dat er verder niets mee gebeurt. Dan worden het papieren tijgers.' Bovendien blijkt volgens Kluytmans, alle goede bedoelingen ten spijt, dat de ruimte en de benodigde budgetten veelal niet voorhanden zijn om ze daadwerkelijk te realiseren. 'In de praktijk blijkt dat deze groei vaak niet waargemaakt kan worden.'

Frank ten Doeschate, director search & selection bij Deloitte, signaleert de laatste jaren een verandering in denken over loopbaanontwikkeling binnen organisaties als Deloitte. 'Voorheen was het zo dat mensen zich moesten ontwikkelen om hogerop te komen. Tegenwoordig mogen ze zich ook verdiepen in hun vak. Dat voorkomt onrust en zo kunnen ze groeien in hun vak, zodat ze breed en dus waardevol op de arbeidsmarkt blijven.'

Dat is ook wat Daver herkent. 'Ik zie de eerste tekenen van herwaardering van vakspecialisten. Het is minder spectaculair omdat men zich niet meer naar de top ontwikkelt, maar doorlopend actiefblijft in het eigen vakgebied.' Ook Ten Doeschate omschrijft dat als een goede ontwikkeling. 'Het wordt met een hoger salaris beloond om hogerop te klimmen, maar aan de top is maar behoefte aan een beperkt aantal mensen. Dat geeft onrust en sommigen komen in de problemen doordat ze zich richten op leidinggevende functies die niet bij hen passen.'

Dat het hele ontwikkeldenken eens in perspectief geplaatst moet worden vindt ook Michiel Schoemaker, hoogleraar en adviseur bij Twynstra Gudde. 'Ruim een kwart van de beroepsbevolking wil voortdurend carrimaken. Zij krijgen vaak alle aandacht, maar organisaties kunnen dit perspectief niet aan iedereen bieden, en lang niet iedereen heeft die behoefte.We hebben elkaar deze behoefte in de jaren negentig aangepraat.'

Het bijhouden van kennis is voor veel werknemers noodzakelijk om hun taken goed te kunnen vervullen. Maar een carristap opzij zetten wordt door niemand verlangd. Toch kan dit voordelen bieden. Ten Doeschate ziet deze mensen echter steeds vaker. 'Zij accepteren de druk niet meer om daarin mee te gaan. Dat geeft rust en het is prettig om dat soort mensen in je organisatie te hebben. Ze kennen hun grenzen en hoeven niet zo nodig omhoog.' Ook Kluytmans heeft een ontnuchterende boodschap.

'Mensen moeten zich blijven ontwikkelen, maar het is een waanidee om te verlangen dat het bedrijf hen dan ook alle ontwikkelingsmogelijkheden moet bieden.

Het is net als de opvatting dat werken 'leuk' moet zijn: ook dat is niet zo. Gekonkel en politieke spelletjes zullen er altijd zijn op de werkvloer. Daar zouden we eens wat realistischer in moeten zijn. Er komt trouwens een tegenbeweging op, en dat heeft ook te maken met de recessie. De Duitse auteur Judith Mair laat dat zien in haar boek Het is mooi geweest; het kantoor is geen pretpark.

Daver van GITP bevestigt het beeld van Ten Doeschate op basis van recent onderzoek. Hij signaleert een een kentering in de mentaliteit van veel mensen. Er is een groep werkenden die de druk te hoog vindt, omdat er steeds harder moet worden gewerkt, en zij waarderen dat niet meer. 'Waarden omtrent loopbaanontwikkeling die van toenemend belang worden geacht, zijn: het gezin, plezier, helpen, reflectie en mentorschap. Waarden die niet stijgen zijn: leidinggeven, autonomie, perfectionisme, veerkracht en succes. Het duidt kortom op een heroriatie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden