Een stapeltje boeken als wapen

‘Wij zijn geen types die met bomvesten om Chinese militairen gaan opblazen. We zijn boeddhisten. We hebben geduld.’ In gesprek met vijf Tibetanen in Lhasa....

ABA De avond is gevallen in Aba, een stadje hoog op het Tibetaanse plateau. Vijf vrienden, jonge, goed opgeleide twintigers en dertigers, praten in een theehuis over hun dagelijks leven, over hun frustraties, over hoe je overleeft als Tibetaan in China. De stemming wisselt van gelaten tot woedend.

‘Wat kun je doen tegen een machtige, alomtegenwoordige staat? Wij zijn geen types die met bomvesten om Chinese militairen gaan opblazen. We zijn boeddhisten. We hebben geduld. Dat moet onze kracht zijn’, zeggen ze.

Tibet is weer onder controle. In maart 2008, aan de vooravond van de Olympische Spelen in Peking, waren de Tibetaanse gebieden in China het toneel van hevige onlusten. In de hoofdstad Lhasa werden Chinese migranten op straat doodgeknuppeld, Chinese winkels werden geplunderd. Een jarenlang opgekropte onvrede over de vreemde dominantie van een taai volk in de Himalaya’s kwam naar buiten.

De orde is hersteld: honderden Tibetanen zijn achter slot en grendel verdwenen, een klein aantal is geëxecuteerd, extra troepen zijn in de verre hooglanden in het westen van China gestationeerd.

Tegelijk is een ongekend investeringsprogramma begonnen om de rijke bodemschatten van het Tibetaanse hoogland te ontginnen en meer bedrijvigheid naar de Himalaya’s te brengen. De regionale economie schoot daardoor in 2009 met 12,4 procent omhoog, boeren en herders zagen hun inkomen stijgen tot bijna 400 euro per jaar. De Tibetanen moeten dankbaar zijn dat ze onderdeel vormen van het Chinese rijk, zo wil de officiële propaganda.

Maar de vijf mannen in het theehuis denken daar anders over. ‘Peking heeft zijn propaganda, maar wij schrijven onze eigen geschiedenis. Die staat daar in’, zegt een van hen. Hij wijst op een stapeltje boeken.

Het stapeltje bevat enkele van de tientallen boeken en dichtbundels die ondergronds de ronde doen onder de drie miljoen Tibetanen in China. De oplagen variëren van enkele honderden tot duizenden exemplaren. Het aantal lezers is een veelvoud daarvan. Wie een ondergronds boek uit heeft, geeft het door aan vrienden en familie.

De schrijvers kunnen zich onttrekken aan de censuur, omdat ze hun werk laten vermenigvuldigen in commerciële printshops en kleine handelsdrukkerijen. Zo omzeilen ze het monopolie van de staatsuitgeverijen, en heeft Tibet zijn eigen samizdat geschapen.

Onvrede
De vijf vrienden in het theehuis zijn gretige lezers van de ondergrondse boeken. Daarom willen ze anoniem blijven, om niet in problemen te komen met het gezag. Ze behoren tot de nieuwe Tibetaanse elite: opgeleid aan Chinese universiteiten, voorzien van een staatsbaan. Ingekocht in het Chinese systeem, hoopt Peking.

Maar dat kan tegenvallen. ‘Onze onvrede kun je niet afkopen. Er worden zoveel leugens verteld. Die economische groei bijvoorbeeld, daarvan profiteren vooral Chinezen’, klinkt het. ‘Veel Tibetanen houden zich nu wel stil. Maar dat is uit angst, niet omdat ze zo tevreden zijn met de Chinese regering’.

Tibet voelt, ook ruim twee jaar na de rellen, als bezet gebied. In Lhasa en andere plaatsen met een overwegend Tibetaanse bevolking, zoals Aba, in het noorden van de provincie Sichuan, lopen zwaarbewapende soldaten wacht. Er rijden soms luidsprekerwagens door de straten, die liederen uitstoten over eenheid en broederschap. Voorbijgangers kijken ze met kille blik na.

‘Als wij Tibetanen het zo getroffen hebben onder de vleugels van China, waarom worden we dan onder schot gehouden?’, zegt een van de tafelgenoten.

Een van de boeken heet De Kracht van de Waarheid. De schrijver, die de pennaam Tenpa heeft aangenomen, werkt zelf bij de Chinese staatsmedia. Daarover schreef hij het hoofdstuk ‘Walgelijk journalistiek bedrijf’.

‘In het kantoor naast het mijne zaten verscheidene redacteuren nieuwsberichten te bewerken. Ik kwam erachter dat het nieuws vaak ingrijpend veranderd werd. Hoe beter een verslag voor de autoriteiten, hoe meer kans je hebt dat je chef je voordraagt voor salarisverhoging.’

‘Achter veel zogenaamd goed nieuws gaan afgrijselijk immorele zaken schuil. Dat krijg je met journalisten die hun geweten aan de kant hebben geschoven omdat ze zo blij zijn met hun vaste, populaire baantje. Oplichters, heten ze op straat. Het is een goede benaming. Journalisten en politieagenten zijn de meest gehate functionarissen in Tibet.’

Tenpa zet zich af tegen de Chinezen ‘die ons land overheersen en onze taal en cultuur steeds meer marginaliseren’, verklaart hij. ‘En tegen de Tibetanen die zich daar bij neerleggen’. Dat worden er geleidelijk steeds meer, merkt hij om zich heen. ‘Dat maakt me soms wanhopig’.

In zijn boek zegt hij het zo:

‘Waarom zijn jullie toeschouwers geworden, broeders? Waarom verberg je je, als een schildpad die zijn kop intrekt, terwijl je je eigen cultuur vernietigt? Als er alleen maar toeschouwers overblijven, en de vechters op de vingers van een hand te tellen zijn, dan gaan we er met zijn allen onderdoor.’

‘Ze zijn de derde wereldoorlog begonnen. Het is een andere oorlog. Ditmaal zie je geen geweld van fascisten, geen houwen van het Japanse zwaard. Het is een stille slag, een bijna geruisloze krachtmeting tussen culturen en ideeën, die wordt uitgevochten in klaslokalen, in boeken en in de economie. Onze culturele wortels worden afgehakt’.

Boven in het theehuis wordt nog een keer ingeschonken. Buiten, in het donker van de uitgestorven hoofdstraat van Aba, rijdt een Chinese politieauto langzaam voorbij.

Berechting van een ‘goedgekeurde’ intellectueel
China berecht later deze maand een bekende Tibetaanse schrijver, de 47-jarige Tragyal. Hij wordt beschuldigd van het oproepen tot ‘afscheiding’, een aanklacht die doorgaans resulteert in een lange gevangenisstraf.

Vrijuit schrijven is gevaarlijk in Tibet. De Chinese autoriteiten hebben na de onlusten van 2008 diverse schrijvers, zangers en dichters opgepakt. Doel is volgens de propagandachef van de regio ‘af te rekenen met elk schadelijk geluid’.

De meest opvallende arrestatie is die van Tragyal. Hij was jarenlang loyaal aan het Chinese gezag, wat hem een positie bezorgde als ‘goedgekeurde’ intellectueel. Dat leverde hem verworvenheden op zoals een mooie baan bij een staatsuitgeverij.

In het voorjaar bracht hij echter in eigen beheer De lijn tussen Hemel en Aarde uit, een aanklacht tegen hardhandige Chinese overheersing. Tragyals kritiek is dat Peking totaal verkeerd op de onrust in Tibet reageert, waardoor er nu een sfeer van angst en staatsterreur heerst. De wreedheden die Tibetanen twee jaar terug tegen Chinezen in Lhasa begingen, stellen volgens hem weinig voor in vergelijking met de misdaden van de autoriteiten in de afgelopen vijftig jaar.

De schrijver werd de afgelopen tijd op een onbekende locatie gevangen gehouden. Hij ‘verdween’, zoals dat in China regelmatig met dissidenten gebeurt. Het overkwam eind vorig jaar ook de populaire zanger Tashi Dhondrup. Die zat in een restaurant in Xining aan de maaltijd, toen de politie hem wegvoerde. Zijn misdaad: een cd met liedjes die weemoedig verlangen naar de terugkeer van de dalai lama. Tashi is tot vijftien maanden werkkamp veroordeeld.

In totaal zijn de afgelopen twee jaar volgens Tibetaanse activisten dertien schrijvers opgepakt. Dat verhindert echter niet, aldus de internationale actiegroep Campagne voor Tibet, dat er een levendige ondergrondse cultuur is gegroeid, gevoed door een nieuwe generatie die gebruik maakt van de nieuwste technologieën.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden