Een stampend en snuivend eenmansorkest

ROLAND KIRK ging graag naar de bioscoop. Niets ongewoons: ook een jazzmuzikant kan lachen om Blazing Saddles of snikken bij Gone with the Wind....

De saxofonist en multi-instrumentalist Rahsaan Roland Kirk was een intrigerende lastpak. Op het podium kon hij collega's die volgens hem 'onoprecht' speelden, genadeloos voor schut zetten. In hotellobby's of treinstations reageerde hij furieus als hij dacht dat hij om zijn huidskleur of handicap neerbuigend werd behandeld.

Vanaf zijn jongensjaren, toen hij reveil mocht blazen in een kinderkamp, werd Kirk voortgejaagd door een onstuitbare drang tot communiceren, wakkerschudden en kabaal maken. Een lang leven was hem niet vergund (hij overleed in 1977, 42 jaar oud) maar hij verzette genoeg werk voor drie mensenlevens. Zijn tumultueuze concerten hielden het midden tussen performance, preek en circusnummer, en als hij echt de geest kreeg, kon hij in pikzwart slang gedoopte monologen afsteken, die soms zo uit de hand liepen dat de zaal geërgerd om muziek begon te roepen - uiteraard met averechts effect.

Hoewel Kirks oeuvre het hele spectrum van de jazzgeschiedenis bestrijkt (lang voor Stanley Crouch poneerde hij de stelling dat een avant-gardist ook New Orleans-jazz moet kunnen spelen), heeft hij zelf geen duidelijke plaats in de jazzcanon. Kirk zweeft zo'n beetje boven de categorieën, als een rariteit die toch respect verdient.

Dat respect geldt dan vooral de discipline waarmee hij het saxofoonspel op een haast bovenmenselijk niveau heeft gebracht. Hij perfectioneerde de circular breathing-techniek, die het mogelijk maakt een toon onafgebroken aan te houden; hij stopte twee of drie saxofoons tegelijk in zijn mond en kon simultaan geblazen melodieën in sierlijk contrapunt verweven - een kunststuk dat te vergelijken valt met een kalligraaf die met beide handen twee dichtregels tegelijk op papier zet.

Navolgers heeft Kirk nauwelijks gekregen - afgezien van Ian Anderson van Jethro Tull, die een en ander van zijn dwarsfluittechiek kopieerde (een 'diefstal' die de Britse band miljoenen opleverde, volgens Kirks bittere commentaar). Dat Kirk geen school maakte is geen wonder. Zijn zelfontwikkelde techniek was zo dwars en onorthodox, dat imitatie hooguit tot blessures leidt. Afgezien daarvan zijn de bijzondere vingerzettingen en embouchure-vondsten zonder zijn uitbundige temperament ook maar een verzameling loze trucs.

Dat het stampende en snuivende eenmansorkest (compleet met schellenboom en neusfluit) niet bleef steken op het niveau van een bezienswaardigheid, maar uitmondde in grandioze, van blues en soul doordrenkte jazz, was goedbeschouwd het grootste mirakel van Rahsaan Roland Kirk - en het minst onderkende bovendien.

Tot zijn diepe frustratie is Kirk nooit toegelaten tot het jazzpantheon, waar de namen van Armstrong, Parker en Coltrane in marmer zijn uitgehakt. Zag hij zichzelf als een beschermer van de traditie, de geest die in kwade tijden het vuur brandend houdt, voor de buitenwereld bleef hij Kirk-de-clown, een vermakelijke, maar in wezen gefrustreerde buitenstaander die zo naar erkenning smachtte dat hij zichzelf overschreeuwde.

Stof te over voor een biografie dus, en na lang wachten is die er nu - 23 jaar na Kirks dood. Bright Moments is de titel (naar een vaak gecoverde Kirk-compositie) en John Kruth is de auteur, 'a musician and writer' volgens de flaptekst.

Kruth had een strengere redacteur verdiend dan degene die hem bij Bright Moments terzijde stond. Want de turf waarmee de New Yorkse uitgeverij Welcome Rain Publishers ons verblijdt, is een incoherent doorratelend relaas van een idolate fan, die op elke pagina uitroept hoe 'unbelievable' en 'exciting' zijn onderwerp is, maar verzuimt uit te leggen waarom.

Kruth herhaalt met graagte alle sterke verhalen ('hij kon ademhalen door zijn oren', beweert iemand in alle ernst), maar doet te weinig moeite om feit en fictie van elkaar te scheiden. Kirk is voor hem de man van de superlatieven, de blinde die anderen de weg wees. Als je leest hoe hij tegen alle prognoses in een zware beroerte overwint en kort voor zijn dood met één hand aangrijpend mooi saxofoon speelt, ben je geneigd de auteur gelijk te geven.

Dat Kirk er niet voor terugdeinsde sommige collega's zwart te maken, heeft nog wel iets vermakelijks. Tekenend is bijvoorbeeld zijn afkeer van Diana Ross, die zich volgens hem in Lady Sings the Blues vergreep aan de erfenis van Billie Holiday en die hij daarom graag met zijn stok een pak rammel had gegeven.

Maar de minder aangename kanten van Kirks persoonlijkheid komen duidelijk niet in Kruth' kraam te pas. Kirk had zo'n geldingsdrang, dat hij er niet voor terugdeinsde ongevraagd bij anderen op het podium te klimmen en met muzikaal geweld het concert over te nemen. Mocht de auteur hierbij al enige scepsis voelen, dan verdoezelt hij die met nietszeggende vaagheden ('he was something else') of een hip bedoelde platitude over 'the dues one must pay for genius - ask Rembrandt'.

Ergerlijker dan de fout gespelde namen (Nenah Cherry, John Genzel) zijn de bokken die Kruth schiet zodra er wat geschiedkundige kennis is vereist. Dat hij de Belgische uitvinder van de saxofoon identificeert als 'a German called Adolphe Sax' kan nog verklaard worden uit een ongelukkige associatie met diens voornaam, maar dat Kruth de Habsburgse keizer Jozef II 'the king of Poland' noemt, is een flater die een uitgever niet mag laten passeren.

De laatste naam valt in een passage waarin de auteur de film Amadeus aanhaalt. Daarin velt de keizer het eenvoudige vonnis dat Mozarts muziek 'too many notes' bevat. Voor Kruth een symbool van de leek die niets van het genie begrijpt. Met Kruth heeft Kirk het andere uiterste getroffen: een kenner die met veel drukte verhult hoe weinig hij te melden heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden