Een sprankje hoop in de Castricummerpolder

Aflevering 16: Weidevogels hebben het zwaar. Maar in de Castricummerpolder zorgen vossenrasters voor optimisme.

Beeld © Studio V, met dank aan Reisboekhandel Pied à Terre, Amsterdam

Eindelijk: grutto's. Ik sta nog niet op het fietspad tussen Castricum en Uitgeest of het alarmeren begint. In het weiland voor me al even driftige tureluurs, kieviten en scholeksters.

Ik ben geneigd om te denken dat ik bij een klein wonder sta. De berichten van elders uit het land zijn onveranderd dramatisch: het holt nog altijd achteruit, richting het moment waarop het voor de grutto, onze nationale vogel, te laat is.

Maar natuurlijk is het geen wonder, of toeval, het heeft gewoon te maken met een paar mensen van de eerder beschreven stichting De Hooge Weide. Zij zorgden er niet alleen voor dat het gebied tussen Castricum en Uitgeest natuur werd, ze maken er ook iets bijzonders van. Rienk Slings en Cees de Vries, twee oudgedienden uit de natuurwereld, zetten hier vrijwillig hun expertise in. 'Hoe het moet weten we eigenlijk al jaren,' verklaart Slings, 'maar je moet er wel passie voor hebben en er veel tijd aan besteden.'

Het begint met het creëren van ideale omstandigheden. In dit geval: 100 hectaren aaneengesloten weiland; waterrijk, nat, bloemrijk en met microreliëf, met boerenland eromheen, in een grote polder, zodat de broedvogels vrij zicht hebben. Vroeger, toen weidevogels nog op normaal boerenland konden overleven en overal voorkwamen, zou dat meer dan voldoende zijn. Maar nu de vogels zijn teruggedrongen tot steeds minder en kleinere gebiedjes, zijn ze kwetsbaar geworden voor predatie door vossen.

Een Grutto.

Slings bedacht een plan, al in 2000: vossenrasters. We kijken ernaar vanaf het fietspad. Twee laaggespannen stroomdraadjes. Niet gevaarlijk, maar de vos schrikt ervan bij aanraking, en keert om. En nu lukt het de grutto's en andere vogels weer om jongen groot te brengen. Verleden jaar telden Slings en De Vries meer dan 500 paar weidevogels op 100 hectaren. Slings: 'Een weidevogelgebied geldt als goed als er meer dan 60 paar vogels per 100 hectaren zijn, dus reken maar uit.'

Iedereen komt nu kijken, en de vossenrasters krijgen navolging. Het zou net het middel kunnen zijn dat de vrije val van de weidevogels stopt, denkt Slings. Een sprankje hoop dus, hier in de Castricummerpolder.

Caspar Janssen loopt een jaar lang door Nederland en brengt al doende het landschap in kaart, en daarmee de planten, dieren, mensen en kwesties van het Nederlandse land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden