Een sprankje hoop breekt verzet hongerstaker

Hongerstakers zijn doorgaans vastberaden, maar uiteindelijk levert hun actie zelden iets op, leert de geschiedenis van recente acties in Nederland....

Uiteraard gaven hongerstakers altijd met grote stelligheid aan dat ze zouden doorgaan tot de dood erop volgt.

'Ik ga nog liever dood dan terug', kopte de Volkskrant in december 1991 boven een verslag van een groep hongerstakende Vietnamezen, die zich in het opvangcentrum Leusden verzette tegen uitzetting. 'Als we toch moeten sterven, dan liever in Nederland', meldden tien uit Kosovo afkomstige Albanezen die in maart van datzelfde jaar in een kamer in Gorinchem collectief voedsel weigerden. De 'Tien van Gorinchem' vreesden bij terugkeer naar Joegoslavië door Serviërs te worden uitgemoord.

Een groep van 65 Tamils, die hongerstaakten in Lochem, gaf in 1985 aan door te zullen gaan 'tot we normaal kunnen leven' en anders de dood te verkiezen. Het dreigement vorig jaar zomer in asielzoekerscentrum Winschoten van achttien ex-Joegoslaven was al even zwaar aangezet: 'Beter dood in Nederland, dan daar te leven.'

De Winschoter groep, zo laat een woordvoerster van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) weten, is na twee weken weer gewoon gaan eten. De achttien zitten nog steeds in azc's in afwachting van hun uitzetting.

Uit de constatering dat in Nederland nog nooit een hongerstaker zich aan zijn woord heeft gehouden, mag niet worden afgeleid dat ze slechts een spelletje spelen, reageert Coen van Ojen van de Johannes Wier Stichting, een mensenrechtenorganisatie voor artsen en verpleegkundigen. De Stichting geeft cursussen 'medische begeleiding bij honger- en/of dorststaking' en staat vertrouwensartsen bij.

Van Ojen heeft zelf als vertrouwensarts de afgelopen jaren 25 hongerstakers begeleid, onder wie vier (twee Koerden en twee Iraniërs) die hun monden hadden dichtgenaaid.

'Hongerstaken is een belangrijke noodkreet', zegt hij. 'Mijn ervaring is dat degenen die het langer dan twee weken volhouden, vastberaden zijn door te gaan tot de dood. Waarom ze dan toch uiteindelijk allemaal stoppen? Meestal omdat er toch een begin van een toezegging komt van autoriteiten, een piepkleine opening in de zwaar bewolkte hemel. Hongerstakende asielzoekers zijn geen zelfmoordenaars. Ze willen leven, daarom zijn ze naar Nederland gekomen.'

Een sprankje hoop breekt vaak het verzet, hoewel uit de praktijk blijkt dat de werkelijke oogst voor hongerstakers uiterst schraal is. Zelfs de Iraanse asielzoeker Reza Makarem die met twee hongerstakingen van 54 en 30 dagen in 1996 en 1997 een zorgvuldigere behandeling van zijn zaak eistte, bleef met lege handen.

Het meest succesvol was de eerste groep hongerstakers, illegale arbeiders uit Marokko die in 1975 voedsel weigerden om een verblijfsvergunning af te dwingen. Ze verzetten zich tegen de zogeheten 'regularisatiemaatregel', een beleidsinstrument om de arbeidsmigratie aan banden te leggen. Die groep migranten kreeg, na drie jaar verhitte maatschappelijke debatten, uiteindelijk hun felbegeerde verblijfsvergunning.

Veel vaker houden de autoriteiten hun poot stijf als het hongerwapen wordt ingezet. Ze gruwen van de 'morele chantage', waarvoor de overheid nooit mag zwichten.

Zo wordt burgemeester Vreeman van Zaanstad bijna Kamerbreed gehekeld, vanwege de brandbrief die hij minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken stuurde met het dwingende verzoek de dichtgenaaide Kasouvi een vergunning te geven. 'Wil hij morgen nog meer hongerstakers in zijn gemeente?', reageert VVD-Kamerlid Arno Visser afkeurend. Hij vreest een sneeuwbaleffect.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden