Een sportveld vol wanhoop

In Muzaffarabad wachten mannen, vrouwen en kinderen op zelfgemaakte brancards, bedspiralen of op de grond op hulp. Of op een helikopter die hen zal vervoeren....

Als een helikopter landt wordt het trieste legertje gewonden dat zich langs het grasveld heeft verzameld bijna weggeblazen. Kleren, doeken en dekens fladderen wild in de wind. Iedereen probeert zijn gezicht te beschermen tegen het opwaaiende stof. Daar komt weer een nieuwe lading aan, een nieuwe lading menselijk leed.

Slachtoffers van de aardbeving in Noord-Pakistan komen en gaan op dit sportveld in Muzaffarabad, de stad in het hart van het rampgebied. Helikopters vliegen van hieruit naar afgelegen bergdorpen die over de weg niet te bereiken zijn. Heen met hulpgoederen, terug met de overlevenden van de zwaarste natuurramp die Pakistan de laatste decennia heeft getroffen. De heli’s keren terug met gewonden, veel gewonden. Die wachten in de middagzon op transport naar een ziekenhuis in de hoofdstad Islamabad.

Honderden mannen, vrouwen en kinderen liggen op zelfgemaakte brancards, bedspiralen of gewoon op de grond. Of in de armen van een familielid. Maar de meesten liggen eenzaam te wachten op wat komen gaat. Zacht kermend, de ogen gesloten of starend in het niets. De bebloede lappen, de bleke gezichten en de verdwaasde blikken, laten weinig twijfel bestaan over hetgeen deze mensen hebben meegemaakt. Een veld vol wanhoop.

Bibi Sekina ligt in de armen van haar vader. Ze heeft een brok steen op haar hoofd en borst gekregen. Haar 3 jaar oude kind heeft ze verloren bij de beving. Net als zij zelf wist haar zoontje niet op tijd het huis te ontvluchten toen de aarde in hun dorp begon te schudden. Haar man staat nerveus naast zijn schoonvader en echtgenote. Ze zullen worden vervoerd in een heli van de Pakistaanse luchtmacht. Die heeft hen een nummertje gegeven en nu is het wachten op hun beurt. Of ze vandaag nog zullen vertrekken? Ze weten het niet. Het kan heel goed zijn dat Bibi Sekina hier vannacht nog ligt.

In een niet ingestort deel van een gebouw is een noodhospitaaltje ingericht voor de gevallen die niet meer kunnen wachten op vervoer naar Islamabad. Vooral kinderen en vrouwen worden in dekens naar binnengedragen, waar ze een infuus krijgen of een eenvoudige medische ingreep wordt verricht. Mensen verdringen zich rond een hulpverlener die medicijnen uitdeelt. Mondkapjes om besmetting tegen te gaan en de lijkengeur uit de neus te houden, zijn op.

Onder de heli’s die hier op en af vliegen zijn twee Duitse CH-53’s van de ISAF-vredesmacht in Afghanistan. Commandant Mark Brüchner heeft al een aantal vluchten in de omgeving uitgevoerd. ‘De verwoesting in de afgelegen dorpen is enorm. Het is verschrikkelijk wat je aantreft. Hoeveel doden daar zijn gevallen? Ik durft me niet aan een schatting te wagen.’

De activiteit op wat eens een sportveld geweest moet zijn, wekt de indruk dat de hulpoperatie in volle gang is. Dat is ook zo, maar er zijn nog steeds veel Pakistanen die hun huis kwijt zijn, familieleden hebben verloren en die nog niet of nauwelijks hulp hebben gezien. Er wordt nog veel geklaagd. Zodra een journalist met een bewoner een praatje aanknoopt, wordt hij omringd door een menigte, die hem telkens dezelfde boodschap inpepert: wij hebben nog geen hulp ontvangen.

Zo ook het groepje stadsbewoners dat in een paar legertenten onderdak heeft gevonden, naast de restanten van hun woningen. Ja, en tent hebben ze gekregen van het leger, een lekkende dat wel, maar het is tenminste iets. Maar verder: nothing Sir, vertelt Abdul Rahid, die vijf familieleden, onder wie zijn echtgenote en zoon, heeft verloren. Hijzelf is door bekenden uit het puin gehaald. Zijn naasten ook, maar die heeft hij meteen moeten begraven.

Langs de weg naar Muzaffarabad staan veel kinderen te roepen en hun hand op te houden. Ze dragen borden met “help ons”’, “geef ons eten”’. Een enkele gelukkige loopt met een zak rijst of kleren rond. Ook in de stad wordt gebedeld. Zodra ergens de klep van een vrachtwagen opengaat, of de bagageruimte van een auto, duiken een boel graaiende handen op. Hier en daar worden vruchtensap en koekjes uitgedeeld door particulieren of kleine hulporganisaties. En bij het stadion, waar het leger zijn intrek heeft genomen, wordt voedsel gedistribueerd. Maar aan de reacties van de bevolking van Muzaffarabad te zien, is het niet genoeg.

Er zijn wel internationale hulporganisaties actief in het rampgebied, ze hebben echter nog steeds te kampen met slechte wegverbindingen. De weg tussen Islamabad en Muzaffarabad is maandagavond vrijgemaakt, maar door de ernstige beschadigingen aan de weg, kan deze de stroom voertuigen van en naar het rampgebied nauwelijks verwerken. Na het slechte weer van dinsdag waren de weersomstandigheden gisteren beter. Een kleine meevaller voor de duizenden Pakistanen die de nacht weer in de open lucht moeten doorbrengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden