Een solist in de regenboogtrui

Vraag Lance Armstrong niets over Fausto Coppi of over de historie van Luik-Bastenaken-Luik. De wereldkampioen wielrennen, morgen start hij in 'la Doyenne', komt uit Austin, Texas....

JAAP VISSER; BERT WAGENDORP

'DIE HIERARCHIE in het peloton, dat is iets wat ik nog steeds niet helemaal begrijp. Een jongen als Argentin heeft mij de grootste problemen bezorgd. Renners van zijn soort willen hun deel van de koek niet afstaan. Dat begrijp ik niet, want als het je tijd is, moet je het over kunnen geven.

'Ik zal nooit proberen om mijn stuk van de koek krampachtig vast te houden. Ik zal het zelfs met genoegen afstaan, als de tijd daar is. Maar types als Argentin willen de nieuwe jongens er niet tussen laten komen. Terwijl dat toch in ieders belang is.

'Maar Argentin hoort bij een minderheid. De meeste jongens respecteren mij wel, geloof ik. Als ik bij de start kom zegt negentig procent: hé Lance, hoe gaat het? Ik heb geleerd dat je in het peloton een politicus moet zijn. Nu begrijp ik dat je je tegenstanders geen pussy's moet noemen. Als je in een ontsnapping zit en je tegenstanders herinneren zich dat jij ze ooit zo hebt genoemd, dan raken ze gemotiveerd. En een gemotiveerde tegenstander is moeilijk te verslaan.

'Dat weet ik van mezelf. Een gemotiveerde Lance Armstrong is nauwelijks te kloppen. Ik zou het wel mooi vinden als iemand me een pussy zou noemen. Laat ze dat maar doen. Ik zou daar veel kracht uit halen. Ik heb me aangepast, ik moest wel, om m'n positie in het peloton te beschermen. Ik weet nu: niemand kan een ander laten winnen, maar ze kunnen je wel laten verliezen. Je mag daarom niet te veel vijanden maken.

'Tot een bepaald punt denk ik nog steeds zoals toen ik net in het profpeloton zat. Dat ik me niet teveel van alle bestaande tradities en regels wil aantrekken. Maar ik realiseer me nu ook dat wielrennen een heel erg traditionele sport is, en dat dat niet voor niks zo is. Door traditioneel, behoudend te koersen zijn mensen succesvol geweest in de sport. Dat moet ik respecteren.

'Ik zie mijzelf als een gemiddelde renner en beslist niet als een supertalent. Maar ik hou van winnen, misschien wel meer dan anderen. En dat geeft een mentale voorsprong. Nu ik een tijdje niets heb gewonnen, voel ik mij ook niet zo happy. Maar een zaak van leven of dood is winnen nou ook weer niet. Ik word 's nachts nooit wakker met de gedachte: verdomme, morgen moet ik winnen.

'Toen ik bij het WK in Oslo in de laatste ronde die spekgladde afdaling nam, durfde ik meer risico's te nemen dan de anderen. Op zo'n moment moet en zal ik winnen. Ik was getergd, kwaad omdat ik alleen op kop zat. Ik herinner me dat ik dacht: shit, ze hebben me voorop gekregen. Te vroeg. Want als je in de afdaling alleen op kop zit, moet je trappen, maar in de achtervolging niet. Dus ik was furieus. Niet op de anderen of op mezelf, maar op de situatie. Dat gaf misschien net dat extra stukje kracht.

'Van de winter ben ik mij zorgen gaan maken over het rijden met de regenboogtrui. Ik had gehoord over het bijgeloof rond de trui, dat er een vloek op zou rusten en dat wereldkampioenen gedoemd waren. Ik had de verhalen gehoord, van Dhaenens, van Bugno.

'Dus ik zei: shit, dat mag mij niet overkomen. Ik moet me niet te veel met andere dingen bezighouden, maar me helemaal op het fietsen toeleggen. Hard werken, trainen, trainen, trainen, om die trui waardig te kunnen dragen. En nu zit ik toch al een tijd in een gat.

'Misschien was het zover niet gekomen als ik wat luier was geweest. Vorig jaar had ik te weinig getraind en blies ik al vroeg in het seizoen mijn motor op. Nu wilde ik voorkomen dat ik na Milaan-San Remo wéér een terugval zou krijgen. Daarom heb ik keihard getraind en voelde ik me al supergoed in de Ronde van Mexico, de eerste race van het jaar. In de Ronde van Valencia deed ik nog extra trainingen na de koers. Ik ben echt verschrikkelijk tekeer gegaan, maar het gevolg was dat ik nu al vóór Milaan-San Remo in een gat donderde.

'Ik heb mezelf in de nesten gewerkt. Iedereen zei: don't push it, je bent goed en sterk genoeg, maar ik kon het niet laten. Ik hou er nu eenmaal van om hard te werken, of het nou december of juli is, als ik hard werk, voel ik mij goed.

'Die trui is dus inderdaad heel zwaar, maar ik ben er toch nog steeds gelukkig mee. Nog nooit gedacht: had ik maar niet gewonnen, ben je gek. Ik zou 'm niet kwijt willen. Al maakt hij ook de koers moeilijker. Ze laten je een stuk minder gemakkelijk gaan.

'Na het WK kon ik bij Raas heel veel geld verdienen. Ik heb nagedacht over zijn aanbod, maar ik ben toch bij Motorola gebleven, omdat ik loyaal tegenover die ploeg moet zijn. Het team heeft mij gemaakt tot wat ik ben en daarom ben ik bereid iets terug te betalen. Ik hoop dat de ploeg nog tien jaar blijft bestaan, want dan hoef ik nooit te verkassen. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit in een ander team zou rijden.

'Ik heb oog voor de long run. Ik ben 22, zit nog midden in een leerproces, heb het naar m'n zin en verdien niet slecht. Ik ga ervan uit dat ik mij op m'n dertigste nooit meer zorgen zal hoeven te maken over geld. Dat ik nooit meer zal hoeven werken. Dus waarom zou ik me dan nu druk maken over een paar bucks meer? Het geld zal later vanzelf naar me toekomen.

'Ik hou van de sfeer bij Motorola. Die is heel Amerikaans. Er zitten traditionele wieleraspecten in, maar het blijft vooral Amerikaans. De renners hebben een stem, vrijheid. Hun mening telt. Ik beschouw de mensen in onze ploeg als familie.

0'I N DE JAREN tachtig waren de wielerploegen heel strak georganiseerd. Het leek op het communisme, het was de weg van de leiders volgen of wegwezen, their way or the highway. Dat is veranderd door een ploeg als de onze. Er zijn misschien renners die dat nodig hebben, die een soort dictator boven zich moeten hebben om gemotiveerd te worden. Maar het merendeel van de renners heeft baat bij een ploegleider op wie ze terug kunnen vallen, die ze kunnen vertrouwen en die ze als hun vriend zien. Iemand als Hennie Kuiper.

'Ik ben een individualist, heb jong geleerd om individueel te denken, maar ik heb er geen moeite mee om me aan te passen aan een ploeg. Het kost me geen moeite om me op te offeren voor m'n ploegmaten, want ik weet hoeveel ik terugkrijg. De liefde komt bij ons altijd van twee kanten. Deze jongens zijn net als mijn beste vrienden. Daar offer je je gemakkelijk voor op.

'Wat er in Texas gebeurde nadat ik wereldkampioen was geworden? Not a lot. De mensen in mijn omgeving, m'n familie en vrienden, die waren natuurlijk blij, maar voor de rest, niks. En dat vond ik prima. Dat ik niet ben gevraagd om bij de president langs te komen, zal me worst wezen. Het enige dat telde, is dat ik de mensen die dicht bij mij staan gelukkig heb gemaakt.

'Maar het was dus niet zo dat ze de stad hadden afgesloten en dat er een parade was georganiseerd. No way man. Ik klaag daar ook niet over. Ik ben geen type dat roept: hé, weet je wel wie ik ben? Jongens, dit is wielrennen, prachtige sport, kíjken verdomme. Amerikanen laten zich niets opdringen. Het gaat bij ons niet slecht met die sport, maar groot zal het nooit worden.

'Ik weet dat de president tijdens de Winterspelen Dan Jansen in Hamar heeft gebeld. Maar de president is een politicus en die wist dat er bij Jansen wat te halen was. Jansen was tijdens de Spelen een mediaster. Iedere Amerikaan weet dat Clinton tijdens de Spelen Jansen heeft gebeld. Maar had hij mij gebeld dan was niemand dat te weten gekomen. Dus wat had hij er dan aan om dat te doen?

'Het liefst zou ik het hele jaar in Amerika zijn. Steeds een half jaar van huis, naar Europa, dat is zwaar. Thuis is in Amerika. Als ik hier ben mis ik mijn familie, mijn vrienden, mijn appartement, mijn auto, mijn motorfiets, alles. Het is hier zo anders. Ik mis de lucht van Austin.

'Ik wil niet zeuren, of eigenwijs overkomen, maar ik denk dat het een stuk makkelijker is om als Europeaan in Amerika te gaan leven dan andersom. Amerikanen staan overal voor open, Amerika is de gemakkelijkste plek in de wereld. Europa is enorm veeleisend. De Europeanen zitten vast aan hun tradities.

'De taal is het grootste probleem, dat is een enorme barrière. De taal is 90 procent van het probleem. Ik leef met een Amerikaanse, train met Amerikanen en fiets in een Amerikaanse ploeg. Het komt er dus ook niet van om Italiaans te leren.

'Bij ons weten ze niks van Europa. Als je iemand vraagt waar Nederland ligt, zegt-ie waarschijnlijk dat dat ergens buiten Austin moet zijn. Ik wist ook niets van Europa toen ik hier voor de eerste keer kwam. Ik ging naar Italië en dacht: dat ligt naast Spanje en dat komt mooi uit want ik heb Spaans op school gehad. Keek ik nog eens goed op de kaart, bleek het niet eens in de buurt van Spanje te liggen. En ze spraken er ook geen Spaans.

'Het eerste Europese land waar ik kwam was Rusland. Voor het juniorenWK in 1989. We vlogen van Amerika naar Boedapest, Hongarije. En vandaar naar Moskou. Dat was toen nog communistisch. Een echte cultuurschok. Ik zei: oooh, hier moet ik helemaal niet wezen. Laten we vertrekken. Onze coach, die mij goed kende, was doodsbenauwd, omdat ik toen toen nog erger was dan nu. Hij zei: Lance luister. Doe niks stoms en maak in hemelsnaam niemand belachelijk. Maar ik liep daar rond, zag al die mensen met geweren en zei: haal dat ding uit mijn gezicht.

'In Europa zijn ze gek op wapens, zeker in Italië. Als daar je pas wordt gecontroleerd, richten ze gelijk een mitrailleur op je. Ze realiseren zich niet wat voor een effect dat heeft op Amerikanen. Vooral mijn vriendin wordt daar bloednerveus van. Want kijk je bij ons in de loop van een geweer dan weet je dat je laatste uur heeft geslagen.

'Ik begin wel meer te wennen aan Europa. Vorig jaar zat ik nog liever in een hotel dan in mijn appartement in Como. Maar nu is mijn vriendin daar en die heeft er meer een thuis van gemaakt. Vorig jaar woonde ik daar met mijn ploegmaat Franky Andreu. We waren dat appartement ingetrokken en hadden niets veranderd. De mensen die er voor ons woonden hadden een klein kind en Franky sliep in de oude kinderkamer. Daar heeft hij niks in veranderd. Het hele jaar heeft hij liggen pitten onder een Bambi-poster.

'Mijn vriendin heeft 'm gelijk van de muur getrokken en opgehangen in Franky's nieuwe flat. Daar hangt hij nu nog steeds. Het is nu een stuk gezelliger in ons appartement. Je weet hoe vrouwen zijn. Ze hangen schilderijen op, zetten bloemen neer en maken de boel eens een keer schoon. She's great.

'Ik weet nu wat meer van de koersen, maar vergeleken met de mensen die hier vandaan komen, weet ik nog niks. Natuurlijk interesseert het me wel. Hé, ik hou van fietsen, man. Hell, ik doe dit niet om geïnterviewd te worden en geld te verdienen. Ik hou van deze sport. Ik kan het niet helpen dat ik nooit ben opgevoed in deze sport. Ik keek er nooit naar, ik keek naar andere sporten.

'Wij hadden niet de mogelijkheid om te kijken naar beelden van de groten. Naar ehhh. . . toe, hoe heet hij. Fausto Coppi, precies. In Italië vragen ze me steeds naar Coppi. Ik had geen idee wie dat was. Van de week zat ik naast Brik Shot. Had ik ook nog nooit van gehoord.

'Ik voel ook niet het verschil tussen de Leeds Classic en de Ronde van Vlaanderen. Voor mij zijn dat soort wedstrijden allemaal hetzelfde. Dat kan een nadeel zijn. In Vlaanderen komen jongens aan de start voor wie die wedstrijd iets heel speciaals is. Dat legt ze druk op, maar kan ze ook extra motiveren. Maar ik ga vooruit. Kassaienraien, zo heet dat toch?

'Ik voel geen druk. Die regenboogtrui legt je bepaalde verantwoordelijkheden op, maar geen druk. Niemand legt me druk op, ik mijzelf ook niet. Niet dat nerveuze, berekenende gedoe van ik moet die en die wedstrijd winnen, dan is mijn seizoen goed. Shit man, ik wil gewoon alles winnen.

'Ik kwam vorig jaar voor het eerst naar de Tour. Om te leren en om een etappe te winnen. Dat is allebei gelukt, terwijl ik geen honderd procent was.

Ik ben geen groot klimmer, daar heb ik het talent niet voor. Maar ik hoop dat ik dat zwakke punt ooit met mijn mentaliteit zal kunnen compenseren. Ik wil kunnen klimmen en ik heb ook al laten zien dat ik geen echt slèchte klimmer ben. Mijn doel is een goede coureur te worden, ook in de grote koersen, in de Tour de France vooral. Ik weet dat ik nu nog niet met de besten mee kan doen, maar misschien zal me dat ooit lukken.

'IK HEB ER genoeg kracht voor in m'n kop en fysiek kan ik mij nog ontwikkelen. Ik ben pas sinds 1990 full-time met wielrennen bezig. Daarvoor had ik als triatleet wel eens op een fiets gezeten, maar ik zat nog op school, dus van trainen kwam niet echt veel terecht.

'Prof zijn is een slopend bestaan. Je offert veel op. Je moet naar Europa, je leidt een zwaar leven en je vraagt jezelf steeds af: is dit het allemaal waard? Maar aan de andere kant: je doet het geen twaalf maanden per jaar. Je hebt ook tijd voor andere dingen, tijd om weer kid te zijn, om lol te hebben.

'Tijdens het seizoen moet je bloedserieus met je vak bezig zijn. Maar het loont de moeite, zowel in financieel als in emotioneel opzicht. Ik krijg mijn opofferingen honderdvoudig terugbetaald en dan is het niet zo moeilijk om te zeggen: vandaag geen disco en geen bier.

'Ik heb respect voor de domestiques, voor de knechten die niet zoveel verdienen en die alleen op de fiets zitten omdat ze van de sport houden. Voor die jongens is het pas echt een opoffering. Als die stoppen moeten ze weer de fabriek in of het land op.

'Kijk naar mijn vrienden. Die denken: wat een mazzel heeft hij. Zij moeten naar college, zweten op boeken, die jongens zouden een moord doen om te kunnen reizen als ik. Maar ze realiseren zich niet hoe zwaar het is als het in België zeikt van de regen en het steenkoud is en je door de paardestront rijdt. Ze zien me als een geluksvogel.

'Als ik thuis ben, doe ik weer de dingen die ik altijd deed: uitgaan vooral. Gelukkig bestaan voor mijn vrienden geen regenboogtruien, dikke contracten en klassiekers. Niks van die crap. Het is gewoon een bende jongens en meiden die uitgaan en lol maken. Er is geen fietsen en geen beroemde wereldkampioen. Helemaal niks daarvan.

'Mensen die zeggen dat ze zich helemaal op het wielrennen moeten concentreren en absoluut geen tijd hebben om zich met andere dingen bezig te houden, doen dat uit gemakzucht of luiheid. Ik lees twee kranten per dag, de Herald Tribune en USA Today.

'En als ik me hier wat meer op mijn gemak zou voelen, zou ik veel meer andere dingen doen. In Texas zou het niet in me opkomen om te trainen en daarna water te zitten drinken, met de voeten op tafel. Ik zou uitgaan, of op mijn motor gaan rijden.

'Ik denk dat ik buiten de koers een rustige jongen ben. Soms uitgelaten, maar altijd ontspannen. Maar als ik op een fiets zit, verander ik. Zelfs als ik train. Ik verander niet door de koers, maar door de fiets. Als ik train, ben ik snel opgefokt. Heb je te maken met verkeer en dat haat ik. Auto's die je voorbij scheuren en je omver dreigen te rijden. Auto's zijn erg, automobilisten zijn heel erg. Nog erger dan Argentin.'

'Als er straks niemand meer langs komt om me te interviewen, als de fans geen handtekeningen meer willen, als er geen ploeg meer is die me wil en niemand Lance Armstrong meer toejuicht, dan is het over. Ik vind het wielerleven mooi, maar ik zal het niet missen. Als het zover is ga ik terug naar Texas en begin ik een nieuw leven.

'De sport heeft me een prachtig moment gegeven als dat van mijn triomf in Oslo. Er zullen meer van zulke momenten komen en daar zal ik blij en dankbaar om zijn. Maar over twintig jaar zal ik niet zeuren van: wat zou ik nog graag eens over die straat in Oslo rijden en iedereen horen juichen en mijn moeder zien huilen. Ik ben een realist. Wielrennen is een belangrijk deel van mijn bestaan en het zal mijn leven veranderen. Maar er komt een dag waarop het voorbij is.

'Ik weet niet wanneer, misschien over vijf of zes jaar, maar zodra ik het niet leuk meer vind, ben ik vertrokken. Dat kan ook morgen zijn, als ik wakker word. Dat ik denk: ik wil dit niet meer. De dag waarop de passie weg is, zal ik denken: Lance, het is tijd, get out of here.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden