Een sneeuwbal van problemen, allemaal omdat ik te laks was om de honden te vaccineren

Onze man in Teheran

Dit is een verhaal over hoe alles vreselijk mis kan gaan. En hoe ik daar verantwoordelijk voor ben.

Sepehr in het dierenziekenhuis. Beeld Newsha Tavakolian/Magnum.

Het begint zes maanden geleden, met de komst van twee puppies op ons landje in de bergen. De roedels wilde honden die daar rondstruinen, produceren een eindeloze stroom lieve babyhondjes. Lang heb ik Newsha ervan kunnen weerhouden een paar van straat te plukken, tot er op een dag twee zomaar kwamen aanlopen. Als het leven je iets in de schoot werpt, is accepteren de weg van de minste weerstand. Dus hadden we vanaf die dag twee honden.

Op ons landje woont een Afghaanse man, een jongen eigenlijk. Najib is 21. Hij is een harde werker die veel lacht en niet kan lezen en schrijven. We zijn allebei buitenlanders in Iran, ik ben Nederlander en rijk, hij Afghaan en arm. Ik heb een verblijfsvergunning, hij is hier illegaal.

Najib vertrok in maart naar Afghanistan, waar hij trouwde met een 15-jarig meisje. Twee maanden later was hij weer op het landje. De weg terug was zwaar en gevaarlijk, in achterbakken van auto's en verstopt in vrachtwagens. Blijven had geen zin, zei hij. 'Er is geen werk in mijn dorp.' Dus, welkom terug Najib.

Iedereen in de buurt lacht zich rot over hoeveel ik hem betaal (400 euro per maand) en over het huisje dat ik voor hem heb laten bouwen, met tv, douche en koelkast. Veel te luxe allemaal, straks wordt Najib lui, waarschuwen ze. Meneer Thomas is knettergek, vinden de buren, al zeggen ze het nooit in mijn gezicht.

Najib zorgt ook voor de honden. Het vrouwtje heeft zwart-witte vlekken, die noemt hij Leila. Het mannetje, haar broertje, is wit, een albino bijna, die heet nu Sepehr. Omdat Najib nachtblind is, heeft hij ze belletjes omgedaan, zodat hij in het donker kan horen waar ze zijn. 's Avond slapen Leila en Sepehr in een minihuisje naast Najibs huis. Blakend van gezondheid rennen ze over het landje. Als wij langskomen, neem ik eten mee voor Najib en droogvoer voor de honden. Vaccineren van Leila en Sepehr lijkt me onnodig, alle zwerfhonden zijn in goede gezondheid en die eten alleen maar afval, denk ik bij mezelf.

Als ik op een dag op kantoor zit, gaat mijn telefoon. Het is Najib. Hij is opgewonden. Leila is ziek. Niet eten, overgeven. Ik bel een bevriende dierenarts in Teheran. Zijn eerste vraag is of ik de honden heb laten inenten. 'Nee?! Ik dacht dat jij slimmer was, Thomas.'

Via via vind ik een taxichauffeur die bereid is de honden naar Teheran te brengen. Over twee uur kan hij komen. Niet veel later belt Najib, een brok in zijn keel. Leila is dood.

Als de taxi komt, vraag ik ze om het lijk van de hond in de achterbak te stoppen, ingepakt in een tapijt. Het broertje van Leila is over zijn toeren en weigert rustig op de achterbank te zitten, dus zeg ik tegen Najib dat hij moet meerijden om de hond vast te houden. Een paar uur later komen de chauffeur, Najib, de levende hond en het lijk van Leila in de achterbak aan bij de kliniek in Teheran, waar Newsha en ik al staan te wachten.

De dierenarts trekt snel zijn conclusie. Beide honden hebben het parvovirus, een soort pest voor honden. Vaccinatie had zeker geholpen. Het is nog niet duidelijk of Sepehr het gaat redden. Die blijft achter aan een infuus. De chauffeur en Najib rijden terug, met de dode hond in het tapijt in de achterbak, om op het landje te worden begraven.

De volgende ochtend belt Najib vanuit een politiecel. Op de terugweg reed de chauffeur als een gek. De politie hield hen aan. Die zagen vervolgens een illegale Afghaan in de auto. Daarna deden ze de achterbank open en daar vonden ze een dode hond in een tapijt gerold. 'Toen ze de chauffeur fouilleerden, had die ook nog 20 gram hasj op zak. De politie heeft zijn auto geconfisqueerd', zegt Najib met een piepstem. 'Ze gaan mij deporteren.'

Ik rij vier uur naar de stad Amol waar Najib in een politiecel zit om naar Afghanistan te worden gestuurd. 'Over een week ben ik weer terug', zegt hij. Ik wil niet denken aan alle gevaren die hij loopt om zichzelf weer terug Iran in te smokkelen. Ik koop hamburgers voor hem en de agenten, in de hoop dat ze hem goed zullen behandelen.

Ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Hond dood. Taxi geconfisqueerd. Najib op transport naar de grens. Een sneeuwbal van problemen, allemaal omdat ik te laks was om de honden te vaccineren.

Die nacht slaap ik niet. Hoe ga ik dit rechtzetten? Ik weet het niet. Een paar dagen later is er in ieder geval ook positief nieuws, de witte hond, Sepehr, heeft het overleefd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.