'Een smartlap is altijd mooi'

Frans de Leef (61), schilder, columnist, zanger en ‘beroepshagenees’, schreef samen met pianist Hans Steijger Huilen in Den Haag, een smartlap voor het gelijknamige festival met toneel, dans, huilfilm, rouwrituelen en droeve liedjes....

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

‘Ik slik wel eens een brok weg bij een film. Maar echt gehuild heb ik bij Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium. Dat was van het lachen, wat ook mag bij dit festival: Leed met een knipoog is de ondertitel.’

De allermooiste smartlap?

‘Patsy, van Rein de Vries, uit 1965: Vlak bij de haven staan heel oude huizen / Somber en donker, bouwvallig en koud / Daar woont een meisje, ze noemen haar Patsy / Zij is het meisje dat veel van me houdt. Prachtige muziek ook. De rillingen lopen over mijn rug.’

En Patsy?

‘Die eindigt dood in de rivier. Het mooie van smartlappen is, ook als je een avond geen zin hebt, je komt op, je begint, de zaal gaat mee. Het is altijd mooi.’

Waarom Huilen in Den Haag?

‘Het museum Mesdag verwierf een origineel schilderij van de Huilende Zigeunerjongen, zo’n werkje waarvan na de oorlog in elk huis een reproductie hing, van J. Bragolin, de alias van schilder Bruno Amadio. De directeur van het museum bedacht toen het festival Huilen in Den Haag. Het is een breed thema met toneel, literatuur, een periodiek dat Huilnieuws heet, huilfilms, huilliteratuur, liederen over vissers die niet terugkomen van zee, verschillende rouwculturen. Maar ook lachen, het is een lach en een traan.’

U verzorgt een onderdeel getiteld Het verdriet van Baron van Westreenen?

‘Die baron was een zonderlinge Hagenaar uit de eerste helft van de 19de eeuw. Een soort Boudewijn Büch, die van alles verzamelde, vooral eerste drukken. Zijn boekencollectie is nu het museum Meermanno. Dat museum was zijn huis, met in de tuin drie grafstenen voor zijn honden. Hij was niet zo heel gelukkig in de liefde geloof ik, maar helemaal bezeten van honden. En echt verdrietig als er eentje heen ging. Ik doe er een causerie over bij het graf.’

Ik lees hier in de Arnhemsche Courant van 22 juli 1878: ‘Wanneer een zijner viervoetige huisgenooten het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, [] had er eene plegtige begrafenis plaats; de baron zelf ging, gekleed met zijn gegalonneerden rok van thesaurier en archivaris van den Hoogen Raad van Adel, als eerste rouwdrager achter het lijk, dat in een fraaije kist besloten was.

‘Hij dichtte ook voor die beesten: Ik zag u naast mijn vader treden / En kwisplend naar mijn moeder gaan / Ik zag u met vriendschap mij bejegnen / ‘K wil bij uw graf dus dankbaar staan!’

U dicht zelf ook over honden.

‘Ik zat met de baron in mijn hoofd toen ik met pianist Hans Steijger het huillied schreef, het titellied voor het festival: ‘Ziet! een pup van amper zeven weken / Haagse Jantje had er zó naar uitgekeken / In een ommezien / Plat onder lijn tien / En met het riempje in de hand / stond ’t joch te pruilen: / Mam is dit nou huilen in Den Haag?’ Het moet het lijflied van het festival worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden