Een slechte investering

Maandag 2 juli is het 25 jaar geleden dat Noord- en Zuid-Vietnam werden herenigd. De oorlog die eraan voorafging leverde de Verenigde Staten een groot trauma op: het was de eerste oorlog die Washington ooit verloor....

EEN KWART eeuw na de officiële hereniging van Vietnam kan de VS het woord nederlaag nauwelijks over de lippen krijgen. Wel tragedie of moeras, de metafoor die tijdens de oorlog in zwang raakte. Door een reeks goed bedoelde beslissingen was de supermacht verstrikt geraakt in de langste oorlog in zijn geschiedenis. 'We hebben vergissingen gemaakt, maar eerlijke vergissingen', zou de voormalige minister van Defensie MacNamara concluderen. Beslissingen die hadden moeten leiden tot 'licht aan het einde van de tunnel'.

Al in 1950 begonnen de VS zich in de richting van deze tunnel te bewegen. Toen al werd duidelijk dat de Fransen er niet in zouden slagen hun kolonie Vietnam na de Japanse bezetting te heroveren. Zoals elders in Azië had de aanvankelijke Japanse zege op de Europese koloniale overheersers een enorme stoot gegeven aan onafhankelijkheidsbewegingen. De geest was uit de fles.

Maar terwijl Washington Nederland onder druk zette om de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië te accepteren - er werd gedreigd met intrekken van de Marshall-hulp - betaalden de VS in 1950 al 80 procent van de Franse militaire inspanning in Vietnam. Hoofdreden was de frustratie over de nederlaag van de door de VS gesteunde nationalisten van generaal Chiang Kai-shek tegen het volksleger van de communist Mao Zedong in 1949 ('the loss of China'). Daardoor, geteld bij de bezetting door de Sovjet-Unie van verscheidene landen in Midden-Europa na 1945, ontstond de vrees voor het rode gevaar. Zo werd het streven naar onafhankelijkheid door de Vietnamese leider Ho Chi Minh geïnterpreteerd als een project van het wereldcommunisme.

Ho zag de VS als een bondgenoot; hij was immers door de CIA gesteund in zijn guerrilla tegen de Japanse bezetter. Indachtig de geschiedenis van de VS, ooit een kolonie van Engeland, trachtte hij Amerikaanse steun voor een afhankelijkheidsverklaring te winnen. Tot elke prijs wilde de voorlopige regering van Vietnam, die na het vertrek van de Japanners in 1945 was uitgeroepen en zes provincies in het noorden beheerste, voorkomen dat het land zou worden opgedeeld. Ho stelde de Fransen voor algemene verkiezingen te houden en onafhankelijkheid binnen vijf jaar, of uiterlijk tien jaar. Tevergeefs.

De geo-politieke dynamiek van dat moment beschikte anders. Ho proclameerde op 2 september 1945 de onafhankelijkheid van Vietnam. Maar op de conferentie van Potsdam, 16 juli 1945, waren de VS, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en China overeengekomen dat Chiang Kai-shek Vietnam ten noorden van de zestiende breedtegraad zou mogen bezetten. De Britten trokken Saigon binnen en herbewapenden de Fransen. Ho's Vietminh ging in de tegenaanval. Tegelijkertijd bleef Ho de Amerikaanse president Truman met brieven en voorstellen bestoken in de ijdele hoop dat de VS zouden interveniëren.

Na het uitbreken van de oorlog in Korea (1950) kreeg het anti-communisme van de Amerikaanse regering de overhand, aangewakkerd door de erkenning van de 'Democratische Republiek Vietnam' door China en de Sovjet-Unie. De oorlog ontwikkelde zich tot een Amerikaanse confrontatie met het communisme, hoewel de strijd aanvankelijk nog werd gevoerd door Franse troepen. Pogingen het platteland van Vietminh-nationalisten te zuiveren met een strategie van duizenden versterkte forten langs de wegen mislukten. Het doek viel voor de Fransen bij de slag om Dien Bien Phoe in 1954.

Het ondenkbare was gebeurd, een qua materieel en bewapening superieur maar gedemoraliseerd leger, werd verslagen door een gemotiveerd leger met verouderde wapens. Onderhandelingen begonnen in Genève op 26 april en Vietnam werd 'gedeeld' langs een 'voorlopige' grens. In de Geneefse akkoorden staat 'de militaire demarcatielijn is voorlopig en moet op geen enkele manier worden geïnterpreteerd als een politieke of territoriale grens.' En: 'Deze voorlopige grens zal bestaan tot 1956 wanneer algemene verkiezingen zullen worden gehouden waarbij wordt beslist over een regering voor een verenigd Vietnam.' In het zuiden werd de 'Republiek Vietnam' uitgeroepen onder leiding van ex-keizer Bao Dai.

De VS tekenden de akkoorden van Genève niet en maakten aanstalten de strijd voort te zetten. Washington zocht een Vietnamese anti-communist die sterk genoeg zou zijn om het land voor het Westen te behouden en een einde aan de 'burgeroorlog' te maken, zoals MacNamara het conflict veel later omschreef. Maar opeenvolgende Amerikaanse regeringen weigerden het Vietnamese conflict in die termen te zien. In de ogen van Washington ging het om een poging van het wereldcommunisme heel Vietnam onder zijn heerschappij te brengen en waren Noord-Vietnam en de Vietcong (de guerrilla in het zuiden) niet meer dan marionetten van China en de Sovjet-Unie.

Washington vond zijn man in 1954: Ngo Dinh Diem. Deze kon doorgaan voor nationalist, omdat hij in 1933 enkele maanden minister was geweest onder keizer Bao Dai en ontslag had genomen nadat hij de keizer ervan had beschuldigd 'niets meer te zijn dan een instrument in de handen van de Fransen'. Diem en zijn broer Thuc, een katholieke bisschop, werden in de VS 'gesponsord' door kardinaal Spellman die goede contacten onderhield met de latere president John F. Kennedy.

DIEM ONTPOPTE zich echter als kampioen van de grootgrondbezitters en zette het leger in om door de Vietminh afgedwongen landhervormingen terug te draaien. Steunend op de ongeveer 860 duizend katholieken die in 1954 het noorden waren ontvlucht na georkesteerde geruchten dat de Vietminh hun kerken zou sluiten, ontwikkelde Zuid-Vietnam zich tot een politiestaat. In 1956 bevonden zich volgens officiële cijfers 20 duizend politieke gevangenen in kampen en gevangenissen. Waarschijnlijk waren het er veel meer.

Diems steun aan de grootgrondbezitters zette kwaad bloed onder de boeren, evenals de verhoging van de pacht en de inzet van het leger. En in 1960 hervatte de Vietcong de gewapende strijd in het zuiden. Dat leidde weer tot militarisering van het platteland. Na hardhandig neergeslagen demonstraties van boeddhisten en openbare zelfverbrandingen van monniken, werd Diem een probleem. In 1963 werd hij vermoord tijdens een door de VS geïnstigeerde coup van het Vietnamese leger.

Bedroeg het aantal Amerikaanse adviseurs in 1960 nog 700, in 1963 was dat door Kennedy al uitgebreid tot 16.700. Honderden helikopters, vliegtuigen en duizenden geweren worden geleverd en miljoenen dollars besteed aan economische bijstand. Wat kon er nog fout gaan?

Corruptie zou een grote, zo niet grotere, vijand blijken. Maar ook dat werd oplosbaar geacht, terwijl corruptie een structureel onderdeel zou blijken van de relatie tussen de VS en Zuid-Vietnam. Dat bleek pas goed in de periode na 1965 toen president Johnson besloot 3500 Amerikaanse mariniers bij de basis Danang aan land te zetten. Daarmee gaf hij de aanzet tot een landoorlog. In april ging Johnson akkoord met het sturen van 82 duizend man tegen december.

Talrijk zijn de voorbeelden van corruptie die variëerden van krankzinnige prijzen die werden gevraagd aan Amerikaans personeel voor huisvesting tot een zwarte markt in alle denkbare wapens en de rol die hoge Vietnamese militairen en ministers daarin speelden, inclusief de handel in drugs en de uitbating van bordelen. Om de mythe van de Vietnamese soevereiniteit en rol van de VS als het land dat om bijstand was gevraagd te handhaven, had Washington geen jurisdictie en kon niet optreden.

In de tweede helft van de jaren zestig steeg het aantal Amerikaanse troepen tot 541 duizend in 1969. De oorlog werd nu gevochten als een industriële onderneming. Minister MacNamara, voormalige topmanager bij Ford, sprak over debet en credit, input-output matrix, productie en cost-effectiveness. Verwacht werd dat de vijand uiteindelijk de prijs voor de oorlog niet zou willen betalen. Maar opperbevelhebber Westmoreland zou later toegeven dat in 1966 al duidelijk was dat de Amerikaanse aanvoer van troepen de mobilisatie van Noord-Vietnamese nooit kon bijhouden.

De vrees voor een 'open ended' oorlog groeide, terwijl de VS hun toevlucht namen tot meer bombardementen. Het aantal aanvalsvluchten werd in 1965 opgevoerd van 2500 tot 10.000 per maand en gerationaliseerd als een poging met de vijand te 'communiceren'. Dat wil zeggen: rijp te maken voor onderhandelingen.

Miljarden dollars, honderdduizenden tonnen bommen, 58 duizend gesneuvelde Amerikanen en een à twee miljoen dode Vietnamezen zouden niet het verhoopte licht aan het einde van de tunnel brengen. Tragischer nog: de boekhouding van de oorlog klopte niet. Het tellen van gesneuvelde (body count) vijanden bleek een farce. En nog ernstiger: de bureaucratie begon in haar eigen leugens te geloven. Maar de publieke opinie in de Verenigde Staten en Europa liet zich niet misleiden: de demonstraties werden steeds grimmiger ('Hey, hey, LBJ! How many kids did you kill today?').

Officieren in Vietnam noteerden veel meer gesneuvelde tegenstanders, maar ook burgers, dan er in realiteit waren gedood omdat hun promotie afhing van 'productiequota'. Soldaten en onder-officieren, vooral afkomstig uit de niet-blanke en/of sociaal zwakke lagen van de Amerikaanse samenleving, raakten zo gedemoraliseerd dat zij hun blanke middle-class officieren bedreigden en soms zelfs om het leven brachten. Het gebruik van drugs was wijdverbreid.

In 1973 sloten partijen in Parijs een vredesverdrag. Amerikaanse troepen werden geleidelijk teruggetrokken en het Vietnamese leger hervatte de strijd met de overgedragen Amerikaanse wapens. Met het verdwijnen van de Amerikanen verzwakte de economie van Zuid-Vietnam en werkloosheid, inflatie, sociale chaos en corruptie namen toe. Het platteland was grotendeels ontvolkt, bouwland vergiftigd door het jarenlang sproeien van herbiciden om de Vietcong te isoleren van de sympathiserende bevolking. Het einde naderde. Zelfs Zuid-Vietnamese eenheden moesten voor artilleriesteun betalen. Er werd op grote schaal gedeserteerd, in 1974 170 duizend man.

Op 30 april 1975 stortte het kaartenhuis in elkaar. Het Noord-Vietnamese leger en de Vietcong trokken Saigon binnen en helikopters van Zevende Vloot begonnen met de evacuatie vanaf het dak van de Amerikaanse ambassade. De VS moesten onder ogen zien dat zij ondanks hun superieure technologie, vuurkracht, organisatietalent en vrijwel onbeperkte financiële middelen een bad investment hadden gedaan. Niet-economen noemen dat een nederlaag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden