Een sfeer van revolutie

Geen 'diepgelovige republikeinen' waren het, die in 1966 het huwelijk van Claus en Beatrix verstoorden. Volgens de actievoerders van toen was het vooral 'dik lachen geblazen'....

Woensdagavond 9 maart 1966.Han Schook, een 22-jarige rechtenstudent, rijdt naar het stadhuis op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam, waar de volgende ochtend het huwelijk van prinses Beatrix en Claus zal worden voltrokken. In de achterbak ligt een geluidsinstallatie, 2 x 110 watt, die hij op scherp gaat zetten in een woning van een kennis naast het stadhuis, in een kamer aan de straatkant.

De buurt is afgegrendeld, politie en leger slepen auto's weg, maar de zwarte Citroën Traction Avant 11 Normale van Schook mag ongehinderd door. Een vriend hoeft de volgende ochtend bij aankomst van het bruidspaar alleen maar het raam te openen en de bandrecorder aan te zetten, en het Horst Wessellied schalt over de Oudezijds. Gevolgd door een rede van koningin Wilhelmina voor Radio Oranje uit de bezettingsjaren.

Een kleine anderhalve kilometer verderop, in de woonboot van Kees Hoekert aan de Wittenburgergracht, een 36-jarige student Frans, gaan mandflessen goedkope Italiaanse wijn van hand tot hand. Hoekerts vrouw heeft haar kandidaats Frans gehaald. Plotseling staat Luud Schimmelpennink, 30 jaar, hoofd van het constructiebureau van Werkspoor Utrecht en een van de voormannen van de protestbeweging provo, met twee emmers poeder en zilverpapier in de boot. Hoekert heeft hem nog nooit ontmoet, hij kent Schimmelpennink uit de krant. 'Hier is spul om rookbommen van te maken', zegt Schimmelpennink. Hij doet voor hoe je een bommetje in elkaar draait en maakt zich uit de voeten.

's Avonds trekken de feestgangers naar het Paleis op de Dam, waar de koninklijke familie net is teruggekeerd van een diner-dansant in het Amstelhotel, om de bommetjes uit te proberen. De politie reageert paniekerig, de onruststokers gaan tevreden naar huis.

Provo heeft er in de aanloop naar het huwelijk alles aan gedaan om het gezag uit zijn tent te lokken en heeft het ene gerucht na het andere verspreid. Ze zullen de paarden van de gouden koets op hol laten slaan door ze in lsd gedrenkte suikerklontjes te voeren, op de route leeuwenstront te scheppen en de stoepranden in te smeren met 'wolvenvet'. De parel van de Jordaan, het Oranjecomité van provo, waarschuwt de politie in een pamflet: 'Merkt u dat uw paard onberijdbaar wordt, aarzel niet het onmiddellijk onschadelijk te maken.'

Schimmelpennink: 'Het broeide in de stad, er hing een sfeer van revolutie. Veel Amsterdammers waren tegen het huwelijk. De oorlog was nog niet zo lang geleden, Claus was een Duitser, die bovendien bij de Wehrmacht had gediend. Ook begreep niemand waarom het huwelijk zo nodig in Amsterdam moest worden gehouden, waar zoveel joden waren weggevoerd.'

Als Hoekert de volgende ochtend De Telegraaf ziet, slaat hem de schrik om het hart. Rellen op de Dam, kopt de krant, die rept van complete gevechten. 'Ik werd opeens bang. Ik dacht: al die jongetjes in uniform, stel dat er een in paniek raakt en gaat schieten. Het was allemaal kwajongenswerk en dat moest zo blijven. Ik besloot geen rookbom te gooien, maar een kip. Kip was Amsterdams voor straatagent. Een fladderende kip zou het geweld bezweren. Kip moet je neutraliseren met kip.'

Hoekert grijpt Eibetje uit het hok voor zijn boot, stopt de naar zijn tante ('die had spierwit haar') genoemde kip in een doos en wandelt met de feestgangers van de vorige avond de stad in. 'Eibetje wil Beatrix ook zien', zegt Hoekert bij politiecontroles als hem wordt gevraagd wat hij met die kip moet. 'Geef oom agent maar een kusje. En de generaal die naast hem staat ook.'

Hoekert staat in de Raadhuisstraat voor hij het weet. 'Nu moest ik me nog krankzinnig laten verklaren door het publiek, want dat wil alleen op gepaste afstand kijken naar een dwaas.' Steeds gekker doend met zijn kip lukt het Hoekert zich vooraan te dringen. 'Eibetje wil het ook zien', zegt hij tegen zijn buurman die terugdeinst.

Als de gouden koets vlakbij is, werpt Hoekert de kip; die terechtkomt op de arm van een palfrenier naast de koets. De koetsbediende loopt stoïcijns door en veegt bedaard de kip van zijn arm, alsof het een pluisje is. Boze Oranjeklanten gooien Hoekert vervolgens in de Herengracht. Zelf houdt Hoekert het erop dat hij zich zo in zijn rol van gek had ingeleefd dat hij van pure opwinding in het water is gesprongen. De waterpolitie is er snel bij en vaart Hoekert klem tegen de wal. Eenmaal op de kant glipt Hoekert in een taxi, die hem bij zijn boot afzet. 'De angstig fladderende kip werd gearresteerd', meldt De Telegraaf de dag erop.

Een gracht verder op de Raadhuisstraat staat Peter Bronkhorst, een 20-jarige typograaf. Hij heeft nog één bom, een grote, die moet een voltreffer worden. Terwijl hij over de menigte tuurt, steekt een wapenbroeder alvast een bommetje aan en laat dat vallen. De politie stormt eropaf en ranselt iedereen die in de buurt staat de Keizersgracht op. Bronkhorst duikt weg achter een pilaar en wacht op de koets. Als hij die in het vizier krijgt, drukt hij een brandende sigarettenpeuk in zijn bom, slingert hem richting koets en vlucht de Keizersgracht op, achtervolgd door rechercheurs. Een agent springt op de bom af en gooit het smeulende projectiel met een boog over het publiek in de gracht.

Op de gracht wacht politie te paard Bronkhorst op. Die schudt de ruiters van zich af door tussen de bomen langs het water te zigzaggen. Bij de Hartenstraat duikt hij over de afzetting, waarachter de politie de meute inmiddels heeft gedreven. De menigte vangt hem op, wijkt uiteen, laat een smalle doorgang open en sluit vliegensvlug de rijen. Bronkhorst springt bij een wildvreemde fietser achterop, die heeft geen aansporing nodig en spurt weg. 'Ach', zegt Bronkhorst 35 jaar later, 'als Amsterdams schoffie was ik wel gewend de smeris te snel af te zijn.'

Op het moment dat Annette de la Beye in de Westerkerk de sopraanaria Ich will dir mein Herze schenken uit de Mattheus Passion aanheft, schuifelen Jaap en Lia Zander onrustig heen en weer onder de arcade in de Raadhuisstraat, waar ze schuilen tegen de motregen. Er heeft nog niet één bom lekker gerookt, hun handen jeuken.

Een halfuur later hebben ze de gouden koets in het zicht. Jaap, een 23-jarige sociologiestudent, diept een bom uit zijn jaszak op, Lia, 23 en maatschappelijk werkster, steekt hem aan, Jaap gooit. (Of andersom, de lezing van het inmiddels gescheiden echtpaar verschilt.) Het is een voltreffer, de bom komt vlak voor de koets terecht, niemand kan 'm wegtrappen zonder het bruidspaar te laten stoppen. En wat nog beter is: hij rookt als een tierelier. De twee worden meteen afgevoerd naar het politiebureau in de Warmoesstraat.

Foto's van de rookwolk gaan de hele wereld over. Beatrix smiles through the smoke, kopt een Engelse krant. 'Het was de eenvoud zelf', zegt Schimmelpennink. 'Geweldloos en een prachtig plaatje in die bocht van de Raadhuisstraat. Iedereen kende provo nu.'

Hoekert: 'Provo was volmaakt geweldloos. Rookbom is een neologisme dat op 10 maart 1966 is uitgevonden, het stond niet in Van Dale. De autoriteiten hebben het verzonnen om ons te criminaliseren. We hadden slechts onschuldige rookpotten. Provo predikte vrijheid, een alternatieve leefstijl en een geweldloze maatschappij. Dat er een wereld was te winnen, bewezen de erop los knuppelende politie en marechaussee.'

Wat doen de actievoerders van 10 maart 1966 op 2 februari? De meesten zijn nog steeds republikein, of minstens niet Oranjegezind, maar vinden het sop de kool niet meer waard. Een enkeling zal zich wel roeren. Bronkhorst, net 56 geworden en glazenwasser, speelt met de gedachte weer een rookbommetje te gooien. 'Lijkt me wel geinig om ook de zoon in de rook te zetten.'

Lia de Wilde, zoals Lia Zander weer heet, is 59 en gestopt met werken. Ze zal het niet in haar hoofd halen de straat op te gaan. 'De sfeer is totaal anders. Het is veel agressiever geworden. Er komt ander volk op af dat aan het vechten en plunderen slaat. Wat me het meest is bijgebleven van die tijd is dat we ontzettend hebben gelachen.'

Hoekert (72 en 'driftig op zoek naar een vrouw'): 'Het was dik lachen geblazen. Wij waren geen diepgelovige republikeinen, welnee, we grepen dat huwelijk aan om het gezag te tarten.'

Schimmelpennink (66 en industrieel ontwerper) is actief in het comité Het Witte Plein, dat op de huwelijksdag van de kroonprins een tegengeluid wil laten horen op het Spui: 'Je kunt wel zeggen: wat kan dat meisje eraan doen dat haar vader lid was van een fascistisch regime. Maar juist bij een monarchie is dat belangrijk. Die gaat over van ouder op kind. Dus is de achtergrond van de toekomstige koningin heel belangrijk.'

Jaap en Lia Zander werden 'wegens het afsteken van ernstvuurwerk zonder vergunning' in hoger beroep veroordeeld tot vier weken cel, waarvan twee voorwaardelijk. Ze zaten hun straf uit in de kerstvakantie van 1966, Jaap in het Huis van Bewaring aan het Kleine-Gartmanplantsoen, Lia in dat van de Havenstraat. Ze kregen daar veel fanmail.

Met de kip liep het beter af. Stadsreiniging leverde haar nog de dag van haar 'arrestatie' af bij de kinderboerderij van Artis.

Het Horst Wessellied en de toespraak van haar oma bleven Beatrix bespaard. De handlanger van Han Schook, die de bandrecorder zou aanzetten, versliep zich.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden