Een serieus virus

Een nieuw en voor de mens dodelijk virus waart rond. Tijd voor mondkapjes? Of bewijst het tumult rondom MERS gewoon dat we steeds beter worden in het ontdekken van nieuwe virussen?

Deze maand precies een jaar geleden kreeg viroloog Ali Zaki een telefoontje dat hem zijn baan zou kosten. Zaki was verbonden aan het Dr Soliman Fakeeh-ziekenhuis, een hagelwit ziekenhuis met hoge, gekromde ramen en marmeren vloeren, dat als een paleis oprijst in de Saoedische kuststad Jeddah. Aan de lijn was een collega die zich zorgen maakte om een 60-jarige patiënt met hardnekkige longontsteking. Of Zaki wist wat het was.


Zaki testte speekselmonsters van de patiënt op de voor longontsteking gebruikelijke virussen: adenovirus, parainfluenza, RSV. Niets. Toch gingen de cellen die hij op kweek zette dood - een aanwijzing dat er in zijn petrischaaltjes een virus zat.


'We hadden het geluk dat Zaki vastbesloten was om uit te zoeken wat het was', zegt de Rotterdamse viroloog Bart Haagmans achteraf. 'Hij stuurde ons monsters van de patiënt, omdat wij hier meer kunnen.' De Saoedische patiënt was toen al overleden.


Op de afdeling virologie van het Erasmus MC trof men een virus dat als twee druppels water lijkt op het SARS-virus dat tien jaar geleden kort maar heftig opvlamde (ruim 8.000 zieken, 775 doden). Een klein, compact bolletje, met stekels aan de buitenkant. Aflezen van een stukje genetische code gaf de doorslag: een 'coronavirus'. Familie van het SARS-virus. Maar wel een familielid dat virologen nog niet eerder bij de mens hebben gezien.


Voor Zaki liep het minder goed af. Nadat hij een alarmmelding had gepost op een medische website, werd hij ontslagen. Onder druk van het Saoedische ministerie van Volksgezondheid, dat niet blij was met de negatieve aandacht, mailt hij desgevraagd vanaf de Ain Shams University in Caïro, waar hij nu werkt. 'Ja, ik ben ontslagen vanwege het alarm om het coronavirus. Maar de actie van het ziekenhuis was gebaseerd op een verzoek van het ministerie.' Spijt heeft hij niet. 'Ik vond dit wel mijn plicht. Dit is een serieus virus.'


Een serieus virus. 64 patiënten zijn er inmiddels wereldwijd bevestigd, van wie 38 personen overleden, zo blijkt uit cijfers die de Wereldgezondheidsorganisatie WHO deze week bekendmaakte. Overwegend vielen de slachtoffers in Saoedi-Arabië: 49 patiënten, 32 doden. Maar ook in Jordanië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Tunesië, Duitsland, Frankrijk, Italië en Engeland waren er zieken: in de regel mensen die op reis waren geweest in het Midden-Oosten en die toch al waren verzwakt door ziekte of ouderdom, plus hier en daar een familielid dat met een zieke omging. Het lijkt een kwestie van tijd voor er een Nederlands geval opduikt.


Waar het virus vandaan komt? Niemand die het weet. Vleermuizen zijn een mogelijkheid, maar deze week noteerden Duitse artsen in vakblad The Lancet dat in elk geval één slachtoffer ziek werd kort nadat hij voor zijn zieke kameel had gezorgd. Pikant detail: het nieuwe coronavirus vertoont enkele sterke overeenkomsten met een virus dat vier jaar geleden werd aangetroffen in nota bene onze eigen Achterhoek, tijdens een routinezoektocht naar nieuwe virussen bij vleermuizen. 'Niet om je nerveus te maken', zegt aan het Leids Universitair Medisch Centrum viroloog Eric Snijder. 'Maar het geeft wel aan dat dit overal kan gebeuren.'


Verkoudheid

Tot 2003 waren er bij de mens twee coronavirussen bekend, met de laboratoriumnamen 229E en OC43. Doodnormale, onschuldige verkoudheidsvirussen - totdat het coronavirus SARS toesloeg. Na SARS vonden virologen nog twee tamelijk onschuldige coronavirussen bij de mens: de verkoudheidsvirussen NL63 en HKU1. 'Je moet beseffen dat coronavirussen bij alle diersoorten voorkomen', zegt Snijder. 'Bij muizen, vleermuizen, vogels, honden en katten - het moeten er duizenden zijn.'


Het waren de Rotterdamse virologen zelf die over SARS begonnen, in hun allereerste beschrijvingen van het nieuwe virus. Geen wonder: het nieuwe virus lijkt op het SARS-virus, geeft net als het SARS-virus longontsteking, is even dodelijk. Zelfs de naam van de ziekte - MERS, kort voor Middle East Respiratory Syndrome - klinkt even knarsend als SARS.


Maar ho stop, er zijn ook belangrijke verschillen, benadrukken Haagmans en Snijder, die de moleculaire machinerie van het virus bestuderen. Dat kwam al aan het licht toen virologen inzoomden op de genetische 'letters' van het MERS-virus. Het nieuwe virus is niet direct verwant aan het SARS-virus, maar meer aan twee vleermuizenvirussen. 'Het zit echt heel ver weg van het SARS-virus', zegt Haagmans.


Dat werd ook duidelijk toen Haagmans en collega's uit onder meer Utrecht de uitsteeksels van het MERS-virus beter bestudeerden. Die uitsteeksels gebruikt het virus als een sleutel, om cellen binnen te komen. Het onderzoek leverde een vloedgolf van verrassingen op. Eerste verrassing: de sleutel van het MERS-virus past op een ander slot dan die van SARS - een slot waarvoor kenners de toverspreuk 'dipeptidyl-peptidase-4' gebruiken. Bij mensen zit dat DPP4-slot alleen op cellen diep in de longen. Dat lijkt goed nieuws: je zult veel van het virus moeten binnenkrijgen om geïnfecteerd te raken, en het zal nog niet eenvoudig zijn een medemens te besmetten. 'Het was in elk geval vervelender geweest als het virus, net als bijvoorbeeld verkoudheid, hoog in de luchtweg zou aangrijpen', zegt Haagmans.


Wel even afwachten of het daarbij ook blijft. 'De evolutie van zo'n virus voorspellen is heel moeilijk', zegt Snijder. Deze week publiceerden Duitse onderzoekers bovendien aanwijzingen dat de sleutel van het MERS-virus ook past op cellen in de nieren. Dat zou meteen verklaren waarom nierfalen bij MERS zo'n veel voorkomende complicatie is.


Verrassing twee: terwijl het SARS-virus uiteindelijk helemaal was afgestemd op mensencellen, passen de stekels van het MERS-virus ook nog op dierencellen. 'Het groeit nog op vleermuiscellen', zegt Haagmans. De vraag is daarmee hoe lang het virus al mensen besmet. 'Misschien gebeurt dit al honderd jaar, en hebben we er domweg geen weet van', zegt Snijder. 'Hoe groot is het probleem? We hebben geen flauw idee', erkent Haagmans.


Alarmbellen

Een jaar na dato is dat de stand van zaken - en de nervositeit groeit. 'Een dreiging voor de hele wereld', noemde directeur-generaal Margaret Chan van de WHO het MERS-virus een paar weken geleden opeens. Dat was weloverwogen: op de jaarvergadering van de WHO in Genève, vol in de schijnwerpers van de wereldpers. 'Dit zijn alarmbellen waarop we moeten reageren', oreerde Chan. 'Het nieuwe coronavirus is niet een probleem dat een afzonderlijk land voor zichzelf moet houden; het is een dreiging voor de hele wereld.'


Maar niet iedereen gaat daarin mee. Het RIVM, dat kort voor Chans toespraak reizigers nog opriep om in het Midden-Oosten niet te veel om te gaan met dieren, benadrukte daags na de donderpreek dat MERS in Nederland 'nog geen issue' is. Er kwam een advies voor huisartsen en uit de mond van de woordvoerster vloeiden kalmerende woorden: 'We zitten in de fase van paraatheid, maar er is voor ons niet veel veranderd, ook al heeft die mevrouw van de WHO dit nu geroepen.'


Haagmans snapt het wel. Zie de preek van Chan vooral als vermaning richting Saoedi-Arabië en als oproep tot meer samenwerking, zegt hij. 'Saoedi-Arabië geeft weinig informatie over zijn patiënten. En als we meer willen weten over de bron, dan moet er ter plaatse onderzoek worden gedaan.'


Heel anders was het gelopen als Zaki een jaar geleden de telefoon niet had opgenomen. Het medische spoedverkeer van de afgelopen maanden kwam immers tot stand op de snelwegen die de medische wetenschap na SARS aanlegde, bedoeld om eventuele nieuwe virusuitbraken zo vroeg mogelijk te vinden. 'Dat we het nu op het spoor komen, is eigenlijk een beetje toeval', erkent Haagmans. 'Maar het toont ook aan dat het huidige systeem van vroege detectie effectief is en we snel tot diagnostiek kunnen komen. Voordat er werkelijk iets gebeurt, heb je zo'n virus al te pakken.'


Aan het MERS-virus zelf zal het niet liggen. Dat zit daar maar, ergens; hoort niet, ziet niet. Vier nieuwe sterfgevallen, bevestigde het Saoedische ministerie van gezondheid deze week, twee in het oosten en twee in het westen.


Misschien is MERS de nieuwe SARS in wording, of misschien is het dat niet, en is de uitbraak meer een fata morgana, een van de dierziekten die je kunt krijgen door te veel met je kameel te knuffelen. Wie weet speelt het al decennia, eeuwen.


'Je weet niet wat er precies gaat gebeuren', zegt Haagmans. 'Zeg je dan: we gaan al het mogelijke in het werk stellen? Of wachten we gewoon nog even af?'


Hoe is het met SARS?


'Het SARS-coronavirus is niet verdwenen', zegt Eric Snijder (LUMC). 'Het is alleen uit het zicht.' De SARS-uitbraak schrok begin 2003 de wereld op, begon zich vanuit Zuidoost-Azië over de wereld te verspreiden - en was in juni 2003 weg, met achterlating van 775 doden en 7.500 overlevenden. De bron is nooit met zekerheid gevonden: civetkatten waren weliswaar aangever van het virus, maar naar virologen aannemen ook 'slechts' doorgeefluik van het virus van een ander dier. In 2005 toonden twee studies een sterk op het SARS-virus lijkend virus aan in Chinese vleermuizen.


Prikje komt zo

'We hebben in feite al een kandidaat-vaccin', zegt Bart Haagmans (Erasmus MC). Doordat de virologen de aanhechting van het virus aan cellen al tot in detail menen te begrijpen, is het volgens Haagmans 'vrij eenvoudig' om daar een stokje voor te steken - een molecuul dat de aanhechting blokkeert. Alleen: er zal wel een industriële partner aan te pas komen om het vaccin echt te maken. Ook de kandidaat-vaccins tegen SARS bleven uiteindelijk op de tekentafel liggen: de uitbraak was voorbij voordat het vaccin goed en wel in productie kwam.


Kopieer mij!

'Slim' en 'geavanceerd'. Praat met een viroloog over het MERS-, SARS- of een ander coronavirus, en het valt op dat deskundigen enige bewondering maar moeilijk kunnen onderdrukken.


In virusland gelden coronavirussen als uitermate verfijnd, de ninjameesters tussen de dommekrachten. Hun genetisch materiaal behoort met een lengte van 25 tot 32 duizend 'letters' tot het omvangrijkste van alle virussen in hun klasse; de uitsteeksels waarmee ze zich aan andere cellen vastgrijpen zijn eerder vernuftige biologische grijpers dan ordinaire stekels; en de moleculen waarmee ze zich vermenigvuldigen zitten vol dubbele bodems en ingenieuze trucs.


Zoals alle coronavirussen is MERS een zogenoemd RNA-virus: het erfelijk materiaal zit niet opgeslagen op een harde schijf van dubbelstrengs-dna, maar op een enkele streng genetische letters, in feite een op drift geraakt boodschappenbriefje. Op dat briefje staat uiteindelijk maar één boodschap: kopieer mij.


Eenmaal in de cel van de patiënt - de 'gastheer', zeggen virologen royaal - laat het virus dat briefje lezen aan de machinerie van de cel. Nietsvermoedend begint de cel dan kopieën van het virus te maken, net zo lang tot hij eraan bezwijkt. De afweer begint tekeer te gaan, bacteriën kunnen zich ermee gaan bemoeien, en de ziekte is een feit.


Bij MERS-, SARS- en andere coronavirussen is de boodschap 'kopieer mij' opgehakt in 15 of 16 deelboodschappen, met een paar geniepige extra instructies tussendoor die de cel influisteren om het virus met rust te laten. Het SARS-virus laat de cel bijvoorbeeld een eiwit maken dat de afweerstof interferon dwarsboomt - ongeveer als een inbreker die bij binnenkomst het inbraakalarm onklaar maakt. Het goede nieuws: MERS lijkt dit mechanisme niet te hebben. Als dat klopt, hebben artsen mogelijk al een antiviraal middel op de plank, interferon.


En dan aan de slag. Simpele RNA-virussen, zoals het poliovirus, vermenigvuldigen zich nogal rechttoe-rechtaan: ze halen een eiwitfabriekje ('ribosoom') uit de gastheercel erbij, en laten hun erfelijke informatie in één klap uitlezen. Bij coronavirussen zoals MERS gaat dat subtieler: ze produceren extra RNA-moleculen, waardoor de gastheercel hun erfelijke informatie in meerdere 'leessessies' afleest. Gevolg is dat de hoeveelheid eiwitten is afgestemd op wat er nodig is voor vermeerdering.


De gastheercel die het virus-RNA begint uit te lezen, opent zodoende een hele doos van Pandora aan moleculen, die elkaar in stukjes beginnen te knippen, aan elkaar plakken of zich nogmaals laten uitlezen. Een coronavirus heeft daarmee wel wat weg van een computervirus dat allerlei onderdelen begint te installeren als je eenmaal op 'uitpakken' klikt.


In de cel liegt het resultaat er niet om. Er ontstaan virusenvelop-eiwitten, virusuitsteeksel-eiwitten, en moleculaire 'klosjes' waaromheen het virus-RNA zich kan opwinden - en even later dobbert er in de cel een nieuw virusdeeltje, identiek aan het origineel, en klaar voor verdere vermenigvuldiging: kopieer mij, kopieer mij.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden