Een schreeuw van opluchting om de kunst

Na een klagerige periode lijken instellingen voor kunst en cultuur de bakens te verzetten. Het leukste nieuws van de week kwam niet van de beurzen, maar was een trio verhalen over dwarskijken in de kunst. Dat het Concertgebouworkest een 'economische top' in Brazilië mede-organiseert - daarvan kan nog worden gezegd dat het in de rede ligt. Maar de discussie over het opheffen van conservatoria is dat zeker niet. Ook verrassend was de aankondiging van het Wereldmuseum in Rotterdam dat een deel van de collectie zal worden verkocht om een exploitatiefonds te vormen. Zijn deze ideeën uit de kunstsector behalve verfrissend ook verstandig? En: kunnen andere instellingen er iets van leren?

Het initiatief van het Concertgebouworkest is een voorbeeld van merkextensie. De gedachte hierachter is dat een bestaande markt met het bestaande merk ook bediend kan worden met andere dan muziekdiensten. De marge op andere diensten kan worden gebruikt om de verlieslatende muziekdiensten te subsidiëren.

Kranten doen het (koop bij deze krant uw kwaliteitsdvd's), universiteiten doen het (bijvoorbeeld met de verkoop van peperdure sweat-shirts), musea doen het (in de museumshop), dus waarom zou het Concertgebouworkest het niet doen? Inderdaad: opgelegd pandoer. Het is vreemd dat kunstinstellingen met een sterk merk hier niet vaker gebruik van maken. Wel grondig onderzoeken graag.

De discussie over het sluiten van conservatoria is fundamenteler. De hamvraag: zou het niet verstandiger zijn streng te kiezen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit?

Hoger kunstonderwijs loopt aardig in de papieren. Een blik op het jaarverslag van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, leert dat er per student per jaar een kleine twintig mille verspijkerd wordt. Bij een gemiddelde studieduur van ruim zes jaar kost het opleiden van een theatermaker, muzikant of beeldend kunstenaar dus grofweg 120.000 euro. Zo'n investering in kunstonderwijs aan een individu is een verstandige keuze als die rendeert, financieel, maar ook in maatschappelijke zin. Om rendement bij zo'n hoog kostenniveau mogelijk te maken, lijken harde selectie en exclusiviteit voorwaardelijk. En dat is precies waar het aan ontbreekt, erkennen mensen in de sector nu zelf, aldus een stuk in de Volkskrant van deze week. Omdat voor kunstonderwijs een zekere schaal nodig is, leidt het doorvoeren van de redenering onherroepelijk tot sluiting van een aantal instellingen. Minder, maar beter, is dan de uitkomst.

Dus? Kunstonderwijs fundamenteel doordenken en opnieuw uitvinden. Zonder taboes.

Niet geheel nieuw, maar toch taboedoorbrekend is het plan van directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum om een deel van de collectie te verzilveren en van de opbrengst een fonds te vormen. Het rendement op dit fonds wil hij in de toekomst gebruiken om exploitatietekorten aan te zuiveren. Nogal wat collega-museumdirecteuren zijn hier verbolgen over.

Bremer maakt gebruik van een bijzonderheid in de boekhouding van musea. Volgens normale boekhoudprincipes zou de waarde van de collectie op de balans moeten staan. Voor alle Nederlandse musea samen zou dit oplopen tot vele (tientallen?) miljarden euro's.

Om allerlei redenen blijft de collectie echter buiten de boeken. Het jaarverslag van een museum leest daardoor als dat van een bioscoop: kaartverkoop, shop en horeca als omzet; huur en personeel als kosten; en vastgoed als grootste balanspost. De waarde van de collectie van Nederlandse musea is dus één grote stille reserve, die met een beetje bankierslogica aan het werk kan worden gezet. Via verkoop van één grote pluk, gecombineerd met fondsvorming, zoals Bremer beoogt. Maar waarom geen museum-beleggingsfonds gemaakt, waarbij kunstliefhebbers kunnen participeren in de waardeontwikkeling van de collectie? Of een verkoop- en terughuurconstructie met een financiële instelling?

Het begint te borrelen van ideeën in de kunst- en cultuursector. Taboes worden doorbroken. Ik schreeuw van opluchting.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden