Een schone lei Rotterdam vijftig jaar trots op de Wederopbouw

Rotterdam is zo goed als af. Nadat Duitse bommenwerpers in mei 1940 de binnenstad in puin hadden achtergelaten, werd een ambitieus wederopbouwprogramma opgesteld....

Nee, zum Tode betrübt waren de meeste Rotterdammers niet toen ze na het Duitse bombardement in mei 1940 de rokende restanten van hun binnenstad in ogenschouw gingen nemen. Natuurlijk, de duizend slachtoffers van deze vloek van de tijd zouden nooit vergeten worden, maar het Rotterdam van voor dit Armageddon? Een lelijke stad die zijn historische kenmerken had opgeofferd aan een snelle economische groei. Of zoals architect Jan Wils het kort na de verwoesting verwoordde in een tweeregelig briefje aan ir W. Witteveen, de aartsvader van de wederopbouw in Rotterdam: 'Jammer dat dit nu is gebeurd. Maar het was natuurlijk ook niet heel veel'.

W. van Es, in de jaren vijftig en zestig stedebouwkundige in Rotterdam, later stadsvernieuwer, nóg later directeur Volkshuisvesting en nu nauw betrokken bij de manifestatie 50 jaar Wederopbouw 50 jaar toekomst: 'Ondanks het drama ontstond er met name in vakkringen bijna een sfeer van welbehagen. Om het eens grof te zeggen: Dat hebben die Moffen toch mooi voor ons gedaan! De binnenstad van toen werd ook door de meeste Rotterdammers zelf als lelijk ervaren.' En C. Wagenaar, de architectuur-historicus uit Groningen die enkele jaren geleden promoveerde op de wederopbouw van Rotterdam: 'Het was in zekere zin een blessing in disguise, want er ging aan Rotterdam bepaald geen belangwekkende historische stad verloren. De inwoners waren voor de oorlog apetrots op de haven, maar niet op de stad'.

Sinds die dag in mei wordt Rotterdam overheerst door het lawaai van de vooruitgang. Op welke plek in de stad je ook staat, tussen de Turkse bazaars in de Afrikaanderwijk, het klatergoud van het Weena of de opeengepakte forensen in de Alexanderpolder, altijd hoor je tsjak, tsjak, tsjak, het doffe gebonk van betonnen palen of stalen kolommen die de grond in worden gestampt. Soms zijn de echo's zo dominant dat ze elk straatrumoer overstemmen. Een andere keer zo ijl dat het lijkt alsof de wind ze zal doen verstommen. Het kenmerk van een stad die nog altijd werkt aan zijn herrijzenis. 'Als je in dit land wilt zien wat ware wederopbouw inhoudt, moet je in Rotterdam zijn', zegt Wagenaar.

Met Warschau, Belgrado, Hamburg, Coventry, Münster en Londen heeft Rotterdam gemeen dat grote delen van de stad tijdens de oorlog door een bommenregen in de as werden gelegd. Waar in al die gevallen na 1945 werd getracht een replica van de vooroorlogse stad te bouwen, brak Rotterdam rigoureus met zijn eigen verleden. Dat had niet alleen met de gebrekkige historische erfenis van het oude Rotterdam te maken. Crisis, oorlog, armoede en depressie, kortom al die angstige tijden van weleer zouden nooit meer weerkeren, was de stellige mening van de maatschappelijke en economische elite in de havenstad. Die heilsverwachting moest zich weerspiegelen in een nieuwe stad die ordelijk, schoon, overzichtelijk, modern en in de eerste plaats maakbaar diende te zijn.

Tóch een sterk staaltje van die Rotterdammers. Sommige plaatsen in het volledig geruïneerde Duitse Roergebied trachtten na 1945 de breuk met het donkere ideologische verleden gestalte te geven door een compleet nieuwe stad in de steigers te zetten. Toch werden er altijd weer concessies aan de bestaande bebouwing gedaan, waardoor er een halfwas resultaat uitrolde. In de duffe fifties maakte Rotterdam onder planologen en stedebouwkundigen in Europa en de Verenigde Staten juist naam door alle schepen achter zich te verbranden.

Wagenaar: 'Na het bombardement hebben Witteveen cs van het stadshart bewust één groot opgespoten weiland gemaakt, waar ze hun handen volledig vrij hadden. Niet alleen het puin werd afgevoerd, ook de fundamenten, en alle leidingen en rioleringen. Bovendien werd alle grond onteigend. Vooral dat laatste bood hen de grootst mogelijke speelruimte. En vergeet niet dat er al een blauwdruk van Witteveen uit de jaren dertig lag. Hij wilde die stad al lang op grondige wijze aanpakken. Nu dacht hij eindelijk zijn gang te kunnen gaan'.

Goed beschouwd werd Witteveen zelf het grootste slachtoffer van de wederopbouw. Nog tijdens de oorlog werd hij door een gerichte actie van de Club Rotterdam aan de kant geschoven. Deze elite van havenbaronnen en industriëlen (aangevoerd door C. van der Leeuw, directeur van het qua architectuur baanbrekende Van Nelle-fabriekscomplex) meende dat zijn rechterhand ir C. van Traa (meer een teamleider dan een ontwerper) beter in staat was met Rotterdam een brug naar de nieuwe tijd te slaan. Witteveens Basisplan voor de Wederopbouw was door de duidelijke scheiding tussen wonen, werken, verkeer en openbare ruimte in stedebouwkundig opzicht weliswaar revolutionair, maar de architectonische uitvoering van zijn concept had eerder iets kneuterigs en behoudends.

Van Es: 'Het was op het lullige af. Als je Witteveen zijn gang had laten gaan was Rotterdam net zoiets als Warschau geworden. Een stad met van die leuke, gezellige historische pandjes. Hij zocht het in een sterk ambachtelijke esthetiek die nauw aansloot bij onze bouwtradities uit de achttiende en negentiende eeuw, en wilde Rotterdam restylen tot zo'n typische Hollandse stad uit de Gouden Eeuw. De zakenwereld wilde dat per se niet. Witteveens keuze had overigens ook een politiek aspect. Tegenover de Duitse bezetters wilde hij vooral het architectonische erfgoed van eigen bodem in stand houden'.

Wat in dat verband onderbelicht bleef was dat de Duitse bezetters ook enige tijd gewerkt hebben aan eigen plannen voor het opbouwen van de stad die ze op veertien mei 1940 in tien minuten tijd van zijn hart beroofden. Seyss-Inquart voorzag een grootse toekomst voor Rotterdam binnen het Derde Rijk en verwachtte dat het concurrerende havensteden als Londen en Hamburg ruimschoots zou overvleugelen. Bij zo'n weidse visie hoorde natuurlijk een metropool met een Teutoonse uitstraling. Ook nazi-bouwheer Alfred Speer richtte zijn vizier kortstondig op Rotterdam. Hij liet een vaste medewerker regelmatig naar Rijnmond afreizen om bij Witteveen over de schouder mee te kijken. Tot 1942. Daarna lieten de nazi's het kale Rotterdam voor wat het was. Elke kuub beton was voortaan nodig voor de bouw van bunkers en tankgrachten.

Het door Van Traa na 1945 aangepaste Basisplan gold tot halfweg de jaren zestig als leidraad bij de wederopbouw. In die decennia was Rotterdams worsteling met de nalatenschap van het bombardement omgeven met een mythisch aureool. In die tijd werden honderdduizenden Nederlanders in bussen op wederopbouw-excursie langs de Nieuwe Maas gestuurd om zich te verwonderen over de geboorte van een nieuwe stad. Dáár zou zich het Walhalla van de nieuwe architectuur bevinden waar een permanente kruisbestuiving tussen modernen en hypermodernen aan de gang was. De feiten lagen een slag anders. In Rotterdam namen de traditionalisten (veelal werkend vanuit nieuwe inzichten, dat wel) óók een flink deel van de stad op de schop. En in die era verrezen óók in Rotterdam oerlelijke en saaie bouwsels met de regelmaat van de klok.

Het waren wél de modernisten die het eigentijdse imago van Rotterdam in die jaren van wederopbouw bepaalden. Met hun Bijenkorf (Breuer, 1957), Groothandelsgebouw (Van Tijen en Maaskant, 1951), Warenhuis Ter Meulen (Van den Broek en Bakema, 1951), Aankomsthal van de Holland-Amerika Lijn (Van den Broek en Bakema, 1949), en Bouwcentrum (Boks, 1949). Plus natuurlijk de Lijnbaan (Van den Broek en Bakema, 1953), het eerste winkelcentrum in Europa waar het primaat bij de voetganger lag. Het was lang hét stedelijk export-artikel van Rotterdam. Wagenaar: 'In Dresden maar ook in Warschau en vooral in veel Britse steden zijn in die tijd Lijnbaan-achtige constructies gebouwd. Voor iedereen die zich in die periode met stadsplanning bezighield was het the place to be'.

Het huidige aanzien van de stad Rotterdam wordt bepaald door de ontwikkelingen die de laatste vijftien jaar in de stad hebben plaatsgevonden. De brede boulevards langs de Maas en de torenbebouwing langs het Weena geven Rotterdam een sterk mondiaal, city-achtig karakter. Wagenaar: 'Als je in Gouda staat zie je Manhattan aan de Maas, maar het is slechts een van de fragmenten in die naoorloogse collage. Het zal nooit het overheersende stadsbeeld in Rotterdam worden.'

Van Es moet altijd een beetje lachen om dit soort verkoop-praatjes. Zijn scepsis wordt elke keer gevoed als hij het Centraal Station verlaat en oog in oog komt met de grandeur van de internationale zakenstad. Links ziet hij een gebouw dat het huidige Rotterdam symboliseert, Abe Bonnema's beroemde spiegelpaleis van verzekeraar Nationale Nederlanden. Rechts valt zijn blik op een van die bakens van het post-1945 tijdperk: het nog altijd oerdegelijke en functionele Groothandelsgebouw. 'Dat kantoor van Nationale Nederlanden is dan voor mij feitelijk niet meer dan een vrij massieve betonnen pilaar met een glazen velletje. Het Groothandelsgebouw is na al die jaren nog springlevend. Het is een geniaal gebouw dat steeds het gezicht van een andere tijd aanneemt'.

In het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) in Rotterdam discussiëren onder leiding van Felix Rottenberg vrijdag van 10 tot 14 uur deskundigen over stedebouwkundige visies op De Randstad Holland, variaties op het thema stad.

In het kader van de Dag van de Architectuur worden 2 juli in Rotterdam talloze rondleidingen, lezingen en bustours georganiseerd waarbij de periode ná de Wederopbouw, 1970-1995, centraal staat.

In het Maritiem Museum is nog tot en met 27 augustus de tentoonstelling Voor de bommen vielen. In een 120 meter lange Romney-loods aan de Oude Haven is tot 18 september de manifestatie 50 jaar Wederopbouw 50 jaar Toekomst.

Het Historisch Museum toont vanaf begin juli een nieuwe stadshistorische tentoonstelling met speciale aandacht voor de wederopbouw. Tenslotte exposeert het NAI de 130 ontwerpen die werden ingezonden voor een prijsvraag over architectonische beelden van de verhouding tussen Randstad en Groene Hart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden