Een schoen met sex-appeal

Vreemde verschijning: de winterwandelaar. Het lichaam verpakt in thermo-ondergoed, de wangen rood van inspanning en aan de voeten geen bergschoenen, maar hightech tennisrackets....

In de Verenigde Staten behoort het zogeheten snow-shoeing tot de snelstgroeiende sporten en ook in Nederland stijgt de belangstelling. Dat komt omdat vergaande innovatie de sneeuwschoen niet alleen meer gebruiksgemak geeft, maar vooral meer sex-appeal.

Vroeger bonden alleen bebaarde pelsjagers en indianen de sneeuwschoen onder, tegenwoordig zetten dagjesmensen, snowboarders en zelfs joggers koers over maagdelijke sneeuwvlakten. Met in hun hoofd een vals soort Star-Trekromantiek: to boldly go where no man has gone before.

De wedergeboorte van de sneeuwschoen begon in 1990 met een afstudeeropdracht van de Amerikaan Perry Klebahn. Die verving het traditionele frame van essenhout door vliegtuigaluminium en de bespanning van ongeloogd leer door vorstbestendig kunststof. Hij verruilde de wiebelige enkelbandjes voor snowboardbindingen en monteerde flinke metalen punten, die uitglijden onmogelijk maken.

Met het patent op dat ontwerp richtte Klebahn het sneeuwschoenenmerk Atlas op en ontketende een revolutie onder fabrikanten. Tegenwoordig voldoet al het aanbod in de winkel min of meer aan deze beschrijving.

Maar de oervorm blijft. Archeologen troffen in Azië zesduizend jaar oude sporen aan van sneeuwschoenen, terwijl ook Noord-Amerikaanse indianen sinds jaar en dag naar hun bear paws of Michigans grijpen na een zware sneeuwbui. De berenpoot, een korte, ovaalvormige sneeuwschoen, is ontworpen om mee te ravotten in het bos.

De Michigan is langwerpig en even koersvast als onhandelbaar. Andere modellen zijn een compromis tussen de uitersten van wendbaarheid en koersvastheid. Ook geldt: hoe zwaarder de wandelaar, of hoe fijner de sneeuw, hoe groter de schoen.

Sneeuwschoenen kosten tussen de twee- en vijfhonderd gulden. Amerikaanse fabrikanten als Atlas, Tubbs, Sherpa en MSR domineren de markt en maken beslist goede schoenen. Ze onderscheiden zich door gewicht (variërend van één tot drie kilo), ergonomie (het verschil tussen linker- en rechterschoen groeit) en het veersysteem.

Dat laatste nieuwigheidje voorkomt dat de achterkant van de schoen bij elke stap door de sneeuw sleept. Dat is vermoeiend en maakt achteruitlopen of omkeren tot een avontuur op zich. Maar teveel vering is niet best. Dan krijgt de wandelaar een lading sneeuw in zijn nek, omdat het achterdek van de schoen te hard omhoog komt.

Wie eenmaal een keuze heeft gemaakt, laat met ferme passen de massa achter zich. Geen ellenbogenwerk bij de stoeltjeslift of op de voorgebaande loipes, maar een tocht door een stille wereld waarin sneeuw knerpt onder de voeten en gevoelens worden gewekt die vaag doen denken aan fris gewassen lakens.

De Montreal Snowshoe Club organiseert sinds 1840 wedstrijden met gebogen knie en schuifelende pas. Het record op de honderd meter benadert - sinds de toepassing van aluminium en koolstofvezel - de twaalf seconden.

Alleen de decoratieve waarde van de moderne sneeuwschoen baart zorgen. Het is geen gezicht, zo'n postindustrieel ontwerp aan een spijker in een blokhut.

Noël van Bemmel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden