Een schitterend ventje

Hij is dood, die springlevende bruisende sprankelende gozer die van alle zangers het beste kon zingen en van alle dansers het beste kon dansen....

Ze zeggen dat ze zijn hart in het universiteitsziekenhuis van Los Angeles nog zeker een uur op gang hebben geprobeerd te brengen. Dat moet een behoorlijk nutteloze bezigheid zijn geweest. D’r wordt iemand binnengebracht door de jongens van de ambulance en de dokters zien het natuurlijk meteen: niks meer aan te doen. Nou goed dan, zet de crash car nog maar even klaar.

Net zo gemakkelijk. Daar hoef je geen tien afleveringen van E.R. voor te hebben gezien.

Dan duurt het nog eigenlijk best lang voordat de officiële bevestiging volgt, door de ‘lijkschouwer van Los Angeles’, die wereldkundig maakt dat Michael Jackson is overleden. Het werd al even rondgetwitterd en nu blijkt het gerucht te kloppen. In Los Angeles is het dan donderdagmiddag, rond half vijf. In Nederland is het half twee ’s nachts.

Wat later rijd ik over de A10 naar huis. Ik heb avonddienst gehad bij de krant waarvoor ik twintig jaar geleden begon te schrijven over popmuziek. Daar ben ik in 1995 mee opgehouden, maar Michael Jackson heb ik al die jaren met me meegezeuld: om de zoveel tijd was er wel iets aan de hand waarvan je parmantig kon denken dat je er wat over te melden had. Nu dit dus – ik heb zojuist in een stukje van zes-, zevenhonderd woorden een muzikale carrière van 45 jaar samengevat.

Kijk maar, zeg ik in de auto hardop tegen mezelf. Kijk maar, daar is ie weer. Hoe is het mogelijk.

Ik duw op de knop van de autoradio en scan de zenders. Geen Michael Jackson te horen. Allemachtig, wat is dit voor een land. Nog een keer scannen. Weer niks. Een onbenullig dancenummertje dan maar. En nog eens scannen.

Hé, daar zul je hem hebben: P.Y.T. (Pretty Young Thing). Michael Jackson. De presentator van Radio 538 is al bij het afkondigen vergeten wat de titel ook alweer was. Een jongen uit Amsterdam belt op. Hij wil op de radio graag even vertellen hoe belangrijk Michael Jackson voor hem geweest is.

Ik ben zelf ook van gemengde afkomst, zegt de jongen uit Amsterdam. Ik heb ook krulletjes, curly hair, weet je wel. Ik was Michael Jackson, zegt de jongen. Ik ging zijn danspasjes nadoen. Ik kon al zijn teksten. Mijn broertjes en zusjes vonden het later ook helemaal te gek. En nu wil ik graag een plaatje van Michael Jackson aanvragen.

Maar dat plaatje komt niet – er moet eerst weer even een hit van nu worden gedraaid, terwijl ik achter het stuur bedenk hoe fenomenaal Jackson al die jaren geweest is in het aanspreken van alle generaties popliefhebbers.

Wereldster
Mijn oudste zoon is 10. Voor hem, en voor veel andere kinderen in zijn klas, is Michael Jackson niet die in ongenade gevallen wereldster van weleer, die uitgerekend dit jaar zou proberen op te krabbelen door het geven van een onvoorstelbare reeks concerten in Londen. Voor hem is Michael Jackson die springlevende gozer die van alle zangers het allerbeste kan zingen en van alle dansers het allerbeste kan dansen.

Op YouTube komen thuis de clips van Thriller en Billie Jean heel vaak voorbij. Er worden verzamel-cd’tjes gebrand met favoriete Jackson-toptienen. Wekenlang is driftig geoefend op Jacksons weergaloze moonwalk, dat loopje waarbij hij, ja, leg het maar uit, waarbij het lijkt alsof hij vooruit loopt, terwijl hij achteruit gaat, of andersom, en misschien wel allebei tegelijk.

Onderweg naar huis bedenk ik dat mijn oudste zoon vrijwel op de dag af even oud is als ik toen Elvis doodging. Ik kan me niet voorstellen dat Elvis voor mij in 1977 net zo bruiste en sprankelde als Michael Jackson nu voor mijn zoon. Logisch ook: Elvis was haast nooit op Nederland 1 of Nederland 2, maar Michael Jackson kun je altijd en overal oproepen.

Bij alle dingen die hij steengoed kon, was dat misschien wel zijn allergrootste kwaliteit. Dat hij dat als eerste onderkende: je moet, als artiest, niet alleen zorgen dat jij en je werk toegankelijk zijn en beschikbaar, maar ook dat iedereen zich in je kan herkennen. Aan die gedachte zou je ook zijn miraculeuze gedaanteverandering door de jaren heen kunnen toeschrijven – niet blank, niet zwart, maar iets ertussenin. Geen man, geen vrouw, maar iets ertussenin. Iedereen heeft iets weg van Michael Jackson, en Michael Jackson heeft iets weg van iedereen.

Op CNN had ik, voordat ik wegreed, nog net een glimp opgevangen van de meute die zich samenpakte voor het ziekenhuis waar Jackson was overleden. Nog één keer allemaal bij elkaar voor Michael.

De sfeer leek ingetogen, en somber, en toch ook roezemoezerig opgewonden, maar alles in het nette – zo heel anders dan die paar keer dat ik zelf tussen een menigte fans op nieuws over Jackson had staan wachten. München, 1992: journalisten van over de hele wereld waren ingevlogen om in het Olympiastadion getuige te kunnen zijn van Jacksons eerste optreden in zijn Dangerous-tournee. Voor zijn hotel in de binnenstad drong zich dagenlang een leger jongens en meisjes en mannen en vrouwen op die een glimp van hem wilden opvangen.

Er hoefde maar een gordijn te bewegen, of het gekrijs nam toe tot orkaankracht. Eenmaal dacht ik een wit wuivend handschoentje te herkennen – de mensen waren niet meer te houden.

Na het concert, ’s avonds laat, werd voor de genodigden in een sporthal vlak bij het stadion nog een kermis georganiseerd. Een zweefmolen, een schiettent, suikerspinnen, de hele bende. Toch maar even gaan kijken, dacht ik. Ik tuurde naar wat Japanse collega’s die zich gillend in de botsauto’s hesen en wilde iets grappigs zeggen tegen iemand die naast me kwam staan. Ik draaide me om en keek recht in het gezicht van Michael Jackson, die zich door zijn management kennelijk even naar binnen had laten douwen om wat platina cd’s in ontvangst te nemen.

Nog geen halfuur daarvoor was hij dampend en bezweet en vast ook wel vermoeid van het podium verdwenen na een spektakel waarbij hij zijn hele ijzeren repertoire erdoorheen had gejast. Nu stond hij daar, ogenschijnlijk kiplekker, vriendelijk zwaaiend en knikkend naar de mensen die zich al heel snel om hem heen verzamelden. Plichtmatig onderging hij het toespraakje van een vertegenwoordiger van zijn platenmaatschappij; hij vertelde de aanwezigen dat hij van hen hield, en weg was hij weer.

Met die nogal directe vorm van aandacht heeft hij gek genoeg nooit overweg gekund, lijkt het wel – zie ook de persconferentie die hij in maart in Londen gaf om zijn This Is It-concerten aan te kondigen. Stamelend sprak hij een paar zinnetjes; eigenlijk was het een moeilijk te verteren moment voor wie hem een warm hart toedraagt, en dat het op deze manier met die concerten nooit iets zou worden, dat stond als een paal boven water.

Maar ook toen in München was hij al uitgekomen bij een moment in zijn loopbaan waarop je gerust kon vaststellen dat het hoogtepunt ver achter hem lag. Tien jaar, om precies te zijn; in 1982 verscheen het album Thriller, en het was nog geen jaar oud of bijna alle nummers ervan hadden de hitparade gehaald en bijna elk verkooprecord was gebroken. Jackson was toen 24 jaar oud.

Maar in de tweede helft van de jaren tachtig was het rumoer over zijn doen en laten zijn muzikale prestaties gaan overstemmen. Er was altijd wel gezeur om geld en zaken – hij haalde zich de woede van zijn vriend Paul McCartney op de hals door de songcatalogus van The Beatles op te kopen – en er waren toch ook steeds vaker hardnekkige geruchten in de privésfeer die de gewone gedoetjes van de modale megaster in alle opzichten verre overtroffen.

Alle roddelbladen gingen ermee op de loop, maar die onstuitbare stroom verhalen had hij voor een belangrijk deel ook aan zichzelf te wijten. Als King of Pop wilde hij een onaanraakbare heerser zijn – het geven van interviews of persconferenties hoorde daar vanzelfsprekend niet bij. In de clip bij het liedje Leave Me Alone (1987) schilderde hij journalisten af als bloedhonden, maar misschien had hij het weinig florissante beeld dat ze van hem schetsten, kunnen bijstellen als hij nu en dan eens openheid van zaken had gegeven.

Nu kon decennialang naar hartelust worden gespeculeerd over – vooral – zijn huidziekte, de plastische chirurgie die hij onderging, zijn seksuele voorkeur en, vaker en vaker, over zijn nogal doorgeschoten liefde voor kinderen, jongetjes vooral, die hij te pas en te onpas uitnodigde op zijn landgoed.

Openheid van zaken gaf hij hooguit een keertje bij Oprah Winfrey, die hem daar op Neverland in 1993 bezocht. Ze gaf hem alle gelegenheid elk ‘misverstand’ uit de weg te ruimen en leverde daarbij nauwelijks weerwerk. Tien jaar later had hij een soortgelijke gladstrijk-operatie voor ogen toen hij de Britse tv-journalist Martin Bashir toestond maandenlang in zijn gevolg te verkeren, maar dat pakte bepaald niet goed uit: wat hij voor de camera tegen Bashir zei over zijn omgang met kinderen, was schokkend en tegelijkertijd buitengewoon naïef.

De rechtszaak over kindermisbruik die er mede uit voortvloeide en Jackson langs de rand van de afgrond deed scheren, had in wezen al de aankondiging moeten zijn van het einde van zijn carrière. Maar dit jaar besloot hij, tot grote verrassing van iedereen die het kon weten, opnieuw te proberen zich als King of Pop nog eenmaal op te richten.

Dat kon alleen maar verkeerd aflopen. Hoe? Nou, zo dus. Zoals nu.

Moet je hem wat kwalijk nemen, behalve dan de wetenschap dat hij zich in beslissende fasen van zijn leven omringd had met de verkeerde mensen? Zijn excentrieke gedrag kan alleen maar zijn voortgekomen uit zijn volmaakt verknipte wereldbeeld, en met een jeugd zoals hij die achter de rug had, of beter gezegd: door het ontbreken van alles wat een jeugd een jeugd maakt – zorgeloosheid, onbezonnenheid, speelsheid en de juiste dosis rotgeintjes – is het eigenlijk nog een wonder dat hij het zo lang heeft volgehouden. Een aapje dat zijn kunstje moest doen, zijn hele leven lang.

Nu niet meer. Geen kunstjes meer. Thuis hadden we ons ingeschreven voor kaartjes voor zijn Londense shows, maar toen puntje bij paaltje kwam en de bestelknop op de site moest worden ingedrukt, zag ik er om onverklaarbare redenen van af. Het was mooi geweest.

Goudvis
Het kostte thuis moeite om dat te vertellen. Daar dacht ik aan, achter het stuur van de auto in de nacht na Michael Jacksons dood, terwijl er al zeker een kwartier lang geen liedje van Michael Jackson meer te horen was geweest op de radio. Hoe vertel je een jochie van 10, om zeven uur bij het wakker worden, dat er iets ergs gebeurd is met Michael Jackson? Het overlijden van de goudvis was destijds al een lastig te nemen hindernis, maar het sterfgeval van een King of Pop, dat hebben we thuis ook niet elke dag bij het handje.

Nog maar eens scannen. 3FM, jawel, daar is ie weer. Iets liefs. Human Nature. ‘I like livin’ this way. I like lovin’ this way.’ Het gaat natuurlijk helemaal nergens over, maar op de A2 mis ik de goeie afslag, en als ik me heb hersteld, mag een luisteraar vertellen over de liedjes die Michael Jackson ons toch maar mooi heeft nagelaten. Prachtig, ja, bedankt joh, maar verder is het kut.

Als ik een parkeerplek zoek, knalt ineens ABC uit de luidsprekers. Voel je je beroerd, dan moet je ABC opzetten, dat weet iedereen, en ik zet de radio harder en ik denk aan Michael Jackson toen ie, als prille tiener, ABC zong. Hij zong tegen de klippen op, hij kon er bijna niet bij, maar het moest eruit bij hem en het is eruit gekomen. Wat een nummer.

Thuisgekomen kijk ik naar de plaat waar dat liedje op staat en ik kijk naar de televisie, waar ie nog steeds dood is, en ik kijk naar de albumhoes, met een foto waarop je aan hem ziet dat het alle kanten op kan met het leven en dat hij, zeker weten, precies de goeie kant op gaat, zo simpel als het alfabet, mensen, we kunnen alle kanten op. That’s how easy love can be. Wat een schitterend ventje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden