Een rustpunt in het wielercircus

Erik Breukink debuteert dit jaar als ploegleider in de Tour de France. Rust en vertrouwen uitstralen is misschien wel zijn belangrijkste taak...

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

De vraag is inmiddels al een aantal keer gesteld en het antwoord van Erik Breukink stemt niet tot tevredenheid. Hij begrijpt goed wat we bedoelen. Maar hoe leg je een buitenstaander uit wat voor jezelf zo vanzelfsprekend is?

Hij debuteert als ploegleider in de komende Tour de France en wat iedereen wil weten is welke rol hij denkt te kunnen vervullen voor zijn renners. Waarom het goed is dat juist Breukink in juli drie weken aan het hoofd staat van Rabobank?

Die vraag mag je hem eigenlijk niet stellen. Hij zal namelijk nooit beweren dat Erik Breukink bij Rabobank de juiste man op de juiste plaats is en dat er in de wereld geen betere ploegleider te vinden is. Met een ander zal de bank waarschijnlijk dezelfde resultaten boeken, denkt hij.

Dus zegt Breukink dat de renners kunnen naar hem toe komen als er wat is en dat hij ze zal aanspreken als hij het idee heeft dat er wat schort. Dat klinkt eenvoudig en Breukink is niet het type dat het mysterieuzer wil maken dan het is.

Hij heeft geen geheimen, het is zoals normale mensen met elkaar omgaan. De ploegleider observeert, analyseert, reageert en motiveert. Hij zal het rustpunt zijn in een wielercircus, dat is namelijk wat hij bij PDM zelf altijd zo aangenaam vond van Jan Gisbers.

Misschien is dat ook wel de belangrijkste rol van een ploegleider, oppert hij. Ook als het niet goed gaat, een etappezege uitblijft en de klassementsrenners niet aan de verwachtingen voldoen, moet hij vertrouwen blijven uitstralen.

`Een renner wordt voortgedreven door motivatie, dus moet je ervoor zorgen dat zijn kop fris is, dat hij niet ten onder gaat aan de druk. Soms moet je hem oppeppen. De ene dag gebeurt dit, de andere dat: het moet geen vat op hem krijgen.'

Zijn ervaring en zijn karakter zullen hem door zijn debuut loodsen. Elf keer reed hij zelf mee in de Franse ronde, één keer stond hij op het podium. Het gevoel beklijft desondanks dat er `iets groots' aan zijn wielercarrière ontbreekt. `Ik had een grote ronde moeten winnen, maar als ploegleider kan ik dat niet meer goedmaken.'

Hij is niet op zoek naar iets dat het hiaat in zijn eigen loopbaan kan opvullen. Daarvoor is hij ook geen ploegleider geworden. `Ik leef niet met dromen voor de toekomst, ik probeer er iets moois van te maken. En omdat ik als renner weet hoe het is om te winnen, is het logisch dat ik dat als ploegleider ook graag zou meemaken.'

Maar Breukink zal zijn kopmannen nooit over de kling jagen. Hij zal ze geen druk opleggen. Renners doen dat uit zichzelf al, weet hij uit ervaring. Schelden, zoals Peter Post in zijn tijd bij Panasonic deed, helpt niet. `Zo ben ik ook niet, ik heb een ander karakter. Niet beter, niet slechter, gewoon anders. Tegen mij moesten ze niet brullen, ik ging daar niet beter van rijden. Ik presteerde voor mezelf, niet voor Peter Post.'

Je moet uitgaan van de kwaliteit van de renners die je meeneemt, doceert hij. Je kunt wel hopen op een Tourzege, maar alles wat minder is, zou dan een teleurstelling betekenen.

Die les leerde hij als renner bij Once van Manolo Saiz. `Die was altijd druk en nerveus, hij vergde veel van zijn ploeg, teveel soms. Hij dacht dat wij onoverwinnelijk waren, dat wij véél beter waren dan de rest.'

Saiz liet zijn mannen op kop rijden als er een gele trui verdedigd moest worden, ook al was dat pas in de eerste week van de Tour. `Manolo was overmoedig, te gedreven soms, daarmee heeft hij renners over de kop gedraaid. Je moet weten wat een ploeg aankan en wat niet.'

De bankploeg heeft in de komende Tour twee doelen. Boogerd, Dekker, Lotz, Kroon, De Groot en wegkapitein Wauters zijn de vrijbuiters; Rasmussen en Leipheimer moeten zich op het algemeen klassement richten. `Die twee moeten zich uit de stress van de eerste week houden, de rest moet zich er in onder dompelen. Die moeten aanvallen waar het kan.'

Waar hij kan, zal Breukink ze aansturen. Groter is zijn rol niet, denkt hij. `Een ploegleider moet niet denken dat hij een wedstrijd kan regisseren. Uiteindelijk hebben we allemaal een individu nodig die er bovenuit wil steken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden