Een roze lint om Italië te binden

Roze is de kleur van damesondergoed. Aldus Benito Mussolini bij de introductie. Maar nu het geel van de Tour de France vaal is geworden door de dopingschandalen, omarmt het peloton het roze van de Giro. Dankzij de ronde zal Italië drie weken één zijn.

Het Piazza del Plebiscito in Napels kleurde de afgelopen dagen langzaam maar zeker roze. Vrijdagmorgen brengen roze mannen en roze vrouwen het roze podium in staat van gereedheid. Roze banieren wuiven mee met een roze lentebries.


Het immense plein is vernoemd naar de volksraadpleging waarmee Napels zich 150 jaar geleden voegde bij de rest van Italië. Hier, aan de voet van een prachtige basiliek, zal vrijdagmiddag een nieuwe Giro d'Italia worden ingewijd met de presentatie van deelnemende ploegen.


In ruim honderd jaar is de Ronde van Italië uitgegroeid tot symbool van die eenheid en beeldmerk van de nationale cultuur. Zo zal de 96ste editie onderweg een hommage brengen aan componist Giuseppe Verdi en herinneren aan de tweeduizend slachtoffers van een dijkdoorbraak bij Venetië een halve eeuw geleden.


Als de Giro het land kan verbinden, dan is het dezer dagen hard nodig. De economische neergang verscheurt Italië en daarom is de organisatie vanuit het welvarende Milaan naar het arme zuiden gereisd. 'Napels moet het gevoel krijgen erbij te horen', aldus de nieuwe koersdirecteur Michele Acquarone.


De stad is hard getroffen door de economische neergang. Begin dit jaar stonden de stadsbussen een paar dagen stil omdat er geen geld meer was voor benzine. De werkloosheid heeft er zo hard toegeslagen dat ouders hun kinderen van school halen om ook wat geld in het laadje te brengen. Kortom, Napels kan een portie roze gebruiken.


Wat geel is in Frankrijk, is roze in Italië. Die kleuren zijn een ijzersterke en diepgewortelde associatie geworden met hun nationale wielerronden. Geen reclameman had het kunnen bedenken.


Geel is dankzij de Tour de kleur van de zomer geworden, van de zonnebloemen langs de weg en inmiddels ook wel de kleur van verdorven urine waardoor een reeks van Tourwinnaars het spreekwoordelijke geel weer moest inleveren.


Roze is een lastiger verhaal. Net als bij de Tour de France ligt de oorsprong bij de kleur waarmee de organiserende krant werd gedrukt. Voor de Gazzetta dello Sport was het destijds een noodsprong. Het groen waarin de nationale sportkrant aanvankelijk verscheen, was op. Als erekleur voor de leider van het algemeen klassement werd het roze pas zichtbaar in de jaren dertig.


Vanuit Noord-Europees perspectief is de kleur moeilijk te vatten. Roze is de kleur van damesondergoed, zoals fascist Benito Mussolini destijds al schamper vaststelde bij de introductie.


Onderscheidend is roze in elk geval wel en inmiddels heeft de tijd ook in noordelijk Europa zijn werk gedaan. De seksen zijn zodanig naar elkaar toegegroeid dat een roze onderbroek voor mannen best gezien mag worden. In elk geval is er geen enkele reden meer om schamper te doen over een roze leiderstrui in een wielerkoers.


Al voor het tweede jaar is de Engelse ontwerper Paul Smith verantwoordelijk voor het design. Trouw aan het oorspronkelijke ontwerp heeft Smith toch een eigen signatuur aangebracht. Een beetje popachtig, zei hij vorige maand op het roze krantenpapier van de Gazzetta dello Sport. 'Vrij naar Andy Warhol heb ik een racestreepje toegevoegd om het roze te accentueren.'


Fight for pink is de slogan waarmee de Ronde van Italië zich dit jaar in de markt zet. Het Engels zegt alles over de internationale ambitie. Nadat de Giro in de nieuwe eeuw al geregeld noordelijk Europa op zocht als startlocatie, wordt nu ook het deelnemersveld steeds breder.


Aanvankelijk was de Giro puur een uitdrukking van nationalisme, zeker in de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog. De mythische tweestrijd tussen Coppi en Bartali gaf Italië als brandpunt van het wielrennen weer een gevoel van eigenwaarde. Tot 1950 bestond het erepodium, enkele uitzonderingen daargelaten, dan ook alleen uit Italianen.


In de tweede helft van de vorige eeuw kwam daarin verandering. De matadoren Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault wilden zich overal laten gelden, dus ook in Italië. Soms moesten ze sabotage van chauvinistische Italianen trotseren, maar dat hadden ze er graag voor over.


Spanjaard Miguel Indurain was de laatste van de grote vijf, die de Ronde van Italië op zijn naam wilde schrijven en dat ook deed. Daarna voerde Lance Armstrong de specialisatie zover door dat het belangrijke rondewerk zich concentreerde op de drie zomerweken in Frankrijk.


Pas in 2009, toen zijn loopbaan eigenlijk al achter de rug was, streed Armstrong mee om het roze, overigens zonder in de buurt te komen. Dat Bradley Wiggins, als de belangrijkste wielrenner van dit moment, nu alles op alles zet in Italië, is dus een veelzeggend signaal.


Volgens Matt Rendell, een Britse wielerverslaggever met Italië als thuisbasis, zegt dat veel over Wiggins. 'Het is een eigenwijze jongen die graag dingen doet die men niet van hem verwacht.' Zeker vanuit Engelstalig perspectief, waar wielrennen op de weg geen historie heeft, is de Tour de maat der dingen.


Maar Wiggins vertelde in de Engelse krant The Times ook dat hij van jongsaf aan al gegrepen was door de Giro. Als tiener had hij een bijbaantje in een Londens hotel. Na werktijd holde Brad naar een krantenkiosk en kocht de Gazzetta. 'En dan keek ik vooral naar de foto's en het lijstje met uitslagen.'


Die voorliefde voor de Giro, gebaseerd op pure romantiek, gaat door alle generaties. Toen de ploeg van Raleigh in de jaren tachtig uit elkaar spatte, koos Johan van der Velde voor een Italiaanse ploeg om zijn lang gekoesterde wens te vervullen. De Tour is voor coureurs een prestigeobject, de Giro is de kers op de taart.


Toch zijn er dit jaar opvallend veel kopmannen die, net als Bradley Wiggins, voluit een kans willen wagen in mei. Misschien heeft de Giro in aanzien gewonnen, misschien heeft de Tour dat verloren. In elk geval zou het deelnemersveld met Wiggins, Nibali, Hesjedal en Evans als kopstukken niet misstaan in Frankrijk.


Robert Gesink heeft zijn doel zelfs volledig verlegd. Aan de ene kant is dat een noodgreep gezien zijn ongelukkige reeks in de Tour. Aan de andere kant: 'Als je kijkt met welke ploeg we hier aan de start staan, kun je zien hoe belangrijk de Giro voor ons is. Ook in de zoektocht naar een sponsor is dit een belangrijk podium.'


Michele Acquarone doet er ook alles aan zijn deelnemers gunstig te stemmen. 'Zij moeten de koers maken, niet ik.' In zijn functie van koersdirecteur had Acquarone twee maanden geleden ook de Tirreno-Adriatico onder zijn hoede. Toen de coureurs zich beklaagden over een veel te steile klim, maakte hij meteen zijn excuses. Dat zijn wielrenners niet gewend van koersorganisatoren.


Met de Giro heeft Acquarone nu zelfs de ambitie de Tour naar de kroon steken. Tegelijkertijd beseft hij dat zoiets onmogelijk is. De Ronde van Frankrijk is onlosmakelijk verbonden met vakantie en alle positieve gevoelens die daarbij horen. De Ronde van Italië appelleert aan de liefhebber die er na gedane arbeid nog van wil kennisnemen.


Tegelijkertijd is dat ook misschien de kracht van de Giro. De dopingproblematiek raakt de Tour veel harder omdat het grote publiek meedogenloos is in zijn oordeel. Vergelijkbare schandalen hebben in de Giro nooit zolang doorgewerkt.


Rendell: 'Wielrennen is in Italië een herbeleving van het verleden. Coppi en Bartali rijden nog altijd mee. Zelfs een figuur als Marco Pantani, met alles wat hij allemaal heeft gedaan, leeft voort als een groot wielrenner.'


Niemand kan vrijdagmiddag beweren dat Napels warm loopt voor de officiële start van de Giro. Er is meer hekwerk dan het aantal toeschouwers verlangt en één ding wordt duidelijk: voetbal staat hier, meer bepaald de kleuren blauw-wit van Napoli, in hoger aanzien.


Een voor een moeten de ploegen zich verzamelen op een binnenplein van het koninklijke paleis, een overdonderend groot gebouw. De kopman krijgt een vlag van herkomst in handen gedrukt en zo fietsen de negen renners, onder een opzwepend deuntje, naar de overkant van het Piazza del Pebliscito.


Om vijf uur reist de blauw-zwarte Blancoformatie af naar het podium aan de voet van de basiliek. Robert Gesink en de nationale driekleur sluiten de rij. Késink heet hij op z'n Italiaans.


De kopman vertelt de toeschouwers dat hij zijn debuut maakt in de Ronde van Italië, dat hij er al veel mooie verhalen over heeft gehoord en dat hij ook bepaalde verwachtingen heeft over zijn optreden.


De presentator dankt Robert Késink hartelijk voor die mooie woorden. Hij wenst hem succes en een behouden aankomst in Brescia over drie weken. De Italianen hebben daarvoor een prachtig spreekwoord: in bocca al lupo! Veel succes.


17 Nederlanders


Met 17 deelnemers aan de Ronde van Italië is Nederland sterk vertegenwoordigd. Van hen wordt Robert Gesink (Blanco) het hoogst ingeschat. Hij mikt op een plek bij de eerste drie. Dat zou ook voor hem een ongekend goed resultaat zijn. Vier landgenoten staan hem bij in dat streven: Stef Clement, Wilco Kelderman, Maarten Tjallingii en Steven Kruijswijk.


Ook Vacansoleil drijft in de Giro voor een groot deel op Nederlanders: Martijn Keizer, Rob Ruijgh, Pim Ligthart en de jonge debutant Maurits Lammertink. Argos, de derde Nederlandse ploeg, neemt Koen de Kort en Albert Timmer mee. Verder zijn van de partij: Thomas Dekker, Dirk Bellemakers, Brian Bulgac, Karsten Kroon, Pieter Weening en Jens Mouris.


In vergelijking met de Tour en de Vuelta hebben Nederlandse wielrenners nooit potten kunnen breken in de Giro. Erik Breukink kwam het dichtst bij een overwinning met een derde en tweede plaats in 1987 en 1988. Johan van der Velde was in hetzelfde decennium drie keer winnaar van het puntenklassement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden