EEN ROTTE, ZWARTE KIES

Wat gebeurde er nou precies in de nacht van 27 oktober in vleugel K van het Justitieel Complex Schiphol-Oost? Er brak brand uit en er was vooral veel paniek....

Het moet de regen zijn, waar ze wakker van worden. Kletterend op het blikken dak. Zo hard dat Momen Nouri even door het raam naar buiten kijkt, rond half twaalf - maar het regent niet. 'Kortsluiting', denkt hij, en de anderen in vleugel K die er wakker van waren geworden denken het ook. 'Het geluid van kortsluiting.'

Dan hoort hij stemmen, tussen het gekletter door. Ruzie. Momen klimt uit bed, loopt naar de stalen deur en ziet ineens de rook die door de ventilator naar binnen kruipt. Dan hoort hij de anderen schreeuwen. Brand! Brand! Brand!

'Om twaalf uur hebben we op de deur geklopt, er kwam een mevrouw. Ze deed het luikje open. Rustig, rustig, er is niks aan de hand, zei ze. Ze rende weg door de rook. Ze riep om hulp en kwam met twee vrouwen terug. Ze ging weer weg. Ik was in de cel gaan zitten en wist dat ik doodging. Ik was dicht bij het vuur. Vijftien minuten later kwamen ze terug en hebben ze mijn deur opengemaakt. Ik was op de gang en vroeg een vrouw de andere deuren open te doen. Ze heeft geschreeuwd en was bang, ze dacht dat ik haar kwaad wilde doen, haar wilde vermoorden, maar ik wilde alleen de sleutel om die deur open te maken. Ik keek door het luikje van cel 9. Toen heb ik het gezien. Met mijn schuldige ogen heb ik het gezien! Twee mensen die rondrenden, brandend in hun cel. Ik was in shock. Mijn ogen zijn schuldig, want ik kon niks doen!'

In de chaos van het gegil, het geschreeuw, de onmacht, de vlammen en de rook gaan die vroege donderdagochtend 27 oktober elf mensen dood op Schiphol-Oost. Eén ligt zwaargewond in het ziekenhuis - hij werd tot vrijdagmiddag kunstmatig in slaap gehouden. In zijn cel begon de brand.

Een week later is het Justitieel Complex Schiphol-Oost deels weer in bedrijf. De lage, metaalkleurige verzameling gebouwen blinkt in de zon; binnen spelen bewaarders spelletjes om de tijd door te komen. Het complex is omheind met een nieuwe ring hekken en roodwitte politielinten. Voor de hekken is prikkeldraad uitgerold. Tussen al dat staal en ijzer rookt een man in een blauwe jas een sigaret, een vreemdeling in een luchtkooi, en aan de andere kant van het complex gaapt een gat. Een rotte, zwarte kies: vleugel K. Het ruikt er, onder de wind, naar verbrand mensenvlees.

Vleugel K had 24 cellen, containers van zes meter lang, bij tweeënhalf breed, bij twee meter tachtig hoog. Aan de achterkant een klein raam met tralies. Aan de voorkant een stalen deur met een luikje. Er staat een stapelbed in, er hangen een wasbak en toilet en achter glas een televisie. Er is een recreatieruimte. Ze mogen er roken. Overdag mogen de gevangenen op hun afdeling lopen, na het avondeten worden ze ingesloten. Vleugel K wordt die nacht bewoond door 43 mensen. Vijf waren (ex-) asielzoeker. Vijf waren tot ongewenst vreemdeling verklaard na een veroordeling. De rest was volgens justitie 'gewoon' illegaal en vaker uitgezet, zoals de Bulgaar Vladislan die was gearresteerd tijdens het winkelen in Utrecht. Hij had zijn paspoort niet bij zich. Nu is hij dood.

Ze woonden met z'n tweeën op een cel - behalve de Libiër van cel 11. Die was pas op maandag 24 oktober gekomen, niemand kende hem goed. Hij zou de dag na de ramp worden uitgezet. Op de dag van de brand is hij naar de verhoorkamer van de rechtbank geweest, melden documenten. Ook heeft hij bezoek gehad, zegt zijn advocaat. Vanwege dat bezoek ging zijn afspraak met de 25-jarige man die middag niet door. Op de 'bad-afdeling', waar spullen van de gedetineerden liggen, heeft hij nog een aansteker gehaald, melden de bewaarders.

Het brandalarm gaat af rond middernacht. Het is een hoge toon, hoorbaar op elke afdeling. De wachtcommandant gaat kijken, hij zit doorgaans in het hoofdgebouw. Er zijn negen bewaarders in het complex: zeven van justitie en twee van Securicor. Ze waren ervaren en hadden allemaal een opleiding afgerond, volgens justitie.

De vleugels J en K hebben 's nachts geen toezicht. De wachtcommandant hoort het alarm, loopt naar K. en ziet niets ongewoons. 'De deur ging open en ik hoor iemand zeggen: vals alarm, vals alarm', zegt Mohammed Tahir, de Algerijn in cel 2, dicht bij de toegangsdeur.

Even later klinkt weer dat hoge geluid. De wachtcommandant gaat dit keer naar afdeling D, maar ziet niets. Even later wordt duidelijk dat het echt mis is. Op vleugel K staat de cel van de Libiër in brand. Paniek breekt uit, de Libiër wordt uit de brandende cel getrokken en naar de gang gesleept. Zodra zijn celdeur wordt geopend, slaat de rook over. Op de hele afdeling hangt een dikke mist.

Tahir: 'Zeven minuten later horen we iedereen kloppen en schreeuwen en toen ging de deur van de gang weer open en hebben ze de deuren opengemaakt vanaf cel 1 en 2.'

Fatoda, cel 25: 'Twintig minuten duurde het voordat de celdeur openging.'

'Meer dan een half uur', zegt Ruel uit Suriname, 'heb ik op de deur geklopt en niemand deed open. Niemand kwam kijken wat er met ons gebeurde. Het was wreed.'

Saïd Soefizadeh, cel 6: 'Ik begreep dat er kortsluiting was, het leek enorme regen. Ik keek onder de celdeur door naar buiten en zag rook. De deur ging open.'

Zijn cel wordt opengemaakt door een toezichthouder van Securicor. Ze werkt al geruime tijd op Schiphol en kent het complex als haar broekzak. Zij neemt de ene rij celdeuren voor haar rekening, een bewaarder van justitie doet de andere. Snel zijn ook vier marechaussees ter plaatse. Ook de gevangenen helpen mee.

'Ik werd gered door de Algerijn', zegt Mustafa Bouhkhari, Marokkaan met een gezin in Nederland. 'Hij liet de deur open, want hij dacht dat ik dood was. Toen kwam de marechaussee met gasmaskers op. Toen de bewakers weg waren, hebben de gevangenen zelf deuren opengemaakt. Er lagen sleutels op de grond. Ik heb celsleutels opgeraapt en aan de marechaussee gegeven.'

In cel 4 zit een man uit de Oekraïne, Taras Bilyk. Hij werd kort daarvoor opgepakt in Horst. Als zijn deur opengaat, graait hij sleutels van de grond en rent naar een andere cel. Daar zit een vriendin uit de Oekraïne. Taras doet wat hij kan. Ze gaan allebei dood.

Het is de hel. 'De bewaarders konden niet verder', zegt directeur Hans Duijst van Securicor, die na de brand met een medewerkster sprak die was opgenomen in het ziekenhuis. Mohammed Tahir: 'Ik hoorde schreeuwen en kloppen en en knallen en die mevrouw was zelf bijna dood. Als die mevrouw er niet was geweest, was de hele afdeling verbrand.'

Geen reactie

Wat de overlevers zich vooral afvragen, is waarom het zo lang moest duren voordat de deuren stuk voor stuk opengingen. 'Ik werd bang en heb op de alarmbel gedrukt. Er kwam geen reactie', zegt Massoed Ban Bersa (24) uit Iran, die communicatie studeert aan de Hogeschool van Utrecht. Zijn asielprocedure was nog niet afgelopen, maar toch werd hij vastgezet op Schiphol-Oost. 'Iemand riep: O God, O God mijn vriend gaat dood! Een ander maakte het raam kapot. Toen heeft een Afrikaan het klepje van mijn cel geopend. Hij liep heen en weer en riep: brand! Brand! Ik dacht: ze vergeten onze cel open te maken en heb tegen de muur en de deur geschopt. Ik zag mijn celgenoot rustig zitten, een oude Braziliaanse man. Ik zag hoe rustig hij was en ben naast hem gaan zitten. We zaten naar elkaar te lachen, de lach van de dood. Mijn kleren stonden in brand. Ik heb ze uitgedaan, op mijn short na. Ik was half bloot. Toen ging de cel open.'

Momen Nouri: 'We wilden onze vrienden helpen, maar ze hadden hun geweren getrokken, we zagen dat onze vrienden doodgingen en een Afrikaan zei: schiet me maar dood dan. Drie, vier politiemannen waren het met de pistolen precies op ons gericht. Huilend heb ik gevraagd: geef die sleutel aan mij om die Koerdische man te redden. Pas toen kreeg ik hem en ben ik naar afdeling J gerend.'

Volgens de marechaussee hebben de agenten twee keer een pistool getrokken. De situatie was dreigend. 'Zestig tot zeventig man van ons hebben die nacht keihard gewerkt', zegt een woordvoerder. De overlevenden worden naar een luchtkooi gebracht. Sommigen worden daarvoor geboeid.

De eerste spuitwagen van de brandweer komt aan bij de Speedgate. Door die poort worden illegalen naar hun uitzetvliegtuig gebracht. De poort is een sluis van twee hekken. De bluswagen rijdt de sluis in. Dan ontstaat een misverstand: het hek achter de wagen moet eerst dicht, voordat hij door kan rijden. Dat gebeurt niet. 'Door dat gezeik zijn minuten voorbijgegaan', zegt een brandweerman.

De brandweerman vertelt dat er meer misging die nacht. Dat zou ook blijken uit een evaluatie van de bevelvoerders van de betrokken korpsen. Drie deuren die toegang geven tot de 'compartimenten', zijn op slot. De sleutels ervan zijn zoek. 'Bewaarders zaten binnen opgesloten en kregen die deuren niet open.'

Bewaarders hadden de leiding al maanden voor de brand gewezen op de onveilige situatie in het complex. De nooddeuren van de vleugels zouden door de afdelingshoofden zijn ontkoppeld van het alarmsysteem. Het alarm ging te vaak af, vonden ze, en als die deuren opengingen nam de kans op ontsnappingen toe. Door het gerommel met het systeem gingen de deuren waarschijnlijk niet open bij de brand, zeggen de bewaarders. 'We zagen dit aankomen, maar niemand wilde luisteren.'

Om zes uur 's ochtends arriveert een brandweerman, vier lichamen zijn dan uit het cellencomplex gehaald. Het vuur is vanaf drie uur onder controle, de mannen van de brandweer moeten de cellen doorzoeken. Kijken of er nog gewonden zijn, maar er zijn alleen doden. 'Die rotcellen waren klein. We konden onze kont niet keren. Ongelooflijk dat hier mensen werden vastgehouden.' Midden in vleugel K is een deel van de vloer weggeslagen.

Buiten staan de gedetineerden, ze worden bewaakt door de marechaussee. 'Die was tot de tand toe bewapend, alsof er zware terroristen gevangen werden gehouden. Uren stonden de vreemdelingen daar al, met dunne dekens om hen heen.' Wachtend tot speciale bussen ze weg komen halen.

Massoed Ban Bersa, de student: 'Tot zeven uur 's ochtends waren we in dat kooi-achtige luchtgebied. We kregen alleen water om te drinken, en een dekentje. Het was koud. Er stonden dertig, veertig politiemannen omheen. Toen kwam de bus. Een gevangenisbus met kleine hokjes erin en nauwelijks ventilatie - ik dacht hier ga ik echt dood. Straks rijdt-ie in het water.'

Rond zeven uur 's morgens komt geestelijk verzorger Martin Zandstra op het terrein. Hij blijft de hele middag. De meeste vreemdelingen zijn dan al afgevoerd, hij spreekt ze niet. Wel staat hij de bewaarders bij. 'Zij hebben gevochten met gevaar voor eigen leven', zegt hij donderdag. Later vertelt hij op televisie dat er gevochten is tussen bewakers en gevangenen, die met biljartkeus en -ballen hebben gegooid. Dat heeft hij niet zelf gezien, maar gehoord. De vreemdelingen van vleugel K en J hebben daar niets van meegekregen, zeggen ze. Er is gevochten en geduwd, zegt de advocaat van Mohammed (23) uit Sierra Leone, die de dag van de brand is overgeplaatst van K naar J. Maar waar precies en door wie - een hoop gevangenen zaten ver van de brandhaard vandaan - is onduidelijk.

Op nadere vragen geeft Zandstra geen antwoord. 'Ik word momenteel zwaar geleefd. Leef de laatste week op cafeïne, nicotine en een scheut heilige geest.' Op de vraag op welke afdeling het biljartballengevecht plaatshad: 'Dat weet ik niet, maar het is echt gebeurd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden