Een Rolling Stone op z’n onbekommerdst

Gitarist Ronnie Wood (60) was de juiste man op de juiste plaats in de Britse popmuziek. In zijn autobiografie kijkt hij opgewekt terug op zijn jaren met de Faces, Jeff Beck en de Rolling Stones....

Hoe zou de popgeschiedenis eruitgezien hebben wanneer gitarist Ron Wood in 1969 zelf, en niet zijn bandmaatje Ronnie Lane de telefoon had opgenomen toen Mick Jagger belde om te polsen of Wood zin had om in de Rolling Stones te komen spelen? Lane, bassist in de Small Faces bij wie Wood zich na het vertrek van Steve Marriott had aangesloten, had Jagger verteld dat Wood heel gelukkig was waar hij zat.

De Stones zouden als vervanger voor Brian Jones uiteindelijk Mick Taylor kiezen, en met Wood en zanger Rod Stewart zouden de Small Faces, nu als The Faces, een van de opwindendste rock ’n’ roll bands van de vroege jaren zeventig worden.

Maar, zo bekent Wood in zijn onlangs verschenen autobiografie: ‘Ik vraag me af wat er zou zijn gebeurd als ik dat telefoontje had aangenomen. Ik denk dat het moeilijk zou zijn geweest om ‘nee’ te zeggen.’

Zoals Wood (1947) zelf toegeeft, bevond hij zich in de jaren zestig vaak op het juiste moment op de juiste plaats. Zo was hij op een haar na lid geworden van de eerste incarnatie van Led Zeppelin. ‘Als het er op aankwam had ik het geluk aan mijn zijde, kon ik een beroep doen op mijn talent en kreeg ik een aanbod dat ik onmogelijk kon weigeren.’

Voordat hij in 1975 uiteindelijk toch als vijfde Rolling Stone zou worden ingelijfd, bouwde Wood een imposante staat van dienst op. Zijn beschrijvingen van de Londense rock ’n’ roll scene wekken de indruk dat iedereen dagelijks bij elkaar over de vloer kwam. Van Elton John en The Beatles tot Eric Clapton en Jimi Hendrix – eind jaren zestig leek iedereen met elkaar bevriend. En deze grote gezellige familie bleek tussen het feesten, zuipen, slikken en spuiten door ook nog in staat tot de meest fantastische muziek.

Wood heeft al vroeg succes met zijn eigen formatie, The Birds, en maakt als 17-jarige mee dat zijn eerste grote liefde verongelukt, waarop hij ‘de troostende werking van alcohol’ ontdekt. Alcoholisme en drugsverslaving zullen hem zijn hele leven parten blijven spelen, maar Wood doet er nergens dramatisch over. Het hoort er gewoon bij.

Zijn eerste internationale successen heeft hij in The Jeff Beck Group, waarmee hij diverse malen door de Verenigde Staten toert, voordat hij met zanger Rod Stewart in The Faces alle ogen in de rockwereld op zich gericht weet.

Het was een wilde tijd, maar ook een armoedige. Op tournee vervelen de muzikanten zich dood, geld is er nauwelijks, of wordt door louche managers en promotors verdonkeremaand.

Geldproblemen zullen Wood blijven achtervolgen, ook wanneer het in de jaren negentig met bakken tegelijk binnenkomt, als er weer een miljoenentournee met de Stones wordt afgerond.

Deels door slecht zakelijk inzicht, deels door stommiteiten en hoogmoed, maar vooral doordat Wood, zoals hij zelf schrijft, de neiging heeft juist wanneer het hem goed gaat de foute beslissingen te nemen, raakt hij diverse malen aan de financiële afgrond.

Gelukkig bezit hij nog een ander talent, dat van kunstschilder. Als kind wint hij een tekenwedstrijd van de BBC-tv en later studeert hij net als zijn oudere broers Art en Ted aan het Ealing Art College, de Londense kunstacademie waaraan ook popmusici als Pete Town-shend (The Who), Ray Davies (The Kinks) en Freddy Mercury (Queen) studeerden.

De opleiding zal Wood later van pas komen: als een Herman Brood schildert en tekent hij zich suf om zich van de schuldeisers te ontdoen. Maar hoe groot de ellende om hem heen ook wordt, redding is er altijd (niet in de laatste plaats dankzij Jo Karslake, zijn echtgenote sinds jaar en dag). Wood lijkt zich ook nooit echt zorgen te maken, en met volle teugen van alles te genieten.

Zijn onbevangenheid vind je ook terug in de toon van zijn autobiografie, die soms aan de kinderachtige kant is: ‘Ik wil je graag iets vertellen over het leven dat ik leidde als ik niet op tournee was.’ Ron Wood is historisch niet altijd even precies, maar erg leesbaar en bij vlagen zeer vermakelijk.Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.