Een rivierrund moet je natuurlijk niet knuffelen

Nederland heeft gebrek aan grote wilde grazers. De gewone melkkoe is een doetje dat zichzelf niet kan redden. Daarom werd een nieuw, echt Nederlands rund gefokt....

Jan van der Veen van ARK Natuurontwikkeling baant zich een weg door de ruige vegetatie. In ganzenpas waden we achter hem aan, de armen boven het hoofd om de brandnetels te vermijden.

Elk moment, zo voelt het, kan een geïrriteerde stier, schofthoogte 1,70 meter, oprijzen om de indringers te verjagen uit zijn domein in natuurgebied de Passewaaij bij Tiel. ‘Betreden op eigen risico’, stond er bij de ingang; en daar krijgt een bezoeker al vanzelf iets schichtigs van, ondanks de geruststellende woorden van Van der Veen: ‘Het zijn heel rustige dieren die goed samengaan met recreanten, maar je moet ze natuurlijk niet willen voeren of knuffelen.’

Onze safari is bedoeld om ‘ze’ te vinden, vier koeien en een stier van een nieuw runderras, speciaal gefokt voor begrazing in natuurgebieden in het rivierengebied. ARK is een van de grondleggers in Nederland van natuurlijke begrazing: bij gebrek aan grote wilde grazers worden in tal van natuurgebieden halfwilde paarden en runderen ingezet.

De gewone melkkoe is daarvoor minder geschikt. Dat is een doetje dat zich niet redt onder zware omstandigheden en dat bovendien nogal eens menselijke hulp nodig heeft bij het afkalven. De afgelopen 25 jaar zijn daarom verschillende zelfredzame runderrassen geïntroduceerd, zoals Schotse hooglander, Heckrund , Ecolander en Galloway. Die laatste werd ook door ARK naar Nederland gehaald.

‘Al die runderen voldoen op zich goed’, vertelt Van der Veen. ‘Maar we kregen steeds vaker de vraag: kunnen er geen Nederlandse koeien in onze natuur grazen?’ De plannen om een nieuw dier te fokken werden concreet toen Staatsbosbeheer voor het natuurgebied rond slot Loevestein een meer authentiek rund wilde inzetten.

ARK haalde ruim vier jaar geleden veertien rode Saler-koeien uit de Auvergne: dieren die gewend zijn buiten te leven, laat geslachtsrijp worden en die vriendelijk zijn tegen mensen. Die import-koeien kruiste Van der Veen met brandrode stieren. Dat leverde forse, kastanjebruine nakomelingen op; een nieuw Frans-Nederlandse rivierkoeienras. Dertig heeft ARK er nu, waarvan een aantal bij Loevestein graast. Er is een prijsvraag uitgeschreven om een naam voor dit kruisingsrund te verzinnen.

De koeien in de Passewaaij hebben zich al zo ingeleefd in hun wilde status, dat we zelfs na ruim een uur zoeken in het toch niet meer dan 40 hectare grote natuurgebied, nog altijd geen glimp van de dieren hebben opgevangen.

We wijken uit naar Echteld, naar een slechts vier hectare groot perceel met een waterplas, bosschages, gras en een doordringende geur van munt. Gekraak wijst de weg naar het wilgenbosje waar vier van de dieren beschutting hebben gezocht tegen de zon.

De koeien, glimmend oranjekastanjebruin met een grijs staartpuntje, zien er blakend uit, lang niet zo schonkig als de gewone huis-, tuin- en keukenkoe die al haar energie in de melk stopt.

De stier, hoewel een opdondertje in vergelijking met het exemplaar in de Passewaaij, is desondanks imponerend, met zijn brede, extra donkere kop en stevige hoorns. Vorsend kijkt hij het bezoek aan, tot hij wordt afgeleid door jeuk op zijn kop. Een klein wilgje moet het ontgelden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden