EEN RIVIER VAN LACHEN EN NIETS DOEN

De Loire is een capricieuse prinses met een willetje. Een rivier die zich niet laat sierbestraten. Dankzij de Franse koningen met hun kastelen blijven de ingenieurs van de Loire af....

Wat is het mooiste landschap van Frankrijk? Ik ken mensen die zonder aarzelen 'de Loire' zeggen. Ze hebben gelijk. De luchten zijn er lichter, de wolken hoger, de populieren uitbundiger. Niet dat de Loire traag door oneindig laagland stroomt. Ze - la Loire is een ze - is minder aangeharkt dan haar Nederlandse neven en nichten. Grillig, capricieus zoals de Fransen zeggen. 'De koning van de Europese rivieren is de Donau', mijmert Roberto Epple, rivierenactivist in Le Puy-en Velay, aan de bovenste bovenloop van de Loire. 'De Rijn is de Europese koningin, rustig, moederlijk, braaf. De Loire is la fleuve princesse, een dame met een willetje.'

We bevinden ons in de Auvergne, op pakweg duizend kilometer van de Atlantische riviermonding. In Orléans waar druk wordt geklopt en geboord, aan tramrails-in-wording en sierbestrating. De stadsinrichting kan ook in Frankrijk nog tien keer mooier, tot mijn verdriet. De Loire stroomt er onverstoorbaar langs, met midden onder de brug een onaangepast terrein van poeltjes, strandjes en struiken. De Loire laat zich niet sierbestraten. Althans weet overtuigend die indruk te wekken, zelfs met vier kerncentrales op een rij die je van kilometers afstand aan hun stoompluimen kunt herkennen.

Het is een wonder dat die Loire zo vrij kan dartelen. Kijk naar de bomen langs de Franse wegen. Elk voorjaar krijgen ze een straffe kappersbehandeling. Alles wat zomaar groeit, moet worden gecoiffeerd en ingedamd. Controle! 'Natuur is iets dat in Frankrijk beheerst moet worden. Net als de samenleving. Vanaf Napoleon en langer geleden. En wel vanuit het centrum. De staat is de baas', zegt Epple.

Epple (53) is Zwitser van origine en bekommert zich voor het European Rivers Network om alle Europese stromen. Sinds 1988 is hij gestationeerd aan de bovenloop van de Loire. Om het oprukkende beton tegen te houden. 'Ik ga met pensioen als de zalm weer tot de bron van de Loire kan zwemmen.'

'Je zou een indeling van de Europese rivieren kunnen maken met kleuren. Groen is bijvoorbeeld maagdelijk, geel gaat nog net, en rood betekent helemaal verpest. Dan ziet heel Europa rood, met nog twee gele vlekjes. Dat zijn de Oder in Polen en de Loire in Frankrijk. De Oder is een grensrivier, vandaar. Maar de Loire? Ik heb nooit begrepen waarom. De Loire is een mirakel.'

Het moet iets met de Franse koningen te maken hebben, die al vroeg inzagen dat dit 'een land van lachen en nietsdoen' is, zoals de postrevolutionaire historicus Michelet schamper schreef. Michelet had de pest aan de koningen en haatte de Loire. 'Geen proletariaat, geen industrie, geen koortsachtige handelsactiviteit, geen grote democratische zaak te verdedigen, geen grens om met het wapen in de vuist te verdedigen.' Zo wordt Michelets gevoelen over de Loire omschreven in het standaardwerk Les lieux de mémoire. Toch zorgden die koningen er met hun kastelen voor dat gewone stervelingen en vooral ingenieurs met hun tengels van de rivier afbleven.

Nog een troef. De Loire is niet bevaarbaar en heeft dus betrekkelijk weinig economische waarde. De rivier stroomt over zand en rots, kon nooit de voren uitslijpen die nodig zijn om schepen enige diepgang te verlenen. Anders dan Rijn en Donau die bij een gletsjer beginnen, is de Loire een regenrivier. Met bijhorende prinsessengrillen.

Maar zoals Freud schreef: 'Wo es war, soll ich werden.' Driften moeten worden ingedamd, en Freud gaf er het voorbeeld van de Nederlandse polders bij. Zuiderzee werd IJsselmeer, en in Frankrijk werden met gulle hand plannen gemaakt om de Loire bevaarbaar te maken. Er zou ooit zelfs een doorsteek naar de Rhône komen. De burgemeester van Tours, een uitgesproken betonliefhebber, zei zelf dat de rivier getemd moest worden, 'net als de vrouw'.

De Gaulle bedacht dat de drinkwatervoorziening van Parijs kon worden verzekerd door de bovenloop van de Loire af te tappen. Dáárvan dateert een stuwdam die er wél kwam: de barrage de Villerest. Want er is uiteraard toch wel een en ander aan beton gestort. De Franse bouw- en waterstaatlobby doet heus niet onder voor de Nederlandse. In de bovenloop, dicht bij de bron, ligt het meest krasse staaltje, een stuwdam die het water in een oude vulkaankrater houdt, het Lac-d'Issarlès. Vandaar stort het door een grote pijp via twee turbines aan de andere kant in het stroomgebied van de Ardèche.

Epple laat een kaart zien waarop de 1010 kilometer lange rivier en haar zijtakken - Cher, Allier, Vienne - her en der worden versperd door wat nog het meest weg heeft van een serie muizenvallen. Zo liggen de geplande stuwdammen erbij, om overstromingen te voorkomen, de landbouw van een permanente watervoorraad te voorzien, en niet te vergeten het koelwater voor de kerncentrales veilig te stellen. Nog maar twintig jaar geleden was het le tout béton, ook wel le tout barrage wat de klok sloeg. 'Hallucinerende plannen.'

We spreken over de jaren zeventig. Giscard d'Estaing was president, de man die elk Frans dorp voorzag van een telefooncel. Kerncentrales zouden gaan zorgen voor de energievoorziening, de TGV zou zich tot alle uithoeken spoeden. En de Loire zou worden gekalmeerd.

'Contenir la fleuve', noemt Eric Doligé het. De rivier in bedwang houden, onderdrukken, maar toch ook omhelzen. Doligé is de kwaaie pier van de milieu-activisten. Hij presideert het apparaat dat de waterstaat van Loire en zijrivieren moet onderhouden. Epala heet het, de afkorting van een mondvol, Etabissement public d'aménagement de la Loire et ses affluents. Doligé houdt kantoor in een glazen stolp in Orléans. Hij volgde in 1995 de vrouwvriendelijke burgemeester van Tours op als baas van Epala.

In diens tijd was sprake van vijftien stuwdammen. Later werd het programma teruggebracht tot vier. Een kleine dam bij Naussac werd als enige kunstwerk daadwerkelijk gebouwd. Er staat nog een ophaalbare dam in de rivier de Veurdre op de rol. De grote stuwdam van Serre-de-la-Fare werd afgeblazen na jarenlange acties. Zelfs het doorgaans bedaard-linkse dagblad Le Monde omschreef de nu nog geplande dam van Chambonchard in de rivier de Cher als een 'abces'.

Doligé is tevens burgemeester van Meung-sur-Loire, het stadje waar commissaris Maigret zijn oude dag doorbracht en waar François Villon zijn Ballade des pendus moet hebben geschreven. En hij houdt van de Loire.

Waarom heeft niemand het over de kastelen van de Seine? Die zijn er toch genoeg. Omdat de Loire in Frankrijk een mythe is. De enige rivier die tot aan zijn bron helemaal van Frankrijk is. Maar ook een grens. Tussen noord en zuid, tussen slecht en mooi weer. Een obstakel ook, er is altijd gevochten aan de Loire. 'Ondernemers in de Loiresteden zeggen dat de werknemers er rustiger zijn. Ze zijn niet georganiseerd en staken minder. Het is een geestestoestand die aan de rivier te danken is. Je wordt er kalm van.'

Doligé vertelt dat een beetje zwemmer de Seine kan oversteken. De Loire niet. Zes regio's vertegenwoordigt zijn Epala, zeventien departementen, negentien steden van meer dan dertigduizend inwoners, bij elkaar zes miljoen Fransen die in het stroomgebied van de Loire wonen. Die mensen moeten beschermd worden tegen overstromingsgevaar. Honderd jaar geleden zijn er ook dijken gebouwd, die nu bij het landschap horen. Daar hoor je niemand meer over. Twintig jaar terug werd er een plan gelanceerd 'met een relatief groot aantal stuwdammen'. Daarvan is er nog één over: Chambonchard.

Van de Loirelucht zou je kalm worden. Maar Doligé is helemaal niet kalm. 'Wij staan bekend als betonstorters, maar dat zijn clichéverhalen. Etiketten. In 1994 is het plan afgeblazen om de dam Serre-de-la-Fare te bouwen. Onder druk van de ''écolo's''. Want de volksvertegenwoordigers waren voor 99 procent vóór. De bewoners ook, die willen veiligheid. De Loire is het tweede risico van Frankrijk, na de aardbevingen in het zuiden. Een overstroming zoals die statistisch eens in de eeuw voorkomt, gaat de samenleving veertig miljard kosten. Als we niks doen. Maar de milieulobby gaat door. Het is een politiek dossier geworden.'

Met Epple rijd ik Le Puy-en-Velay uit. Le Puy wordt gedomineerd door het Mariabeeld op een vulkanische top, een cadeau van keizer Napoleon III na de Krimoorlog, want gegoten uit Russische kanonnen. We volgen de kronkelende rivier in het dal diep beneden, tot de bocht waar de stuwdam van Serre-de-la-Fare had zullen komen. Beneden ligt een strandje, waar de actievoerders vijf jaar lang hardnekkig hebben gebivakkeerd. Tachtig meter hoger had de noklijn van de stuwdam zullen lopen. Als hij niet in 1994 was afgeblazen.

'Zeker is het een politiek dossier geworden', beaamt Epple. Dat ging ook heel makkelijk. Le Puy-en-Velay is een geïsoleerd plaatsje van 40 duizend inwoners. Er kwam pas in 1955 elektriciteit. Vijftig jaar regeerde rechts er, een onwrikbare coalitie van gaullisten en bisschoppen. De bevolking was toe aan verandering en heel gemakkelijk aan te spreken. In 1988 richtte Epple Loire Vivante op. 'Binnen een jaar stonden er tienduizend mensen op straat die eisten dat ze met hun poten van de Loire moesten afblijven.'

Twintig kilometer zuidelijker ligt het theoretische eindpunt van wat het stuwmeer had moeten worden. We dalen de rivieroever af naar Bonnenfond, een verlaten boerderij die wordt hersteld door vier kortgebroekte hippies. Je kunt er alleen lopend komen, zo steil en stenig is de weg. Bonnenfond, legt een van de jongens uit, was vroeger een geneeskrachtige bron. Pal naast de donderende rivier ligt een uit keien opgetrokken hutje, dat de jongens aan de braambossen en brandnetels hebben ontrukt. Binnenin staat een laag water en ruikt het naar zwavel. De roestbruine aanslag bewijst dat het bronwater ijzerhoudend is.

We klimmen moeizaam de helling weer op en rijden naar de rivier de Allier. Aan de rand van een kloof toont Epple zijn grootste succes. Voor het eerst in de Franse geschiedenis is een stuwdam opgeblazen. Om de zalm de gelegenheid te geven tot de bovenloop van de Allier te zwemmen. 'Ik kreeg de volgende dag een brief van een visvereniging die zich SOS Saumon noemt. Nu de dam weg was, moest de zalmvisserij meteen maar vrijgegeven worden. Godgeklaagd.'

Nog niet zo lang geleden, in de jaren vijftig, zochten jaarlijks duizenden zalmen hun weg door de duizend kilometer van de Loire en aanpalende stromen. Het stadje Brioude aan de Allier kende speciale zalmhotels. Maar de stuwdammen en andere kunstwerken hebben het de zalm bijna onmogelijk gemaakt om in de bovenloop van de rivier te paaien. De Loire en haar zijtakken zijn de laatste Europese rivieren waarin de wilde zalm zich voortplant.

'Tegen de tijd dat de zalm dit punt heeft bereikt, is hij moe, van alle barrières die hij heeft moeten overwinnen. En dan moet hij ook nog de daad verrichten. Normaal doet hij er vier maanden over om tot de bron te komen. Door alle obstakels die er al zijn, duurt dat twee maanden langer. In Vichy is een speciale zalmenlift, daar zijn er vijfhonderd geteld. Maar het is op het randje.' In St-Étienne-du-Vigan, vlak bij de vernielde stuwdam, kijken een paar borden ons aan. 'Handen af van onze stuwdam.' 'Verboden voor stuwdamvernielers.'

Epple lacht ontspannen. Hij heeft gewonnen, de politiek schaakmat gezet.

We rijden terug naar Le Puy, langs het plaatsje Brives-Charensac. De Loire sukkelt langs de nieuwe kunstwerken van de stad, twee ophaalbare dammen, basalten dijkwerk en een schoongemaakt bed. Het drama speelde zich af in 1980, toen de rivier door het stadje raasde, acht doden en algemene ontreddering achterlatend. De dam van Serre-de-la-Fare was bedoeld om Brives Charensac te beschermen.

We lopen over de brug die Brives met Charensac verbindt. Epple wijst in de verte naar een volgende brug, waarover het snelverkeer raast. 'Die brug liet niet voldoende water door, zodat het water zich hier ophoopte. En de middeleeuwse brug waarop wij staan, gaf wel voldoende ruimte. Dus de middeleeuwers hadden de toestand beter begrepen dan de moderne ingenieurs.' Brives-Charensac is het symbool van de overwinning van de ecologen. De fabrieken en huizen die in het bed waren gebouwd, zijn gesloopt, de Loire heeft de ruimte gekregen. En de stuwdam kwam er niet.

De politiek zit zich in de persoon van Doligé in zijn departementale gebouw te verbijten. Hij geeft volmondig toe dat hij weinig kan uitrichten, behalve procederen tegen de staat om de beloofde dam van Chambonchard. 'Ja, we hebben verloren. We kunnen geen snelwegen meer aanleggen, geen stuwdammen, geen kerncentrales. Maar wat de samenleving ermee opschiet, is de vraag.'

Ik loop van het departementale kantoor terug naar de rivier en denk aan de Oostenrijkse schilder Hundertwasser, door Epple aangehaald. 'Als er geen rechte lijnen waren geweest en geen hoeken van negentig graden, dan hadden we heel wat minder problemen gehad.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden