Een Rietveld, maar dan voor weinig

Er worden miljoenen aan verdiend: de verkoop van replica’s van de rood-blauwe Rietveldstoel, de houten krukjes van Alvar Aalto en andere designmeubelen....

Tik ‘Barcelonastoel’ in een zoekmachine en je komt ook bij Caprinjo.nl in Maastricht terecht. Die prachtig ontworpen leren fauteuil van superestheet Ludwig Mies van der Rohe kost slechts 425 euro. Het is een stoel uit 1929 maar architecten en woonbladstylisten zijn er ook vandaag nog dol op. Hij staat in elk blad, hoort thuis in elk droominterieur. En 425 euro, dat is nog es andere koek dan de prijs van de ‘officiële’ remake die het deftige designmerk Knoll aanbiedt: 5.500 euro. Op de fotootjes is het verschil lastig te zien.

De democratisering van het design heeft een grote golf aan namaak van klassiek meubelontwerp opgeleverd. Vooral meubilair van de modernisten uit begin vorige eeuw is populair. De buismeubels uit de Bauhaustijd, de Gispen eettafelstoeltjes, de simpele houten krukjes van Alvar Aalto, de comfortabele chaise longue van Le Corbusier uit 1928 en de wat hardvochtigere, maar toch ook tijdloze rood-blauwe stoel van Gerrit Rietveld uit 1934. Ook de naoorlogse modernen, de gebroeders Eames en Vernon Panton, figureren rijkelijk op de prijsvergelijkingssites. De aanschafkosten variëren enorm. De officiële, in licentie gemaakte remakes zijn tot tien keer duurder dan het aanbod op sites als bauhausclassics.co.uk, gibraltarfurniture.com en steelform.com.

‘Het is een miljoenenbusiness’, zegt Ruby Nefkens van het Amsterdamse advocatenkantoor Van der Steenhoven. Zij procedeert namens grote meubelfabrikanten tegen inbreuk op auteursrechten. Plagiaat heeft altijd bestaan, maar vooral webwinkels hebben de distributie ervan vergemakkelijkt en auteursrechtbescherming bemoeilijkt. ‘Ik weet zeker al één bedrijf dat failliet is gegaan aan pogingen om ontwerpen tegen de namaakbranche te beschermen.’

Wij maken design bereikbaar voor de gewone man, zeggen fabrikanten van namaak. Een Australische internetfirma: ‘Wij bieden champagnelifestyle voor een limonadeprijs.’ Dat argument wekt de woede van mensen als Wiebe Elzenga, de importeur voor Knoll International in Nederland. Het stoort de Erven Rietveld, die hun licenties hebben gestald bij Cassina en Rietveld by Rietveld. En het ergert ook advocaat Ruby Nefkens. Een vals argument om geld te verdienen over rug van de rechthebbenden, vindt zij.

Waar komen de enorme prijsverschillen dan vandaan? Zijn de legale replica’s niet gewoon te duur? ‘Het is vooral het kwaliteitsverschil’, zegt Nefkens. De officiële re-issue (het opnieuw uitbrengen van het originele ontwerp) is vaak handgemaakt er worden duurzamer materialen gebruikt. ‘Je koopt een meubel voor het leven.’ En de Knolls en Cassina’s op deze wereld stoppen ook veel geld in marketing en productontwikkeling. Plus dat ze een vergoeding moeten afdragen aan de erven van de ontwerpers. Een prijsverschil als in het geval van de Barcelonastoel van Knoll is exceptioneel. ‘Maar het is duidelijk dat een kwaliteitsmeubel nooit op prijs kan concurreren met een stoel uit Taiwan’, zegt Nefkens.

Met de groeiende belangstelling voor design, die eind jaren tachtig begon, bloeide eerst de vintagemarkt. Een originele Rietveldstoel uit de jaren dertig kan tegenwoordig een bedrag met vijf nullen opleveren. Gispen was ook goede handel, maar dat is ingezakt door de opkomst van de re-issues. Er wordt hevig geadverteerd door bijvoorbeeld dutchoriginals.nl die de Gispen buisstoeltjes voor bij de eettafel levert voor 525 euro. Maar voor de helft van de prijs kun je bij Neef Louis in Amsterdam iets bestellen dat pas na nauwgezette inspectie blijkt af te wijken van het Gispenontwerp.

De populariteit van de namaak is begrijpelijk. Wie gaat 158 euro betalen voor een simpel mooi houten krukje van Alvar Aalto in licentie uitgebracht door Artek, als IKEA een vrijwel identiek exemplaar in collectie heeft (de Frösta: 9,95)?

‘Echte liefhebbers kopen toch wel de originelen’, zegt een woordvoerder van Caprinjo. Deze zaak biedt de plastic S-stoel van Panton voor 75 euro en het Eames kuipstoeltje voor 95 euro. Caprinjo reageert terughoudend op vragen over de herkomst van de meubels: ‘Wij spreken niet over onze marketingstrategie.’ De woordvoerder wil niet zeggen hoe de prijs tot stand komt, of er juridische verwikkelingen zijn. ‘Wij hebben respect voor ontwerpers, maar willen ook dat mooie spullen toegankelijk zijn voor mensen met weinig geld.’

Advocaat Nefkens heeft namens Cassina en de erven Le Corbusier eerder dit jaar een procedure gevoerd tegen het Italiaanse bedrijf Dimensione dat goedkope meubels van Le Corbusier en Rietveld aanbood. Die zaak is gewonnen: ‘Let op! Wij verkopen niet aan klanten gevestigd in België, Luxemburg en Nederland’, meldt de site bauhaus-dimensione.com. ‘Auteursrecht biedt in principe een goede bescherming’, zegt Nefkens. Het probleem van procederen is echter: de uitspraak geldt alleen in Nederland. ‘Om de namaak uit te bannen, moet Cassina in elk land apart een procedure voeren.’

Het is een hardnekkig misverstand dat plagiaatclaims simpel omzeild kunnen worden door een schroefje of leuninkje aan het originele ontwerp te wijzigen. Volgens de stichting Beeldrecht, waar flink wat ontwerpers zijn aangesloten, kijkt de rechter bij plagiaat naar het totaalbeeld. Als je te dicht bij het origineel komt en in de advertentie ook nog eens een sfeer schept rondom Bauhaus of Mies van der Rohe, is de zaak voor de licentiehouder meestal wel te winnen.

Maar dat zijn pyrrusoverwinningen, vindt importeur Elzenga van Knoll. Hij is wat moedeloos geworden van het procederen. ‘Je krijgt het toch niet uitgeroeid.’ Elzenga heeft zich enkele jaren geleden nog wel even boos gemaakt toen zelfs het gemeentebestuur van zijn eigen stad, Eindhoven, een partij nep-Barcelonastoelen kocht voor de nieuwe schouwburg. ‘Als zelfs de overheid er lak aan heeft.’

Het is waar dat zeker niet alleen particulieren vallen voor namaak. ‘Ik was laatst op een stand van een sloepenbouwer, allemaal bootjes van boven de ton, maar die had vier Chinese Barcelona’s staan’, zegt John de Vries van Silken interieur in Voorschoten. De Vries ergert zich aan de hoeveelheid ‘bagger’ die in zijn branche in omloop is, maar vindt tegelijkertijd dat de ‘officiële’ remakes veel te duur zijn. ‘Een bedrag van meer dan 10 duizend euro voor een stoel kan ik onmogelijk aan mijn klanten uitleggen.’

Waar zit het verschil in tussen reproductie, goede namaak en slechte namaak? Het zit in de kwaliteit van het frame, in het leer, de afwerking. Voor de leek is dat vaak nauwelijks te beoordelen, maar na een paar jaar worden het verschil duidelijk. Dan gaat de stoel hard achteruit door slijtage en roest. ‘Op internet verstoppen ze zich achter een mooie Italiaanse klinkende naam, ‘maar je weet zeker dat elke Barcelona van onder de 1.000 euro uit China komt’, zegt De Vries. En dat betekent slechte kwaliteit. Een officiële remake is er voor 5.500 euro. Maar: ‘Voor 1.700 euro kun je een goed exemplaar kopen dat in Italië is nagemaakt.’

Hoeveel geld er omgaat in de plagiaatbranche is onbekend. In de hele namaakbusiness, van films en zonnebrillen tot stoelen, gaat volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) jaarlijks zo’n 100 tot 200 miljard euro om.

Al jaren wordt in het geheim onderhandeld over strengere wetgeving tegen piraterij. Grensoverschrijdend recht lijkt nog ver weg. Voorlopig moet je nog in elk land apart tegen namaak procederen, zegt advocaat Nefkens. Wel krijgt de winnende partij sinds kort alle juridische kosten vergoed. Nefkens: ‘Dat verlaagt in elk geval de drempel voor veel bedrijven om namaak aan te pakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden