'Een reuzentiep, die vader van Pietje Bell'

René Zwaap was na het zien van de film benieuwd naar de schrijver van Kruimeltje, de schepper ook van Pietje Bell....

ACHT JAAR geleden kreeg Jan Maliepaard van zijn vader een beduimeld boekje cadeau. Een vooroorlogse druk van een Pietje Bell, de beroemde serie jongensboeken van Chris van Abkoude (1880-1960), waarvan hij als jongetje zo had genoten. Hij herlas het boek en het plezier van vroeger kwam terug. 'En de illustraties, van Jan Rinke, vond ik mooi', zegt hij. Ooit wilde hij zelf illustrator worden, maar hij koos voor een carrière in de financiële wereld. Hij begon oude kinderboeken te verzamelen, en zo kwam hij op veilingen en markten meer werk van Van Abkoude tegen.

'Na een tijdje vroeg ik mij af : wie was die man eigenlijk? Ik zocht, maar er bleek werkelijk niets over hem bekend. Terwijl hij toch een van invloedrijkste schrijvers voor kinderen moet zijn geweest.' Die verbijstering was de motor voor van zijn onderzoek, eerst in Nederland, en later in Amerika, waar Van Abkoude het grootste deel van zijn leven heeft doorgebracht.

Drie jaar geleden zag René Zwaap, redacteur van De Groene, samen met zijn dochtertje de film Kruimeltje, van Maria Peters. Hij hield het niet droog. 'Bij mij als echte Rotterdamse jongen hoorden Pietje en Kruimeltje tot het standaardpakket', vertelt hij. 'Aan Kruimeltje hield ik op mijn tiende m'n eerste gebroken hart over. Het was mijn eerste literaire shock: dat boeken zo konden ontroeren.' Hij schreef een enthousiast stuk voor De Groene, waarvan de laatste zin luidde: 'Waar blijft toch de biografie van Van Abkoude?'

Toen werd hij opgebeld door de hem onbekende Jan Maliepaard. 'Jan zei: nou, ik ben al twee jaar bezig met onderzoek, ik heb hier ordners vol informatie staan. Of ik soms iemand wist die daarmee als biograaf aan de slag kon?' Ja, zo iemand kende Zwaap wel: hijzelf. Na een avond praten besloten ze samen de biografie te schrijven van mystery man Van Abkoude, de vader van Pietje Bell. Maliepaard: 'René is ook wel rebels, vind ik. En Pietje werd later journalist. De cirkel was rond.'

En het bleek ook nog eens een erg leuke man te zijn geweest, die Van Abkoude. Om met vader Bell te spreken: 'een reuzentiep!' Een leven als een avontuurlijk jongensboek. Zoon van een Rotterdamse kapper en een moeder die twee weken na zijn geboorte stierf. Omdat zijn vader het druk had, zwierf kleine Chris door het doodarme Rotterdam, tussen de havendagloners en de vele Kruimeltjes die er rondschooierden. Hij wordt onderwijzer, en schrijft op zijn 23ste een bewogen brochure: Droevig kinderleven in Rotterdam - Een onderzoek naar den toestand van behoeftige schoolkinderen. In 1907 verschijnen zijn eerste kinderboeken.

Hij moet een geweldige schoolmeester zijn geweest, denken zijn biografen. Zwaap: 'Ontzettend populair bij z'n leerlingen. Maar niet bij zijn collega's. Hij ging heel onorthodox te werk, zong liedjes, speelde poppenkast. En dat in een tijd dat er nog werd gemept op school! Hij had er schik in. Dat zie je ook aan die gevoelige portretten van schoolmeesters in Pietje Bell, zoals dat van meester Ster. 'Maar hij kon niet tegen het keurslijf waarin hij werd gedwongen', zegt Maliepaard. Hij was een voorbode van de anti-autoritaire opvoeding van de jaren zestig. Maar het was wel veertig, vijftig jaar daarvoor.'

Natuurlijk, begin vorige eeuw kwam het in de mode om kinderen met respect te benaderen. De ideeën van de Italiaanse Maria Montessori vonden hier gehoor, en onderwijzer-schrijvers als Jan Ligthart en Theo Thijssen toonden begrip voor de tere kinderziel. Maar Van Abkoude was geen ideoloog of pedagoog. Hij deed gewoon wat hem leuk leek. 'Hij was kind met de kinderen', zegt Zwaap. 'Ook in zijn boeken. Hij gebruikte taal van de straat, pure Rotterdamse slang, ongekend in de kinderliteratuur. En hij was de eerste die niet óver een deksels jongetje vertelde, maar de wereld liet zien door de ogen van zo'n jongetje. Hij kon zich totaal inleven in zo'n goedaardig, maar lastig kind, zo eentje dat we nu een ADHD'er zouden noemen. Hij ontdekte zulke stijlmiddelen te vroeg, dat was zijn noodlot.'

Want toen van Van Abkoude in 1914 bij Kluitman het jongensboek verscheen dat in zijn ogen z'n beste was, Pietje Bell, of de lotgevallen van een ondeugenden jongen, viel dat boek slecht bij zijn tijdgenoten. 'Geen verkieslijke vriend', oordeelt de Gids voor Lectuur voor kinderen met een genepen mondje. En het orgaan De School met den Bijbel waarschuwt: 'Deze prikkellectuur doet kinderen veel kwaad.' In de Rotterdamse Openbare Bibliotheek komen lezertjes vergeefs vragen naar Pietje. Het opruiende boek wordt er van de planken geweerd. Jan Maliepaard kan er zich nog steeds over opwinden: 'Die verbanning zou tot in de jaren tachtig duren! Dat is van de zotte.'

Op 7 juni 1916 scheept Chris van Abkoude zich in op een stoomboot van de Holland-Amerika Lijn. Hij zou nooit meer naar zijn vaderland terugkeren. Of de hatelijke ontvangst van het boek dat hij met hartenbloed had geschreven daarvoor de reden was, weet niemand. Misschien speelde er meer mee. Van Abkoude had nog een poging gedaan om toegang te krijgen tot de 'echte literatuur'. Hij had bij Willem Kloos, de literaire oppergod uit die jaren, belet gevraagd om hem literair werk voor te leggen. 'Een vernederende smeekbrief', zegt Zwaap.' In 1903 en 1904 schreef Van Abkoude twee novellen voor volwassenen, De bruiloft van Henri Terborgh en Een strijd tegen domheid. De biografen hebben niet één exemplaar van deze boekjes teruggevonden, alleen twee krantenadvertenties waarin ze voor tien cent per stuk worden aangeboden. Veel succes zullen de novellen niet hebben gehad.

Er was nog een mogelijke reden voor een onverhoeds vertrek. Van Abkoude maakte de reis niet alleen, en ook niet met zijn vrouw Johanna en de zonen Piet, Bob en Dirk die ze inmiddels hadden. Jan Maliepaard ontdekte dit grote geheim uit het leven van de schrijver bij toeval, toen hij in 1999 in Amerika te gast was bij een vierde zoon, Fred van Abkoude. Chris bleek naar Amerika te zijn gegaan met zijn minnares, de zangeres Betty Poulus. Ze krijgen in 1917 een dochter, Mary. Maar Johanna en haar drie zonen reizen hem achterna. In 1919 bevalt Betty van een zoon, Fred. Van Abkoude - die zich intussen de naam Charles Winters heeft aangemeten - verdient het geld voor zijn twee gezinnen met optredens als conférencier met zijn buikspreekpop Tony. Het bedrog komt uit, Betty pakt haar biezen en de buitenechtelijke kinderen worden in het gezin opgenomen.

Als Fred van Abkoude niet op een zeker moment een geboortebewijs nodig had gehad voor z'n rijbewijs, zou hij nooit hebben geweten dat Johanna niet zijn moeder was. In brieven naar het vaderland werden Mary en Fred stelselmatig verzwegen. Toen de hoogbejaarde Fred daarover later tegen zijn broer zijn beklag deed, haalde de 91-jarige Dirk zijn schouders op: 'Why muddle the water.'

In de jaren twintig krijgt Charles Winters een baan als children's director van de Hekscher Foundation for Children, een liefdadige instelling, opgericht door een rijke ondernemer. Winters wordt een geacht man in New York en woont in een mooi appartement. Maar The Great Depression slaat toe en Winters verliest zijn baan.

En dan, zegt Zwaap, blijkt hoe vindingrijk die man was. 'Een echte Amerikaan, kinderlijk optimistisch. Niet voor niets had hij zijn helden zo vaak naar Amerika laten gaan, het land van de vrijheid.' De entertainer zit zonder huis en baan, maar de vrijheid lokt weer. Hij timmert een woonwagen in elkaar, beschildert die met Hollandse taferelen, haakt zijn oude Ford Plymouth eraan, en duwt zijn gezin die Pipo-de-clownbehuizing in. Hun zwerftocht door het Wilde Westen zou bijna tien jaar duren. Onderweg treedt Winters op met zijn zelfgemaakte poppen. Overal hangen de kinderen aan zijn lippen.

Af en toe komt er een cheque uit Nederland, een paar honderd dollar royalty's van de firma Kluitman. 'En daarvan koopt hij dan', zegt Maliepaard, 'kledingpaketten voor de uitgever en zijn familie. Hij was geen zakenman. Als hij rijk en beroemd had willen worden, had hij beter in Nederland kunnen blijven. Wat is nou een Nederlandse kinderboekenschrijver in Amerika? Zijn kleinkinderen, merkte ik, vonden hem een beetje een loser, een excentriekeling. Pas toen ze de film Kruimeltje hadden gezien, kregen ze in de gaten hoe bijzonder hun opa was geweest.'

Zijn logeerpartij bij Fred van Abkoude, wiens telefoonnummer hij na lang speuren vond, was voor Maliepaard een hoogtepunt. 'Ik had de week van mijn leven. Fred bleek een hoogbejaarde Pietje Bell. Gek op vliegtuigen, en niet te beroerd voor een demonstratievluchtje. Het zijn allemaal mannetjesputters, die Van Abkoudes. Dirk maakte tot op zijn 90ste solozeiltochten rond de wereld.'

Zwaap en Maliepaard maakten een memorabele tocht van Portland naar San Francisco, een fact finding mission langs de route die Van Abkoude vaak had afgelegd. Eindpunt van de reis was het havenstadje Alameda, aan de Baai van San Francisco, waar Chris en Johanna in 1942 neerstreken. Zwaap: 'Het was gek, dat Alameda had iets heel Rotterdams. Een drukke haven, met massa's immigranten die er werk kwamen zoeken. Precies wat hij in zijn jeugd had gezien. Hij was op een rare manier terug bij af.'

De biografen zijn nog niet klaar met de vader van Pietje Bell. Erkenning moet er komen, na negentig jaar. Ze hebben een stichting opgericht, De Zwarte Hand, die zijn best gaat doen voor een standbeeld van de schrijver, met aan zijn ene hand Kruimeltje, aan de andere Pietje. Natuurlijk moet dat beeld in Rotterdam staan, vlakbij dat van Erasmus, die andere beroemde Rotterdamse schrijver.

Intussen koestert Jan Maliepaard zijn schatten: de enige gesigneerde boeken van Van Abkoude, met opdrachten aan zijn zoons. Foto's die uit allerlei schoenendozen kwamen. De vier houten speelpoppen die Fred bij zijn vertrek in zijn koffer bleek te hebben gepropt. Onlangs meldde zich een neef van Betty Poulus die nog 78-toerenplaten van zijn tante had. 'En nu het boek uit is', zegt Zwaap, 'zal er nog meer boven water komen. Straks duikt er nog een stel bastaardkinderen op.' Ze grijnzen naar elkaar, twee jongens op leeftijd. 'Maar dat komt dan allemaal in de tweede, wetenschappelijk verantwoorde editie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden