Column

Een reizend pakketje maakt Nico Dijkshoorn weerloos

Lang geleden, toen ik in een flat woonde, haalde een vriend van mij steeds dezelfde grap uit. Ik woonde op de achtste verdieping en moest de voordeur beneden ontgrendelen. Dat ging via een huistelefoon. Tot zover het hoofdstukje: flatgebouwen uitleggen aan Volkskrantlezers met rijke ouders.

Die vriend drukte, iedere keer als hij langskwam, op de huistelefoon, wachtte tot ik vroeg wie daar was en zei dan met een verdraaide stem: pakketje voor de heer Dijkshoorn. Twee minuten later stond ik hijgend in een badjas naast hem. Acht verdiepingen halfnaakt naar beneden gedenderd met de trap, want de lift kon vast komen te zitten en dan miste ik mijn pakket. Ik bleef er intrappen. Jaren achter elkaar.

Het is een ziekte. Zeg tegen mij dat er ergens in een postkantoor vlak onder Sevilla een onbezorgbaar pakketje ligt met mijn naam erop en ik zit in het vliegtuig. Er is een doosje onderweg, met iets erin, en dat doosje brengen ze naar mij. Ik krijg kippevel nu ik het opschrijf. Een reizend pakketje maakt mij weerloos.

Het is niet de romantische variant die mij zo door elkaar schudt. Niet die lange reis van het pakketje door een verscheurd Europa ontroert mij, en ik denk ook niet aan alle vreemde handen die mijn pakket onderweg beroeren. Ik denk niet: wat zijn we dan toch ver, nu in deze tijd. Twee eeuwen geleden stapte er iemand, ergens in Roemenië, op een ezel en dan ontving je anderhalve maand later een pakket vol met Roemeense kruiden. Je liet de bezorger twee dagen lang in je eigen bed slapen, zodat hij weer op krachten kon komen.

Nee, het is juist de modernisering die mij zo raakt. Ik heb het dan vrij specifiek over track & trace. Je tikt een code in op je computer en daarna zie je het bestelde pakket langzaam naar je toe reizen. Sinds dat kan en sinds ik vier keer per week iets bestel ('Nee, dit is echt een ander soort synthesizer, die weer een heel ander geluid maakt met veel betere knoppen erop, die geen piep zeggen als je eraan draait, echt het nieuwste van het nieuwste') ben ik bijna fulltime aan het kijken waar mijn pakketjes uithangen.

Vaak gaat dat goed, maar heel vaak gaat het ook niet goed. Voorbeeld. Een maand geleden bestelde ik een drumcomputer in Polen. Ik ontving de track & trace-code en zag mijn pakket Krakau verlaten. Ik ben toen gaan slapen. De volgende ochtend zag ik dat mijn pakket in een dorpje 13 kilometer ten zuiden van Krakau tot stilstand was gekomen. Mijn drumcomputer lag in Kozmice Wielkie.

Dat duurde vijf dagen. Wat deden ze daar verdomme, in Polen? Een beetje met hun Poolse reet op mijn pakket over een of andere ondrinkbare soep zitten lullen. Ze wisten verdomme niet eens wat een drumcomputer was. In Polen slaan ze met een oude schoen op een koeienvel.

Na drie dagen heb ik gebeld. Ze spraken Pools en ik niet. Ik heb 29 keer het woord 'pakket' gezegd. Na een week begon het pakket weer te bewegen. Ik zag dat het in Rotterdam was aangekomen en dat ze nu onderweg waren. Daarna durfde ik niet meer naar het toilet. Ik heb voor het eerst in dertig jaar in een emmer gepist. Mooi geluid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden