Een reis langs de Nijl in 1850

Gustave Flaubert reist langs de Nijl.

Elephantine, 10 maart 1850

Bij zonsondergang lijken de bomen met koolstift getekend en zien de zandheuvels eruit als van goudpoeder. Hier en daar vormen ze fijne zwarte strepen, ebbehouten lijnen op die achtergrond van goud, - het goud van oude zecchino's (Venetiaanse munt, red.).

Aswan ligt niet vlak bij de Nijl, je moet omhoog. We gaan om gom in een kleine kan, links, aan de kant van het koffiehuis. Het zonlicht dringt naar binnen door het dak van palmrieten matten, die aan zware ruitvormige flarden hangen. Spinrag in de hoeken. Het blauw van de hemel dringt door de veelvormige gaten.

Bij het zien van onze fermans (reispas, red.) brengt de gouverneur zijn beide handen bij wijze van groet naar zijn tulband. Naast hem een grote, blonde, welig gedrapeerde vetbuik, de voormalige gouverneur van Wadi Halfa.

Er wordt een man tot bij hem gebracht die geld heeft gevonden, niettemin aan de tand wordt gevoeld om te weten of hij niet wat heeft achtergehouden; een deserteur; een mooi gebouwd Nubisch vrouwtje wier gestalte met een stok wordt gemeten om zo vast te stellen hoeveel de slavenhandelaars per hoofd zullen betalen.

In een winkel zien we een danseres, groot, slank, zwart of veeleer groen, zwart kroeshaar; ze rolt met haar tinnen ogen, heeft een aardig profiel. Een ander opgewekt vrouwtje, een verwarde kroeskop onder een tarboesj.

Gustave Flaubert (1821-1880), Franse schrijver. Ingekort fragment uit Reis door de Oriënt.

Vertaling Chris van de Poel.

Atlas Contact, 2004.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden