Een rapport maakt nog geen vrede in rekenland

Amsterdam De commissie van geleerden wordt bedankt en met lof overladen, maar in de kwestie van de rekendidactiek lijkt de strijdbijl allerminst begraven....

‘Ik kan van harte instemmen met bijna alle conclusies’, zegt wiskundige Jan van de Craats over het KNAW-rapport Rekenonderwijs op de basisschool. De UvA-hoogleraar kan niet ontkennen enige voldoening te voelen over wat het door hemzelf twee jaar geleden aangekaarte debat heeft opgeleverd.

Volgens Van de Craats is de afnemende rekenvaardigheid van scholieren een rechtstreeks gevolg van de realistische methode (meer inzicht, meer context, meerdere oplossingsstrategieën) die via het Freudenthal Instituut is verspreid. Hij bepleit juist één duidelijke methode en veel oefenen.

Een felle academische strijd tussen beide groepen onderzoekers, met de staartdeling als symbool, leidde in 2008 tot de instelling van de KNAW-commissie onder leiding van Jan Karel Lenstra. Alleen verklaart die nu geen van beide kemphanen tot winnaar. Sterker: Lenstra legt de bal bij de pabo’s, waar de toekomstige meesters en juffen niet leren rekenen.

‘Het rapport onderstreept duidelijk’, zegt Van de Craats, ‘dat er iets grondig mis is met het rekenonderwijs. Lenstra zegt hetzelfde als wij: je mag de achteruitgang op belangrijke onderdelen als cijferen niet wegstrepen tegen de vooruitgang op schattend rekenen en getalsbegrip.’

Professor Marja van den Heuvel-Panhuizen van het Freudenthal Instituut is iets zuiniger in haar complimenten aan Lenstra. Ze is ‘niet ontevreden’, maar hier en daar slaat de commissie toch de plank mis, vindt Van den Heuvel. ‘Ze presenteren bijvoorbeeld een verkeerde tabel over het internationale Timss-onderzoek, en stellen op basis daarvan dat Nederland in rekenen achterblijft bij andere westerse landen. Op de goede lijst worden we alleen voorafgegaan door landen als Korea, Singapore en Letland. Alle westerse landen zijn juist heel jaloers op onze goede rekencijfers.’

En dan speelt de oude tegenstelling op. ‘We willen toch dat onze kinderen inzicht krijgen in wat ze doen, leren nadenken? Maar Van de Craats zegt steeds: ze hoeven niet te denken, als ze die sommetjes maar goed maken.’

Van den Heuvel vindt het vreemd dat serieus Cito-onderzoek, waaruit blijkt dat de realistische didactiek wel degelijk betere resultaten boekt, terzijde wordt geschoven als niet zwaarwegend genoeg. ‘Dan moeten ze niet zeggen dat er geen wetenschappelijk bewijs is. Ik vind dat het wel degelijk bewijs is dat onze methode werkt, alleen telt het kennelijk voor de commissie niet genoeg.’

Gelukkig vinden ze elkaar in de erkenning van de grote rol van de onderwijzer. ‘Die is inderdaad allesbepalend’, zegt Van den Heuvel. Maar het vermoeden lijkt gerechtvaardigd dat daarmee in dit debat het laatste woord nog niet is gezegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden