Een ramp voor de krant

Het tweede kabinet-Balkenende is een heldere, rechtse club die fors gaat bezuinigen en verdienstelijk polariseert - geen vaag geklooi. Het lijken warempel de jaren zeventig wel....

Het is tijd om Vrij Nederland te lezen, schreef Vrij Nederland in de hoogtijdagen van het weekblad, eind jaren zeventig. Van Agt en Wiegel waren na de langste kabinetsformatie uit de geschiedenis aan de macht gekomen, ten koste van Den Uyl, en op hun beurt en hun manier beleefden zij hún hoogtijdagen. Vrij Nederland publiceerde de tekst onder de bordesfoto van dat in menig opzicht brutale CDA-VVD-kabinet.

Wij linkse, parlementaire journalisten gnuifden en we besloten dat de advertentie als poster niet zou misstaan op onze jongenskamer. We voelden een warme gloed: hier dreigt gevaar, hier dient de linkse mens pal te staan.

Het is niet moeilijk om vast te stellen dat het voor linkse mensen opnieuw tijd is om pal te staan. De parallellen met de totstandkoming van het kabinet-Van Agt-Wiegel dringen zich op. Toen ze begonnen, eind 1977, kondigden Van Agt en Wiegel aan dat ze tien miljard zouden gaan bezuinigen. Ofschoon in guldens was het voor die dagen een astronomisch bedrag.

Niet dat er veel van terechtkwam, van die draconische bezuinigingsdrift (er is geen kabinet geweest dat het financieringstekort zo spectaculair wist op te drijven als het kabinet van deze twee vrienden), maar als vertoon van krachtpatserij maakte het indruk. Balkenende en Zalm doen nu hetzelfde met hun vijftien miljard euro: ze zullen wel eens orde op zaken stellen.

Net als toen had het in deze dagen voor de hand gelegen dat er een regering zou komen met de Partij van de Arbeid. Maar net als in 1977 slaagde ook nu de voorman van het CDA erin de boel te verzieken en een coalitie in elkaar te timmeren die weliswaar op een meerderheid kan bogen, maar waarvan de totstandkoming vooral duidelijk maakt hoe zwak en weinig democratisch ons kiesstelsel is.

Naar spoedig zou blijken, was Den Uyl een gebroken man. Grappig was nog wel dat hij elke dag voorzag dat de rechtse coalitie morgen, nou ja hooguit overmorgen ten val zou komen. Dat verheffen van een diep verlangen tot imperatief deed een beetje denken aan de hongerstakers tegen de oorlog in Vietnam, in de eerste helft van de jaren zeventig. Zij beloofden net zo lang door te gaan met hun actie totdat de oorlog voorbij zou zijn. Er is heel wat honger geleden in die dagen.

Den Uyl reageerde bitter op de machtsgreep van Van Agt en Wiegel. Dat CDA-VVD-kabinet had geen recht van bestaan. Het was niet zoals het hoort door de voordeur van de democratie naar binnen gekomen; het had zich als een dief in de nacht via het achterplaatsje toegang verschaft. Het was goed beschouwd een club van criminelen.

Wij gloeiden. We schreven onze pennen leeg. Ook over Van Agt trouwens, die zo weergaloos van repliek kon dienen: 'Wij zijn er niet op uit geweest de PvdA in de oppositie te werken. Dat hebben ze namelijk zelf gedaan!' Kijk, zo zagen wij het graag: de politiek moet politiseren en de krant moet dat registreren en waar maar even mogelijk inspireren. Alles ter wille van een levendige, dynamische openbaarheid.

Willem Breedveld was voor sommigen van ons die toen rondliepen in de Haagse journalistiek een klein boegbeeld. Breedveld was de chef van de politieke redactie van Trouw. Hij hield van de politiek alsof het zijn vrouw was. Hij was ouderling in zijn Zuid-Hollandse woonplaats en dat kon je merken aan het oordeel dat hoe het ook uitviel altijd bezonken was.

Dat kwam weer doordat de materie naar Willems vaste overtuiging steevast 'weerbarstig' was. Je kon veel van hem leren, maar waarom hij hier moet worden opgevoerd, is omdat hij ook malicieus genoeg was om de publicitaire voordelen te zien van hard, rechts bezuinigingsbeleid.

Willem had daar een gevleugeld gezegde voor. Hij zal het niet van zichzelf hebben, maar het klonk desondanks buitengewoon authentiek uit zijn mond. Hij zei dikwijls: 'Dat kabinet van Van Agt en Wiegel is een ramp voor het land, maar een zegen voor de krant.' En zo was het. Het minste wat je van het kabinet-Van Agt-Wiegel kon zeggen, was dat het de tongen losmaakte, dat het een grootse bijdrage was aan het publieke debat.

En de vraag is nu of we het opnieuw gaan beleven, dankzij Balkenende en Zalm. Mogen we weer hopen op een scherpe confrontatie tussen links en rechts, op spannende politiek gevolgd door spannende journalistiek? Zal er een harde breuk komen met het poldermodel, die weliswaar een ramp voor het land zal blijken te zijn, maar ook een zegen is voor de krant?

Oppervlakkig gezien werkt alles mee. Nederland is geen tweestromenland - met alle denominaties en gezindten die we kennen en met een kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging zal het dat ook nooit worden. Maar gegeven die beperking is het tweede kabinet-Balkenende een heldere, rechtse club. Het heeft grootse plannen, het gaat oorlog maken. Het bezuinigt tegen de klippen op, niet in de laatste plaats op de sociale uitkeringen. Het polariseert zeer verdienstelijk, het is geen geklooi in het vage midden.

Vorige week hield de Tweede Kamer het openingsdebat over 'het tweede kabinet-Bakellende' (FNV-voorzitter De Waal). 'Het onaanvaardbare sociale beleid' (Marijnissen, SP) van dit 'hoofdpijnenakkoord' (Bos, PvdA), waar D66 'ingestonken' is (Halsema, GroenLinks), is 'meedogenloos en zonder compassie' (Bos).

Voelen we een warme gloed? Overwegen we een abonnement op Vrij Nederland? Eerlijk gezegd: in de verste verten niet. Er is wel de retoriek, maar niet de lading.

Vergeleken met de jaren zeventig is in de politieke cultuur en in de waardering van de openbaarheid heel veel veranderd. Veel is platgeslagen. Tot een kwart eeuw geleden functioneerden de politieke partijen en de media nog in de nadagen van de verzuiling. Het had een grote mate van voorspelbaarheid tot gevolg. Als Drees vond dat de zon opkwam in het Westen en onderging in het Oosten, vond het Vrije Volk dat ook.

Als Henry Faas, onder het pseudoniem Wandelganger befaamd Haags chroniquer van de Volkskrant, droomde van een tweedeling in de Nederlandse politiek, kon hij dat beter niet aan prof. Romme vertellen, KVP-voorman, tevens staatkundig hoofdredacteur van de krant. Ondanks die verzuiling of misschien wel juist dankzij, bestond een grote mate van belangstelling voor de politiek, voor de inhoudelijke kanten ervan. De krant was partijdig als de pest, maar interessant partijdig.

Het einde van de verzuiling is niet gepaard gegaan met het einde van afhankelijkheid. Er is nieuwe afhankelijkheid voor in de plaats gekomen, die de politiek en de media in toenemende mate met elkaar zijn gaan delen. In de verzuiling was de markt van kiezers en lezers overzichtelijk verdeeld. Veel had zijn vaste plaats. Maar in de versplinterde, hyper-geïndividualiseerde maatschappij die erop volgde, is zowel in de politiek als in de media een ware veldslag ontstaan om aandacht. In beide sectoren concurreert men elkaar de tent uit en wat als resultaat overblijft, is maar al te vaak nog amper interessant.

E

erst de journalistieke kant van het verhaal.

Iedereen noemt zich tegenwoordig politiek redacteur. Tot en met SBS 6 en radio Velp staan ze te schuimen op het Binnenhof. Dag mam, dag pap. Het zijn er veel te veel. Vooral van de televisies zijn het er te veel. Je wordt er gek van. Ze doen allemaal hetzelfde, uit angst dat de ander wat anders doet. Ze staan allemaal bij het hek bij de deur bij het gebouw van de Eerste Kamer. Ze staan met zijn allen te wachten. Op elkaar, op J.P., op Godot.

Het is behalve stomvervelend ook nog eens vernederend. Wij stonden vroeger ook wel te wachten, maar niet op Maxime Verhagen of Boris Dittrich. Er zijn ondergrenzen die niet overschreden dienen te worden. Als ze buiten staan, blijkt dat ze net zo goed binnen hadden kunnen blijven. Er komt niets uit. Balkenende doet een prevelement, zelfs Dittrich mag zich voor een ogenblik staatsman wanen en 's avonds krijgt het volk de vertoning in veelvoud over zich uitgestort. Wie kan het nog schelen? Wie wil dit nog weten?

Jos van der Lans is oud-redacteur van de Volkskrant; hij zit tegenwoordig voor GroenLinks in de Eerste Kamer. Hij schreef over het kluitjesvoetbal twee weken geleden een stukje in het vakblad De Journalist.

Van der Lans: 'Meer concurrentie sloopt paradoxaal het vermogen een eigen agenda te volgen. Bovendien word je - met z'n allen - gevoeliger voor wat opvalt, het spektakel, de commotie, de ruzie, het drama. Van lieverlee zet je het vergrootglas erop, dik je het aan, maak je een vettere kop, dat valt op. Incidenten krijgen snel orkaankracht, omdat alle media het opblazen. Onder het vergrootglas van de spektakelzucht wordt de werkelijkheid heftiger.'

Dat is goed gesproken, zo gaat het inderdaad. Het is de cultuur van de kleine rel die, als je niet oppast, alles overwoekert. De politiek klaagt er steen en been over, tegenwoordig. Soms krijg je de indruk dat ze bloed ruiken. Kijken ze wel naar d'r eige?

De cultuur van de kleine rel is namelijk evenzeer het overlevingsmechanisme geworden van het politieke bedrijf. De politici, niet anders dan journalisten, opereren in een wereld van harde concurrentie om aandacht. Wil je aandacht, dan moet je scoren. Wil je scoren, dan moet je rennen. Daarmee corresponderen al evenzeer in de politieke wereld vluchtigheid van opvattingen, ideetjes, papagaaienpraat, oprispingen uitgevent als masterplan. En zo treffen politici en media elkaar, beide kanten de uitputting nabij van al dat onophoudelijke draven en drammen.

De WAO. Nog voordat majesteit haar voordeur opende om het zaakje te beëdigen, was vorige week het harde punt al weer ingetrokken. Ook in de politiek is alles vluchtig geworden.

Het is niet mogelijk hier Agnes Kant niet te noemen, de koningin van de Schriftelijke Vraag. De Schriftelijke Vraag is de uitdrukking par excellence van de politieke strijd in onze tijd. Tien vragen stelt Agnes. Het zijn tien vragen naar de bekende weg. Honderd vragen stelt Agnes. Het zijn honderd schreeuwen om aandacht.

In plaats van dat de collega's in het parlement zo veel aanstellerij aanpakken en de Schriftelijke Vraag eindelijk afschaffen, voelen zij een drang in zich opkomen ook tot Agnes haar hoogte te reiken, of, indien dit denkbaar zou wezen, haar zelfs te overtreffen.

Het zijn net journalisten.

Politiek wordt interessant als openlijk moed wordt getoond. Zou de premier ons kunnen voorgaan? Het is beter nergens op te rekenen. Premier J.P. heeft er tot nu toe blijk van gegeven een geoefend zwemmer te zijn - met het tij mee. We mogen ook niet vergeten dat hij de eerste was die aanschurkte tegen het populisme van Fortuyn. Verwacht niks van Balkenende.

Zou het parlement zichzelf bij de lurven kunnen vatten? Voor het levendige publieke debat zou veel gewonnen zijn als het parlement aanzienlijk minder zou doen dan nu aan detailzucht aan de dag wordt gelegd. Voor een vruchtbaar discussieklimaat is controle op hoofdlijnen meer dan voldoende. Het parlement zou ook kleiner moeten willen zijn. Minder mensen, minder thema's, meer debat? Zou dat een motto kunnen wezen? Het probleem is natuurlijk dat je aan de kalkoen niet kunt vragen wat met kerst op tafel moet staan.

Wie moet dan redding brengen? Is redding überhaupt mogelijk? Misschien wel, al moet er een prijs voor worden betaald. Steeds meer periodieken hebben het moeilijk, commerciële televisiestations kunnen amper het hoofd boven water houden, de publieke omroep wordt financieel fors afgeknepen.

Laat dan de wetten van het geld hun werk doen, als de regels van het politieke bedrijf een verandering van cultuur in de weg staan. Laat gewoon alles minder worden. Als de economische recessie het nog een tijdje volhoudt, zullen kranten, tijdschriften en tv-stations verdwijnen. Het zal rustiger worden in de media.

Er zal ruimte komen voor eigenheid, concurrentie hoeft niet meer te leiden tot massale uitvergroting van de werkelijkheid, we hoeven geen aandacht meer te schenken aan Agnes Kant, we hoeven niet meer als een amechtig paard naar de ander te loeren, we hebben voldoende aan onszelf. Misschien werkt het. Als het werkt, loopt de wijsheid van Willem Breedveld uit op zijn omkering: een ramp voor de krant, maar een zegen voor het land. Wie had dat gedacht?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden