Een prima woning voor 172 duizend euro

In de stadsregio Arnhem Nijmegen zijn de afgelopen jaren duizenden goedkope woningen gebouwd voor gezinnen. Met dank aan de crisis.

Hoewel het afgesproken aantal net niet is gehaald, is er in een recordtempo een recordaantal woningen gebouwd rond Arnhem en Nijmegen: 21.208 in vijf jaar. De helft bestaat uit betaalbare woningen, een unicum.

‘Het is een fabeltje dat je voor 172 duizend euro geen fatsoenlijk huis kunt bouwen. Projectontwikkelaars beweren dat nog steeds met droge ogen’, zegt Bert de Jong, woningbouwregisseur van de stadsregio Arnhem Nijmegen. ‘Let wel: ze hebben het dan over een hypotheeklast voor een inkomen van 40 duizend euro. Dat is wat een leraar of een verpleegkundige verdient.’

‘In twintig regio’s wordt versneld gebouwd, maar nergens op deze schaal in de betaalbare prijsklasse’, zegt burgemeester Gosse Noordewier van Wychen, die voor de stadsregio de versnelling van de woningbouw leidt. ‘Gewoonlijk gaat het om 35 procent.’

Er zijn prachtige voorbeelden, stelt Noordewier. Een kleurenfolder met achttien betaalbare projecten van Groesbeek tot Zevenaar werd eind vorige week uitgedeeld op het symposium La Grande Finale – Tempo KAN.

Betaalbaar bouwen was een ambitie van de stadsregio, die daarmee verder ging dan de afspraak met oud-minister Dekker van Volkshuisvesting om tot 2010 24.591 woningen te bouwen in gemeenten die ‘op slot’ zaten. Vooral de kleinere gemeenten mochten niet uitbreiden, maar moesten inbreiden: bouwen binnen de bebouwde kom – een ingewikkelde operatie.

Maar er stond een stok achter de deur. Werd het afgesproken aantal woningen gerealiseerd, dan zou het Rijk de helft van de kostprijs terugstorten. De stadsregio haalt het afgesproken aantal iets te laat, halverwege 2010. Maar ondanks deze ‘wanprestatie’ blijft de regio een van de koplopers van het land.

Dat het langer duurt, is niet zo verwonderlijk, zegt Noordewier. Het was sleuren en trekken aan vaak slecht georganiseerde gemeenten, corporaties die niet meer gewend waren te bouwen en projectontwikkelaars die zeiden voor deze prijs niet te kunnen bouwen.

Dit proces staat beschreven in het boek Ondergaan en ondernemen van John Cüster, die in opdracht van de stadsregio interviews hield met de hoofdrolspelers.

‘Dit is een pamflet van bestuurlijk Nederland’, zwaait Noordewier met het boek. Er worden allerlei taken van het Rijk lukraak op gemeenten afgeschoven, zegt hij. Maar wat daarna? ‘We zeggen het wel toe, maar niemand weet vervolgens hoe het moet.’

Dat geldt, zegt Noordewier, net zo goed voor de woningbouw als voor de thuiszorg.

Het begon in 2004 met de vaststelling van de juiste aantallen huizen in aanbouw. Het heeft een jaar geduurd voordat de gemeenten – voor de steden anderhalf jaar – dit overzicht konden geven.

Noordewier: ‘Gemeenten weten niet hoeveel huizen er worden gebouwd, het is nattevingerwerk. Dat geldt overal, je komt er niet achter. Nu weten onze wethouders het op straatniveau.’

Er waren twee woningbouwregisseurs, die fungeerden als de oliemannetjes op ambtelijk niveau. Als het ergens spaak liep, werd Noordewier ingezet om op bestuurlijk niveau de zaak in beweging te krijgen. Samenwerking was noodzakelijk omdat alle gemeenten immers afhankelijk van elkaar waren voor de beloning van het Rijk.

Niet alleen gemeenten moesten achter de vodden gezeten worden, ook de woningcorporaties werden aangejaagd. ‘Vijf jaar geleden waren dat nog beheersorganen die boven op hun bezit zaten en dat zo nu en dan een likje verf gaven. Ze zijn als een idioot gaan reorganiseren en hebben een optimale prestatie geleverd: 7.600 woningen.’

Maar het ergste hebben Noordewier en De Jong te stellen gehad met de projectontwikkelaars, en dan vooral met de grote. ‘Die zaten in 2005 nog op de top van de hoogconjunctuur en bouwden dure hutten, die direct vanuit de folder werden verkocht. Betaalbaar bouwen was belachelijk.’

‘De Italiaanse maatpakken’ gingen achteroverleunen zodra van betaalbare woningen werd gerept en probeerden het vervolgens bij een andere gemeente. Overal kregen ze hetzelfde te horen.

De twintig gemeenten vormden een blok. Dat hielp, aldus De Jong. ‘Kleinere, lokale ontwikkelaars gingen als eerste over de streep. Daarna volgde de rest schoorvoetend.’

Maar met nog steeds dezelfde grappen en grollen, zegt Noordewier. ‘Kregen we razende kopers op de stoep, die voor een schuurtje 10 duizend extra moesten betalen’

Dankzij de crisis zijn de rollen omgedraaid en hebben de gemeenten de touwtjes in handen. Vooral de wethouder woningbouw is getransformeerd tot een goed onderlegde gesprekspartner met wie niet meer valt te dollen. Althans, hij is degene die de lessen van de stadsregio ter harte heeft genomen, stelt Noordewier. ‘Die wethouder is de regisseur van de woningbouw geworden. Hij heeft het overzicht op orde, een goed georganiseerd ambtelijk apparaat en een groot netwerk.’

Maar er zijn ook gemeenten die achterbleven. Noordewier zou de namen van de gemeenten die hun aandeel niet leverden, het liefst op de website van de stadsregio zetten, maar hij doet het tegenovergestelde. Hij noemt de winnaar. Voor hem met stip op nummer één staat oud-wethouder Sander van Bodegraven van Arnhem. ‘Die had het in de vingers. Er is gigantisch gebouwd in die stad.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden