Een president heeft geen paleis nodig om Haïti te helpen

Haïti koos zondag een nieuwe president en een nieuw parlement. In de stembureaus van Port-au-Prince ging het er chaotisch aan toe. 'Waarom sta ik niet op de kiezerslijst, maar zie ik wel de namen van mensen die bij de aardbeving zijn gedood?'

PORT-AU-PRINCE Natuurlijk is Jeudy Mac-Connel komen stemmen. De 35-jarige Haïtiaan ziet het niet alleen als zijn plicht, maar zelfs als van levensbelang voor de toekomst van zijn door cholera en natuurrampen getroffen land. 'We moeten dit land veranderen. We moeten ons leven veranderen. Haïti moet weer hoop krijgen en dat kan slechts als we met z'n allen voor een nieuwe, capabele president kiezen.'


Maar wie die nieuwe Haïtiaanse president dan moet worden, houdt Mac-Connel angstvallig geheim, net als veel andere kiezers in het Lycée Jean-Jacques Dessalines zondag. Er lopen in het chaotische stembureau te veel 'observateurs' van de diverse politieke partijen, die dolgraag meeluisteren en stemadviezen geven. Voor een nieuwe president, maar ook voor een van de 99 verkiesbare parlementsleden en 11 senatoren die de Haïtianen vandaag op drie enorme stembiljetten met foto's mogen invullen.


Dus beperken Mac-Connel en veel medestemmers zich tot het trots tonen van hun paarse duim, het teken dat ze hebben gestemd. Op het hardop uitspreken van hun hoop op 'changement', op verandering. En het liefst zonder de bemoeienissen van de VN-macht Minustah, dat met opvallend veel gewapende blauwhelmen aanwezig is in de voor vrijwel alle verkeer verboden straten van de Haïtiaanse hoofdstad.


'We hebben geen vreemdelingen nodig om ons te helpen, zeker niet als het om veiligheid gaat. Haïti is ons land', zegt de 31-jarige Rachel Desire. 'Als het om huizen, gezondheid en onderwijs gaat, is het een ander verhaal. Dan is alle buitenlandse hulp meer dan welkom. Maar uiteindelijk moet onze nieuwe president onze problemen oplossen.'


De 21-jarige Nicolas Junior Desire weet dat het goed komt. 'Ik heb gedroomd dat God onze nieuwe president zal inspireren om Haïti te helpen, om van de Haïtianen te houden in plaats van zijn eigen bankrekeningen.'


Volgens Junior Desire zijn er drie 'grote mannen' die in de loop van de geschiedenis hun best hebben gedaan voor Haïti: de vrijheidsstrijders Jean-Jacques Dessalines en Toussaint Louverture en dictator François Duvalier. 'En daar kan toch zomaar de volgende Haïtiaanse president bijkomen? Zeker als hij straks miljarden dollars uit het buitenland krijgt voor de wederopbouw.'


Maar wat kan de Haïtiaanse president doen als hij na vandaag - en anders na de tweede stemronde in januari - wordt geconfronteerd met de steeds hardnekkiger geruchten van electorale fraude en het verwijt dat wellicht de populairste presidentskandidaat, hiphopster Wyclef Jean, misschien wel ten onrechte is uitgesloten van de verkiezingen?


Wat kan de president wiens imposant witte presidentieel paleis bij de aardbeving op 12 januari nagenoeg verwoest werd en sindsdien wacht om te worden afgebroken? Paulette Jean (52) moet hard lachen: 'Dat de president geen dak boven zijn hoofd heeft, is alleen maar goed. Dan kan hij zich nog beter inleven in wat ruim 1,3 miljoen landgenoten meemaken die in tentjes moeten wonen.'


En volgens de 26-jarige Gabriel Guignon moeten we eens ophouden over Wyclef Jean. 'Hij verdient groot respect voor zijn betrokkenheid met Haïti. Maar hij zou beslist geen oplossing zijn geweest voor de enorme economische en sociale problemen die wij hebben.' Waarom? 'Hij is geen politicus met een langetermijnvisie, maar een muzikant. En dat geldt ook voor zanger Michel Martelly. Hij is geweldig als 'Sweet Mickey', maar bepaald niet als een potentiële president die van Haïti een beter land zou kunnen maken.'


Guignon, die zijn stem heeft uitgebracht in het Ancien Local ONA, tegenover het enorme tentenkamp aan de Champ de Mars en de ruïne van het presidentieel paleis, wijst naar het witte gebouw. 'Een goede president heeft geen paleis nodig. Een paleis zegt niks over zijn werkelijke macht, zijn eerlijkheid en bereidheid om het volk te helpen. Een paleis kan je bovendien herbouwen. Maar om Haïti te herbouwen, heb je visie nodig. En die heeft volgens mij Mirlande Manigat.'


Ook Richardson Ricardo zou graag hebben willen stemmen op Manigat, mogelijk de eerste vrouw die president van Haïti kan worden. Ze staat al weken bovenaan de opiniepeilingen met een lichte voorsprong op Jude Célestin, de beschermeling van de huidige president René Préval. Maar hoe hard de 30-jarige Ricardo ook met zijn Haïtiaanse identiteitskaartje zwaait en de kiezerslijsten afspeurt in het Lycée Toussaint Louverture, zijn naam is nergens te vinden.


Ricardo blijkt niet de enige. Geregeld ontstaan opstootjes bij stembussen en moeten in oranje gehulde medewerkers van het sécurité électorale bijspringen. 'Waarom sta ik niet op een kiezerslijst? Maar zie ik wel de namen van mensen die bij de aardbeving zijn omgekomen?', foetert Ricardo. 'Ben ik geen Haïtiaan? Heb ik geen recht om de nieuwe president te kiezen, maar doden wel?'


Driftig schudt Ricardo het hoofd: 'Dit is nou Haïti. Alles gaat er verkeerd. Mensen maken het elkaar onnodig moeilijk. Daarom moet dit land veranderen. Daarom hoop ik dat de nieuwe president dit land verandert.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.