Een prachtig intermezzo tussen gemakzucht en vrijblijvendheid

‘Le Sacre’ in een kerk..

UTRECHT Le Sacre du Printemps in een kerk: dat betekent een heidens verhaal in een religieuze omgeving. Op uitnodiging van Springdance mochten drie kunstenaars dit prikkelende idee uitwerken: de Oostenrijkse componist van elektronische muziek Christian Fennesz, de Duits-Belgische mimekunstenaar David Weber-Krebs en de Iraans-Noorse danser en choreograaf Hooman Sharifi. Geen eenvoudige opdracht, want de dwingende muziek van Stravinsky en de oorspronkelijke choreografie van Nijinsky uit 1913 zijn historisch beladen werken, die destijds zo vernieuwend waren dat ze een schandaal veroorzaakten.

Fennesz zat met zijn live-optreden op laptop en gitaar tussen twee choreografen ingeklemd. Een prachtig intermezzo, dat technisch niet helemaal gesmeerd leek te lopen, maar de sobere kerk wel van aanzien wist te veranderen met een Bourgondische opeenstapeling van klanklagen en klankkleuren.

Waar Fennesz aanhaakte bij het overdonderende karakter van de Sacre, stortten beide dansmakers zich op het element ‘tijd’. De oer-Sacre gaat over het offeren van een meisje om de lente te laten terugkeren, over een vruchtbaarheidsritueel dus. Het hele stuk werkt naar dat offermoment toe, gestaag en bloedstollend spannend.

Weber-Krebs, die afstudeerde aan de Amsterdamse mimeopleiding, laat drie meisjes opdraven. Met hun klikkende hakjes zijn ze stuk voor stuk een potentiële ‘uitverkorene’. Maar dat beslissende moment wordt eindeloos gerekt; de performers liggen of staan veelal, roerloos, het koele marmer op de huid. De orgelversie van de Sacre klinkt omfloerst, veel minder agressief dan het origineel, en dat past eigenlijk wel bij deze staat van wachten.

Toch is Weber-Krebs’ minimale aanpak te gemakzuchtig, leunt die te veel op de schoonheid van de locatie en de muziek. Godzijdank kruipen de dames op een gegeven moment het heilige (altaar)deel van de kerk op, steeds verder van ons vandaan. Alsof ze al langzaam aan het verdwijnen, aan het sterven zijn. Als reptielen slepen zij hun onderlijven over de grond, richting een slotpose – een freeze van alle drie – die alle interpretaties openlaat.

Of de leegloop van de kerk met Hooman Sharifi te maken had of met de abominabele omstandigheden (de bezoekers moesten meer dan twee uur zitten op koude houten bankjes zonder rugleuning), valt te betwisten. Maar dat er bij Sharifi een grens was bereikt aan het incasseringsvermogen van het publiek, was duidelijk.

De gezette Sharifi, op zijn 14de door zijn moeder uit Iran weggestuurd ‘voor zijn eigen bestwil’, is een atypische choreograaf en danser: hij houdt zich niet aan de grenzen van het medium of de schoonheidsidealen van de daarbij behorende cultuur. Samen met Daniel Franco, filosoof, zet hij een boom op over de Sacre, daarbij op schijnbaar willekeurige momenten onderbroken door de muziek.

Ze praten over verandering en herhaling, over wat vooruitgang eigenlijk is, en revolutie. Na de winter wordt alles anders, met de terugkeer van de lente. Alleen wetenschap en technologie kennen geen nostalgie over het verleden. Het gesprek zou ook theatraal interessant kunnen zijn als het minder vrijblijvend was opgezet. Waarom niet een meer uitgewerkte vorm, goede versterkers (achteraan verstond je niks) en een hechter vlechtwerk tussen de twee gedachtenstromen?

Mirjam van der Linden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden