Column

Een potloodventer met maar een halve stijve

Geit

Bij de tramhalte op de Nieuwezijds Voorburgwal stond ik op lijn 1 te wachten. Naast mij bespraken twee meisjes van een jaar of 20 het naderende Chinese nieuwjaar. 'Het begint toch morgen, het jaar van de Geit?', vroeg de een. Ze had van dat asymmetrisch geknipte haar waar ik niet tegen kan en droeg zo'n vierdehands zwart astrakan-jasje.

'Ja, officieel dus morgen', zei het andere meisje. Ze had rossige dreadlocks boven een fleurig gestreepte wollen poncho. 'Maar de wezenlijke energie van de Geit is dus al twee weken geleden ingegaan. Het is een heel creatieve, artistieke energie, de Geit-energie. Wel ook een vuur-energie, net als het Paard, maar rustiger, vrouwelijker...'

Lijn 5 kwam voorrijden, de meisjes stapten in en ik bleef in mijn eentje achter. Ik dacht na over geiten. Volgens mij is hun energie voornamelijk gericht op het verschalken van graspollen waar ze net niet bij kunnen. Creatief of artistiek lijkt me dat nauwelijks. Wel erg menselijk, daar niet van.

Er kwam een man aanlopen van een jaar of 40 in ski-jack en spijkerbroek. Hij zag eruit als een helpdeskmedewerker. Of een Blokkerfiliaalchef. Of een treinconducteur. Erg normaal in elk geval, behalve dat zijn gulp openstond en er een stukje van zijn geslacht te zien was. De helft, ongeveer. Was hij misschien na het wateren vergeten zijn lul weer in te pakken? Maar dat had hij moeten merken, met dat koude weer.

Uit mijn ooghoek keek ik schuins naar het ding. Halfhard was het, en niet bepaald indrukwekkend. De man zag dat ik keek, grijnsde verlegen, maar maakte geen aanstalten zijn kleding in orde te brengen. Het was dus een potloodventer! Mijn eerste echte!

Tegen mijn kinderen heb ik altijd stoere praatjes dat je zo'n man hardop moet uitlachen, maar daar had ik helemaal geen zin in. Ik vond hem een beetje zielig en wat kon hij nou helemaal voor kwaad? Hij keek inmiddels beurtelings van zijn kruis naar mij, als wachtte hij op een reactie.

Juist wou ik een lollig sms'je aan een vriend sturen ('Héb ik eindelijk een keer een potloodventer, heeft hij maar een halve stijve') toen er een jonge vrouw aan kwam lopen met een meisje van een jaar of 4. De man schrok zienderogen, propte zijn lid terug in de gulp, trok de rits dicht en begon belangstellend de dienstregeling in het tramhokje te bekijken.

Daar kwam mijn tram. Terwijl ik instapte bedacht ik tevreden dat mijn allereerste ontmoeting met een potloodventer toch maar mooi zonder één wanklank was verlopen. Bovendien scheen de zon volop. Het leek wel lente.

Nee, het komt helemaal goed, dat jaar van de Geit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.