Een potje Risk, maar dan serieus

Heeft het zin de geschiedenis na te spelen op een computer? Wel als je wilt weten hoe belangrijk oorlog is.

Oorlog was belangrijk bij het ontstaan van grote rijken. Van de Egyptenaren tot het West-Europese imperialisme: alle grote rijken konden groeien dankzij de militaire overmacht, die het mogelijk maakte andere staten over te nemen. Een nieuw computermodel maakt dat nog eens duidelijk.


In vakblad PNAS beschrijft systeemecoloog Peter Turchin deze week op wiskundige wijze de wereldgeschiedenis van 1500 voor tot 1500 na Christus. Dat laat volgens Turchin zien hoe geschiedenis te verklaren is met behulp van modellen. Daarmee brengt hij cijfers in een traditioneel niet-cijfermatige wetenschap.


Het model heeft veel weg van het bordspel Risk. Turchin en collega's deelden Noord-Afrika, Azië en Europa op in kleine gebiedjes, getrouw aan hoe de wereld er in 1500 voor Christus uit zag. In die tijd waren er nog geen grote, ingewikkelde samenlevingen. In plaats daarvan bestonden er veel afgezonderde, zelfvoorzienende boerendorpjes. Daar kwam verandering in toen ruitervolken van de Euraziatische steppe gebieden begonnen te veroveren.


In het model wordt de verdedigingskracht van elk dorpje berekend, die onder andere van de locatie afhangt. Een dorp op een berg of heuvel is immers gemakkelijker te verdedigen dan een dorp aan de rand van een steppe.


Militaire macht gaf de doorslag. In de oudheid kwam dat soort macht vooral neer op paardeninnovatie: strijdwagens, stijgbeugels en andere gevechtsuitrusting maakte een leger veel machtiger dan dat van de tegenstander. Nadat een kleine gemeenschap is ingenomen door een grote macht, neemt deze de militaire ontwikkeling over. Daardoor intensiveert de strijd met andere gebieden en het veroverde gebied wordt snel groter. De voorheen afgezonderde dorpelingen moeten met hun nieuwe landgenoten omgaan, en die sociale interactie leidt uiteindelijk langzaam maar zeker tot een machtig wereldrijk met een eensgezind volk.


Dat is de theorie achter het model, maar het is ook hoe het in werkelijkheid is gegaan: de ruitervolken trokken vanuit het huidige Kazachstan via het Midden-Oosten met strijdtuigen naar Egypte. De strijd daar gaf de Egyptenaren kennis over rijtuigen, waarmee ze lang hun rijk in stand konden houden.


Nadat Turchin en collega's aan de hand van het model historische kaarten van wereldrijken over een periode van drie millennia maakten, vergeleken ze deze met echte kaarten die de wereld van 3.500, 2.500 en 1.000 jaar geleden weergeven. Ze bleken opvallend goed te passen; de verspreiding van de wereldrijken zoals Mesopotamië, Egypte, Griekenland, Rome en ten slotte West-Europa bleek goed te voorspellen door het model. De kaarten kwamen op sommige punten voor tweederde overeen met de werkelijkheid. Gezien de lange tijd waarover het model werkt en hoe onstabiel veel gemeenschappen uit de Oudheid waren, is dat opmerkelijk.


Het echte belang van het model is niet de precisie, maar dat er een nieuw gereedschap is om gebeurtenissen uit het verleden te verklaren. Historicus Jona Lendering is blij met het model. 'Eindelijk doet oude geschiedenis iets nieuws. Meestal gebruiken oudheidkundigen verklaringsmodellen waarin onzekerheid schuilt. Dit model maakt ook subjectieve aannames, maar ze zijn te toetsen en verbeteren. Dat maakt geschiedenis tot een hardere wetenschap.'


Het voordeel van het model is dat er weinig aannamen worden gedaan. Bovendien zijn de aannamen die erin zitten realistisch en toetsbaar. Als de onderzoekers de militaire vooruitgang uit hun model gooiden - en bijvoorbeeld vervingen door de ontwikkeling van industrie - klopte de modelkaart voor geen meter meer. Dat zien ze als bewijs van het belang van militaire vooruitgang in de Oudheid.


Het is niet voor het eerst dat geschiedkundigen simulaties gebruiken. De Tweede Wereldoorlog bleek ook zo te verklaren, maar daar ging het over een korte periode in een relatief klein gebied. Dat het nu ook voor de Oudheid gebeurt, stemt Lendering optimistisch over zijn vakgebied.


Of de methode ook gebruikt kan worden voor het voorspellen van toekomstige wereldrijken, is de vraag. 'Wil je iets kunnen zeggen over de menselijke aard, of over hoe wereldrijken zich gaan ontwikkelen, moet het model veel preciezer worden. Voordat dat lukt, ben je zo twintig jaar verder.'


De Russisch-Amerikaanse hoofdonderzoeker Peter Turchin heeft minder moeite om met zijn model de toekomst te voorspellen. 'Alles wijst erop dat China de volgende supermacht wordt, terwijl Amerika langzaam afzakt.' Dat zal dan niet meer met paardenoorlog gaan, maar eerder met economische en ideologische technieken. 'Net zoals tijdens de Koude Oorlog; toen dreigden de VS en Sovjet Unie wel met oorlog, maar de echte strijd werd gevoerd op economisch vlak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden