Een pop-activist die honing en stroop niet schuwde

Als teken van protest hield de zwarte popster Sam Cooke er vroeg in de jaren zestig mee op zijn haar glad te maken....

IN DE NACHT van 10 op 11 december 1964 stierf de magnifieke soulzanger en popster Sam Cooke, 33 jaar oud, onder nooit opgehelderde omstandigheden in een smoezelig motelletje in het getto van Los Angeles. Een prostituée, een schietgrage motelmadam met een strafblad, het vermoeden van roofmoord: Cooke's miljoenen fans waren verbijsterd. Cynici stelden vast dat Cooke's geheime dubbelleven hem kennelijk fataal was geworden.

Sam kreeg een heldenbegrafenis in Chicago, de stad waar hij een groot deel van zijn leven had gewoond. Billy Preston speelde orgel, Lou Rawls zong, Bobby 'Blue' Bland zong en Ray Charles vertolkte een diep ontroerende langzame versie van de spiritual Angels Watching Over Me. Belangstellenden schreeuwden en vochten om de propvolle kerk binnen te komen. Er vielen mensen flauw. Sommigen hadden zichzelf duidelijk te veel moed ingedronken.

Koud twee maanden later trouwde Cooke's weduwe Barbara met de net meerderjarig geworden Bobby Womack, Cooke's protégé, die op zijn beurt een grote naam in de muziekwereld zou worden. In Sam Cooke's kleren was die vlerk op de begrafenis verschenen!

Daniel Wolff slaat geen bizar feit over in zijn meeslepende, briljant geschreven biografie You Send Me - The Life & Times of Sam Cooke. Het is een verhaal met vele lagen, in elke laag is diep gegraven, is uitstekend gedocumenteerd en op subtiele wijze verweven met de andere. Het beschrijft Amerika in de jaren waarin de geleidelijke radicalisering van het zwarte bewustzijn het land van zuid tot noord op zijn grondvesten deed schudden.

Op de achtergrond klinkt de diepzwarte muziek van het geestelijke leven, gospel. Onstuitbaar gaat die over in het wereldlijke geluid van rock 'n' roll, en - als creatie van Sam Cooke persoonlijk - de popsoul die hem wereldwijde roem en muzikale onsterfelijkheid zou bezorgen.

You Send Me uit 1957, Cooke's tweede popsingle en zijn allergrootste hit (nummer 1 op zowel de pop- als de r & b-hitparade), was nog overduidelijk geworteld in zijn verleden als leadzanger van de gospelgroep The Soul Stirrers. Aan zijn cross over was een periode voorafgegaan van intense twijfel aan de juiste weg. God hield niet zo van die artiesten die in plaats van de kerk de danszaal aan het 'rocken' kregen. Dat was Sam met de paplepel ingegoten door zijn vader, die dominee was.

Maar Sam zocht altijd al de keerzijde van de gepatenteerde braafheid: de waanzinnig aantrekkelijke jonge gospelzanger liet een spoor van onwettige kinderen na. De homo's, om wie het gospelcircuit bekend stond, waren wild van hem. Het was zijn onberispelijke voorkomen, de smile die iedereen deed smelten, zijn onontkoombare sexy uitstraling, maar vooral zijn stem.

Als kind in Clarksdale zong hij al de sterren van de hemel, zonder dat iemand hem dat had geleerd. De Holiness Church, waar de Cooks (Sam plakte later een e achter zijn naam) bij hoorden, stond het gebruik van cymbalen, drums en tamboerijnen toe. Die ritmische eredienst was de voedingsbodem voor Sam Cooke's muzikaliteit. Vreemd genoeg was hij een waardeloze danser. Vergeefs waren de pogingen van een choreograaf hem de danspasjes bij te brengen die onvermijdelijk waren bij nachtcluboptredens. Ach wat! Hij hoefde alleen maar te zingen, te staan, een beetje met zijn handen te wapperen.

Zijn artistieke produktiviteit was fenomenaal en bovendien stond hij altijd klaar voor oude gospelvrienden en zelfontdekt nieuw talent, zoals de Womack Brothers (Friendly Jr., Bobby en Cecil) uit Cleveland, die in 1952 door Sam als voorprogramma van zijn Soul Stirrers waren gevraagd. Als eerste soulzanger maakte hij in 1960, toen het betoverende Wonderful World hoog in de hitparades stond, een tiendaagse tournee door het Caribisch gebied. Op Jamaica liet de douane de 'man of Wonderful World' zomaar door en overal ontmoette hij alleen maar vriendelijkheid en bewondering.

De cultuurschok was groot na een leven als gelegaliseerd tweederangs burger. De karavaan deed ook Suriname aan. 'Een opgewonden publiek gooide allerlei rommel naar Sam, kwam massaal naar voren, werkte hem tegen de grond en begon hem heen en weer te rollen. Cooke nam zijn vechthouding aan, ontblootte zijn tanden, balde zijn vuisten, totdat iemand hem eindelijk uitlegde dat dit de lokale versie was van een staande ovatie.'

De strijd voor burgerrechten verhardde zich in de loop van de jaren zestig in snel tempo. Cooke verdiepte zich in de geschiedenis van de slavernij en de gevolgen van de afschaffing daarvan. Het maakte hem militant, hoewel hij te veel zakenman was om dit van de daken te schreeuwen. Hij was de eerste ster die zijn haar niet langer behandelde met gladmaak-crèmes: in die tijd een daad van openlijk protest en een lichtend voorbeeld voor de latere 'Black is beautiful'-beweging.

Hij raakte bevriend met Malcolm X, niet de minst welbespraakte activist, en noemde Cassius Clay een voorbeeld voor de zwarte jeugd. Hij was de eerste die weigerde voor een gescheiden publiek op te treden: hij was zo beroemd dat de organisatoren zich wel moesten aanpassen aan zijn wens. Hij was de eerste succesvolle zwarte eigenaar van een produktie- en platenmaatschappij.

Zijn muziek stond echter op gespannen voet met zijn persoonlijke overtuiging, net als bij zijn helden Harry Belafonte en Nat King Cole. Ook hij wilde de lieveling zijn van het mainstream publiek, dat wil zeggen, blank Amerika. Honing, stroop, violen, blanke achtergrondkoortjes: geen enkel middel schuwde hij om dat doel te bereiken.

Gretig haakte hij in 1959 in op dansrages (Everybody Likes To Cha Cha Cha) en de exploderende tienermarkt (Only Sixteen). Hij tekende in 1960 bij een grote platenmaatschappij (RCA, die ook Elvis had), waardoor hij moest werken met blanke producers die niet wilden weten waartoe hij zelf als songwriter en producer in staat was. Pas na het megasucces van het door hem zelf geschreven en geproduceerde Chain Gang (Oe-ah!) drong het besef van zijn genialiteit door tot de top van de muziekindustrie.

Het hemelse Cupid (1961) en de millionseller Twistin' The Night Away (1962) katapulteerden hem definitief naar de wereld van de jet set. Het is navrant dat zijn anderhalf jaar oude zoontje Vincent verdronk in het splinternieuwe privé-zwembad. Achteraf is het opmerkelijk dat het voor verschillende, maar vooral politieke interpretaties vatbare A Change Is Gonna Come (1964) zijn loopbaan en leven besloot.

You Send Me - The Life & Times of Sam Cooke is vooral ook zo goed, omdat het op een onovertroffen manier diep ingaat op het muzikale proces - een onderwerp dat er in dit soort biografieën meestal bekaaid afkomt.

Lutgard Mutsaers

Daniel Wolff with S.R. Crain, Clifton White & G. David Tenenbaum: You Send Me - The Life & Times of Sam Cooke.

William Morrow, import Van Ditmar; ¿ 48,30.

ISBN 0 688 12403 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden