'Een Pool heeft een vechtersinstinct'

Polen, zegt Johan de Boose, dat is voor velen een kreupele paus en verstokte devotie. Altijd weer die clich Sommigen noemen het 'Gods speeltuin', anderen 'de dansvloer van de duivel'....

Op een decemberavond in 1896 kwam in een Parijs theater 'een gedrongen man in een zwart pak en met een kapsel a Bonaparte' aan een tafeltje voor het toneeldoek zitten, vertelt Johan de Boose (1962). Het was Alfred Jarry, de excentrieke schrijver van die onvergetelijke burleske Ubu-stukken over Le P Ubu, een vertrouweling van de 'Poolse' koning Wenceslaus, en oorspronkelijk een satire op Jarry's scheikundeleraar.

De plaats van handeling van zijn stuk Ubu Roi, zei Jarry, het eerste van een hele reeks, was 'nergens, dat wil zeggen: Polen'. Nulle part, c'est-ire, la Pologne. 'Hoe kon een land Nergens heten? Waar lag het?', vroeg De Boose zich af. Hij las Ubu voor het eerst op de middelbare school. 'Ik wilde toen al op reis naar dat Nergens.' Als hij Nergens kon vinden, dacht De Boose, het Polen dat Nergens is, 'zou het prompt Ergens worden'.

Bijna twintig jaar lang heeft hij 'Polen, Nergensland, het paradijs van schoorsteenrook' doorkruist. 'Ik sliep weleens in een hotelsuite', schrijft De Boose in Alle dromen van de wereld - Een sentimentele reis door Polen, 'maar meestal belandde ik in een dichtbevolkte anderhalvekamerflat, in een koloniehuis van sovjetmakelij, in de linnenkamer van het Pools Toeristisch-Heemkundig Genootschap, kortweg PTTK, of gewoon in de schuur van een oude kolchoze.'

Is Polen 'Gods speeltje' of is het 'de dansvloer van de duivel'? Is de typische Pool 'katholieker dan Wojtyla'? Over dat land, 'ontstaan uit een verzameling snippers', het Polen dat 'in de loop der eeuwen de twistappel van rivaliserende legers is geworden', denken de meesten in 'torenhoge clich. Polen, begreep De Boose, dat is voor velen een kreupele paus, verstokte devotie en het Warschaupact. 'Wat weten wij van Polen? Je krijgt alleen maar die clichte horen. Dat het er grauw, koud en onveilig is.' Of over Warschau: 'Je kunt er verblijven, maar niet blijven.' Of de toetreding tot de EU: 'Als er geen plaats is voor God in de EU, is er in de EU geen plaats voor de Polen.' 'Ik vroeg mij af: klopt het? Al zit er natuurlijk altijd wel een beetje waarheid in.'

Sinds een jaar is de Vlaamse slavist, dichter, schrijver, theater- en radiomaker fulltime schrijver. De Boose studeerde slavistiek in Gent, reisde in 1985 voor het eerst naar Polen, ontmoette er theatermaker Tadeusz Kantor en werkte bij hem als vertaler en archivaris. Hij ging bij het theater, maakte programma's voor de Vlaamse radio, woonde een tijd in Sint-Petersburg, schreef een boek over Kantor, ook gedichten en verhalen, de roman Fluweel van leegte, een zwerftocht door 'de necropolis' en het labyrint Sint-Petersburg.

Polen fascineert hem al lang. 'Het was aanvankelijk een fascinatie voor het theater. Daar is het mee begonnen. Ik wilde naar het theater; ik schreef ook al heel vroeg, als puber, gedichten. Natuurlijk, daar kun je niet van leven. En daarom ging ik slavistiek studeren.

'Theater is iets magisch. En op die manier word ik geraakt door Oost-Europese stukken. Die vreemde wereld die nog een blinde vlek was, en die je in het theater zag. In het begin was dat heel moeilijk, maar het was wel fantisch. Ik wilde iets meer doen dan dat. En toen dacht ik: ik maak een scriptie over het theater, over Russisch theater. Die scriptie is in de smaak gevallen van een van mijn hoogleraren, en die zei: als je iets meer wil doen met theater, dan moet je naar Polen; d wordt het beste theater gemaakt. En toen ben ik naar Polen getrokken zonder ook maar een woord Pools te kennen, zonder iets af te weten van die Poolse cultuur of van het Poolse theater.

De Boose reisde naar Krak'de stad van papen, ketters en draken, de plek die me na mijn geboortestad het dierbaarst is'. In dat Midden-Europese Florence 'zag ik meteen dat die uitspraak van die professor een beetje overdreven was. De grote theatervernieuwer Jerzy Grotowski was allang naar het echte Florence gegreerd, waar hij tot zijn dood in 1999 verbonden was aan een internationale school. Zijn studenten, de apostelen van de goeroe, hadden een eigen theatertje, zeer interessant; het bestaat trouwens nog altijd. En toen dacht ik: ik moet rondzwerven. Gewoon gaan zwerven en gaan zien om iets te weten te komen. En tegelijkertijd mij onderdompelen in die Midden- of Oost-Europese cultuur waar ik zo door gefascineerd was.

'Ik bgaan zwerven, in al die steden, ook in kleinere plaatsen; veel mensen ontmoet, vrienden gemaakt, veel theater gezien. Soms heb ik het ook heel moeilijk gehad. Op een gegeven moment echter ben ik Kantor tegengekomen. Die heeft een zeer diepe indruk op mij gemaakt; we werden vrienden, hoewel hij mijn grootvader had kunnen zijn. Ik belde hem vaak op, ik ging ook met hem mee op tournee.

'In Krakad je in de jaren veertig twee heel spraakmakende theaters: sommigen gingen naar het Rapsodisch Theater van Karol Wojtyla, een jeugdig, katholiek dichter; anderen naar het Onafhankelijk Theater van de schilder Tadeusz Kantor. De beide nieuwlichters waren waanzinnig geliefd, maar om tegengestelde redenen: de latere Paus Johannes Paulus II was een typisch conservatieve, taalgerichte Pool; Kantor, die in 1990 stierf, was een halfjoodse, zeer extravagante en ontypische Pool. Wojtyla is de Pool bij uitstek geworden. Als er Pool in de wereld is, is hij het. Ja, hij had ook filmster kunnen worden. Zijn droom was, dat heeft hij nog niet zo lang geleden schertsend gezegd, een grote rol in Hollywood.'

Dat is hem toch aardig gelukt? Hij heeft veel invloed. Er is in het Europees parlement door een Pools parlementslid al met een kruisbeeld gezwaaid? Natuurlijk zijn er ook tegenstanders - ook Polen. Er worden in Warschau, zegt De Boose, veel grappen over de paus verteld. 'Het Warschause Cultuurpaleis, een toren in Stalin-gotiek, noemden de Polen vroeger ''de pik van Stalin''. Weet je hoe sommigen hem nu willen noemen? ''De pik van Johannes Paulus II''.

'We hoeven toch niet bang te zijn voor dat Pools katholicisme? Een van die clichis dat fundamentalistisch katholicisme. Dat kun je alleen in Polen vinden. Het zit diep geworteld. Het is vooral formeel, gericht op symbolen en rituelen die ik eigenlijk wel mooi vind. Niet dat we hier naar die tijd moeten terugkeren, maar die glans van het ritueel is prachtig.

'Wat ik in mijn boek geprobeerd heb, is uit te leggen waarom de Polen zo vasthouden aan dat katholicisme. Een van de verklaringen is het feit dat het land in de negentiende eeuw, eind achttiende niet bestond; het was opgedeeld - het was echt nulle part, ''Nergensland''. Het was bezet door Duitsland, Rusland en Oostenrijk. Op sommige plaatsen was het Pools als taal verboden. Die taal was het cement van die versnipperde bevolking en samen met het Pools was de godsdienst een bindmiddel. Daar heeft het zijn wortels; men leest nog altijd die grote romantische dichters uit de negentiende eeuw, zoals een Adam Mickiewicz; dat zijn dichters die extreem patriottistisch zijn, extreem katholiek, die een fenomenale taal hanteren, die ook extreem romantisch zijn tegelijk, zoals Mickiewicz, ironisch. Het is ook zelfrelativering.

'Ik spreek in de eerste hoofdstukken met drie grote figuren die ik ontmoet heb, Wislawa Szymborska, Czeslaw Milosz en Kantor. Eigenlijk hebben ze alle drie dezelfde soort zelfrelativering. Het is geen cynisme, dat maakt ze zo interessant. Ze zijn bevlogen, ze kunnen hun positie en hun vak relativeren, ook hun taal en hun godsdienst. En daarom zijn ze ook internationaal zo belangrijk. Iemand die alleen maar cynisch is, die lacht zichzelf weg.

'Maar misschien is ook dat weer ontypisch Pools. Als je dat aan Polen voorlegt, dan vragen ze zich af wat ik bedoel met ''typisch Pools'', want dat bestaat niet; het is altijd oods, itouws, ostenrijks, uits.

'Wat men in Polen ''oer-Pools'' noemt, dat vind ik een beetje gevaarlijk, dat neigt naar zeer extreme politieke standpunten. Natuurlijk, een Pool heeft een uitgesproken vechtersinstinct. Als Polen zichzelf zo typeren, dan verwijzen ze altijd naar die grote overwinning op de Turken, tijdens de Slag bij Wenen in 1683. De Poolse huzaren hebben Europa van de Ottomaanse dreiging gered. Polen is het middenrif van een Europees lichaam; het moet sterk zijn, anders zou het niet meer bestaan.'

Het boek is vooral 'een sentimenteel verslag' in de betekenis die Laurence Sterne daar aan gaf in A Sentimental Journey through France and Italy. Sterne heeft het over types, de nieuwsgierige reiziger, de ijdele, de zwaarmoedige, de reiziger uit noodzaak de sentimentele reiziger 'die vooral rondkijkt en zich heel vaak verbaast'.

De Boose: 'Ik heb mijn boek op een zeer zintuiglijke manier geschreven, met geluiden, met de reuk van dingen, met de tastzin ook. Er komen misschien weinig kraaien in voor, zoals je zegt, maar de kraai zit er win; er wordt nogal gekrast in het boek. Polen is voor mij een soort droomland: die droom van wat het ooit geweest is, en wat het niet meer is, wat het had kunnen zijn maar niet geworden is, die droom van wat het nooit geweest is en misschien ooit zal worden, die droom van het niet-bestaande land, maar dat er toch is. De Pool is nooit tevreden, het is nooit goed genoeg, Polen zullen altijd blijven streven naar iets wat verderaf ligt en onbereikbaar is.'

Het is zoals in die verzen van Fernando Pessoa uit Sigarenwinkel: 'Ik ben niets/ Ik zal nooit iets zijn/ Ik kan ook niet iets willen zijn/ Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden