Reportage

Een Pool die ijvert voor Joods erfgoed, dat ligt gevoelig

Het Holocaust-gedenkteken bij het voormalige Radegaststation in Lodz. De Joodse begraafplaats ligt er dichtbij. Beeld Piotr Malecki
Het Holocaust-gedenkteken bij het voormalige Radegaststation in Lodz. De Joodse begraafplaats ligt er dichtbij.Beeld Piotr Malecki

Als vrijwilliger ontfermt Pawel Kulig zich over de Joodse begraafplaats van Lodz, waar hij pal naast opgroeide. Hij hoopt dat het gedeelde verleden tot verbinding leidt. Maar dat verleden is onder de PiS-regering in Polen inzet van de politieke strijd geworden. ‘Mensen vragen me waarom ‘wij Polen’ voor een Joodse begraafplaats moeten zorgen.’

Verse sneeuw kraakt onder de winterschoenen van Pawel Kulig (46) terwijl hij over de verlaten Joodse begraafplaats in Lodz stapt. De enorme necropolis is bedekt met een dikke laag sneeuw. Af en toe stopt hij om een kleurrijke anekdote over een beroemde rabbijn of grote textielmagnaat te vertellen. Of om te wijzen op vandalisme. Er ontbreken grafstenen. ‘Die zijn na de oorlog gestolen, vanwege het materiaal.’

De talloze matseva’s, Joodse grafstenen, zijn net zo verschillend als de bomen die het bos op de begraafplaats vormen. Ze zijn rijk versierd met kandelaars, dieren, planten of boeken: een teken dat hier iemand ligt begraven die bij leven de Talmoed en Torah bestudeerde. Hebreeuwse en Poolse grafschriften wisselen elkaar af op de scheefstaande zerken. Er liggen ongeveer 200 duizend mensen begraven op een terrein zo groot als tachtig voetbalvelden.

Kulig is geboren en getogen in Lodz (spreek uit ‘woedzj’) en hij kent de Joodse begraafplaats en haar geschiedenis als zijn broekzak. Kulig is zelf niet Joods, maar samen met de stichting ‘Beschermers van de Herinnering’ zorgt hij al jaren voor het onderhoud van de graven. Zo wil hij de herinnering aan het Joodse verleden van zijn woonplaats levend houden. ‘We zijn niet alleen conciërges. We geven onderwijs, organiseren activiteiten over de geschiedenis van de stad en doen historisch onderzoek.’

De stichting is op zoek naar verbinding. Dat is niet altijd even makkelijk in Polen, een land waar het verleden nog vaak polariseert. Vooral de afgelopen jaren is de geschiedschrijving verder het politieke domein ingetrokken en de regering van PiS heeft een eenzijdige en nationalistische lezing. ‘Dat zorgt voor hokjesdenken’, zegt Kulig. ‘Mensen vragen me waarom ‘wij Polen’ voor een Joodse begraafplaats moeten zorgen. Terwijl dit erfgoed van ons allemaal is en dus ook onze gedeelde verantwoordelijkheid.’

Pawel Kulig: 'Dit erfgoed is van ons allemaal en dus ook onze gedeelde verantwoordelijkheid.' Beeld Piotr Malecki
Pawel Kulig: 'Dit erfgoed is van ons allemaal en dus ook onze gedeelde verantwoordelijkheid.'Beeld Piotr Malecki

Die gedeelde verantwoordelijkheid begon met een gedeeld verleden. Lodz is een oude industriestad die begin 19de eeuw als een grote bakstenen paddestoel uit de grond schoot. Talloze mensen trokken naar de stad om in de textielindustrie te werken. Zo werd het de ‘stad van vier culturen’, waar Polen, Joden, Russen en Duitsers woonden. Een op de drie inwoners van Lodz was Joods. De begraafplaats herinnert aan dit rijke verleden.

De Tweede Wereldoorlog maakte hier een eind aan. De nazi’s veranderden de stadsnaam in Litzmannstadt en maakten van de Joodse wijk een getto. Op de begraafplaats liggen 43.527 mensen die in het getto om het leven kwamen. Slechts tienduizend van de 200 duizend Joodse inwoners overleefden de oorlog, de meesten van hen emigreerden. Volgens Kulig kunnen we lessen trekken uit zowel de oorlog als uit de tolerantie die de stad voor die tijd kenmerkte. ‘Inzicht in het verleden leidt tot meer begrip voor elkaar in het heden.’

Kulig groeide op in de volkswijk Baluty, pal naast de begraafplaats. In zijn kindertijd speelde hij samen met andere kinderen tussen de Joodse grafstenen. ‘Voor ons was het een magische plek, verlaten en volkomen overgroeid. De grafstenen waren groter dan ikzelf, beschreven in een geheimzinnige taal met tekens die ik niet kende.’

Het duurde jaren voordat Kulig de historische achtergrond van zijn wijk en de begraafplaats leerde kennen. Want over het oorlogsverleden werd tijdens zijn jeugd niet gepraat. ‘Ik ontdekte op een bepaald moment oude kleurenfoto’s van het getto. Toen pas legde ik de link tussen het verleden en de plek waar ik zelf woonde.’ Het veroorzaakte een levenslange fascinatie voor de geschiedenis van zijn woonplaats en de Poolse Joden.

Op de Joodse begraafplaats liggen ongeveer 200 duizend mensen.  Beeld Piotr Malecki
Op de Joodse begraafplaats liggen ongeveer 200 duizend mensen.Beeld Piotr Malecki

Kulig, die in het dagelijks leven industriële lijm verkoopt, wordt niet alleen gedreven door zijn honger naar kennis. Hij wil deze vooral doorgeven, vooral aan jongeren. Uit zijn eigen jeugd herinnert Kulig zich de rivaliteit tussen twee voetbalclubs in Lodz, waarvan er een een Joodse oprichter heeft. ‘De supporters van het andere team schreeuwden altijd dat ze ‘tegen de Joden’ streden. Ik begreep niet waar die haat vandaan kwam.’

Al ruim acht jaar houdt hij zich bezig met de activiteiten rondom de begraafplaats. Afgelopen jaar werd hij daarvoor onderscheiden door Polin, het Joods museum in Warschau. Over zijn werk is hij bescheiden. ‘Ik voel me verantwoordelijk en wil graag iets betekenen voor deze plek. ‘Doe wat je hand te doen vindt’’, citeert hij het Oude Testament.

‘Hij heeft een groot hart’, zegt rabbijn Dawid Szychowski (38) over Kulig. In feite is de Joodse gemeenschap, die in Lodz ongeveer 250 leden telt, volgens de Poolse wet verantwoordelijk voor het onderhoud van de begraafplaats. Maar daar is de gemeenschap te klein voor, vertelt Szychowski in de voormalige sjoel van Lodz. ‘Het is een loodzware last als je niet voor je eigen erfgoed kan zorgen.’ Hij is dus blij met initiatieven voor de begraafplaats. ‘Het is belangrijk dat de begraafplaats niet alleen als Joods erfgoed wordt gezien, maar dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor deze historische plek.’ Het liefst ziet Szychowski in de toekomst ook een Joods museum in Lodz.

Lodz is een vervallen industriestad, veel gebouwen zijn in slechte staat. Maar er wordt steeds meer opgeknapt en de oude textielfabrieken huisvesten nu bedrijven, winkels en hippe horecatentjes. Als derde stad van Polen profileert Lodz zich graag als een open en diverse stad, waarbij ook het gemeentebestuur teruggrijpt op het verleden. Het werk van Kulig valt bij het bestuur dan ook in vruchtbare aarde.

Maar niet alle stadsbewoners zijn even positief. Behalve vragen waarom een Pool voor een Joodse begraafplaats zorgt, krijgt Kulig ook boze mails. ‘Mensen schrijven dat ik ‘geen echte Pool’ zou zijn, of ‘een lakei van de Joden’. Of ze schrijven dat Joden uit zijn op de restitutie van woningen en herstelbetalingen.’

De Poolse geschiedenis is complex en dat leidt tot een lastige omgang met het verleden. De oorlog, waarbij zowel nazi-Duitsland als de Sovjet-Unie uit waren op de vernietiging van de Poolse staat, was een ongeëvenaard trauma voor het land. Een op de vijf Poolse staatsburgers kwam om tijdens de oorlog: zes miljoen mensen, waarvan drie miljoen Joden.

Rabbijn Dawid Szychowski in de synagoge van Lodz.  Beeld Piotr Malecki
Rabbijn Dawid Szychowski in de synagoge van Lodz.Beeld Piotr Malecki

Slachtofferschap speelt daardoor een belangrijke rol in de Poolse herdenking van het verleden, net als ondergronds verzet en de hulp die geboden werd aan Joodse landgenoten. Maar er was ook antisemitisme en geweld van Poolse burgers tegen Joden, in de oorlogsperiode en erna. In 1946 vond er zelfs nog een pogrom plaats onder terugkerende Joden in Kielce. ‘Er waren veel moedige Polen die Joden hebben geholpen. Maar de andere kant van de medaille was bepaald niet fraai,’ zegt Kulig.

In het stadje Jedwabne bijvoorbeeld zijn op 10 juli 1941 honderden Joden opgesloten in een schuur en levend verbrand. In de omringende dorpen vonden vergelijkbare gruwelijkheden plaats. Nadat in 2000 een boek was verschenen over Jedwabne waarin niet de nazi’s maar de Polen als dader werden aangewezen, ontstond er een felle nationale discussie over het aandeel van Poolse burgers in de Holocaust. Antisemitisme stak hierbij opnieuw de kop op.

null Beeld

Die discussie wordt nog steeds gevoerd. De wetenschappers Barbara Engelking en Jan Grabowski stonden begin februari voor de rechter wegens een boek over de Holocaust. Hierin beschrijven ze hoe een dorpsoudste in Malinowo Joodse onderduikers zou hebben verraden aan de nazi’s. Zijn 80-jarige nicht spande een zaak aan tegen de wetenschappers wegens smaad, financieel gesteund door de aan de PiS-regering gelieerde ‘Poolse Liga tegen Laster’. Critici uitten naar aanleiding van de zaak hun zorgen over academische vrijheid en al te monolithische geschiedschrijving in Polen.

‘In Lodz hebben we het getroffen met de lokale politiek’, zegt Kulig, ‘maar elders in het land is het lastig over dit deel van onze geschiedenis te praten. Toch is dat nodig. Alleen een open omgang met ons complexe verleden kan mensen dichter bij elkaar brengen.’

Bij zijn vrijwilligerswerk ziet hij wat voor vruchten dat kan afwerpen. Niet alleen in Polen, maar ook in Israël. Kulig helpt Israëliërs met het zoeken naar het graf van hun familieleden en bij het achterhalen van de geschiedenis van hun familie in Polen. Deze kennis, vaak in combinatie met een bezoek aan Lodz, geeft nabestaanden rust, ziet Kulig. ‘En het maakt ook een einde aan het vooroordeel dat alle Polen antisemitisch zouden zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden