Een politieman als maat

Bridgefamilies klaverjassen niet. Toch leerde ik het spel veel eerder dan bridge en wel van vriendjes. Inclusief de trucs van snijden en 'seinen' (bridgers bedoelen met 'signaleren' hetzelfde)....

JAN JOOST LINDNER

Uiteraard werd er in Den Haag 'Rotterdams' gespeeld. Ik vermoed dat de grens tussen 'Amsterdams' en 'Rotterdams' precies over de provinciegrens tussen Noord- en Zuid-Holland loopt. Of dat zo is en hoe die lijn oostwaarts doorgetrokken moet worden, mag wel eens onderwerp van een proefschrift zijn.

Verderop wordt het nog moeilijker. In de stad Utrecht móet je zelf troef maken in plaats van een lage kaart draaien. Althans, dat systeem wordt wel 'Utrechts' genoemd. Het is in strijd met de officiële regels van de Nederlandse Klaverjas Unie (NKU), wat evenzeer voor het Rotterdams geldt.

Klaverjas is Neerlands meest gespeelde kaartspel en vooral ook populair in kringen van politie en brandweer. De tv-ster, IRT-deskundige en hoofdcommissaris Nordholt zei wel eens dat hij met veel personeel en weinig materiaal alleen Bachkoralen kon zingen, maar hij bedoelde natuurlijk grote jasdrives houden. Er is geen betere bevordering van het spel denkbaar dan het streven van elk kabinet om nog vele blikken agenten open te trekken.

Ooit heb ik eens met een ervaren politieman als 'maat' (klinkt toch vertrouwder dan 'partner') mogen klaverjassen in diens huiskamer en we speelden meteen de sterren van de hemel. Geluk natuurlijk, maar ook omdat we na een summiere afspraak over het 'seinen' elkaar prima aanvoelden. Nu is klaverjassen voor een bridger sneller te doorgronden en te onthouden (twintig kaarten minder). Maar ook geldt: 'nat' is hier echt mis, terwijl één down nog 'goed bridge' genoemd wordt.

Overigens meenden de tegenspelende dames uit ons uitzinnige succes af te moeten leiden dat we frauduleus zaten te seinen of zo. Dat ze dat, zelfs met een slokje op, van een politieman konden denken! En, nog erger, van mij. Anders dan sommige dammers of enkele Zoetermeerse schakers blijf ik vals spelen kwalijke onzin vinden.

Klaverjas voor vier laat zich veel luchtiger en vlotter spelen dan bridge en ook hier geldt dat het speelplezier niet afhankelijk is van de speelsterkte, een stelling van J.H. Donner. Soms vermoed ik wel eens een omgekeerde relatie. Maten van ongelijke sterkte verdragen elkaar bij klaverjas gemeenlijk wat beter dan bij bridge. Maar niet als de sterkste fanatiek en ambitieus is en via de speeltafel minstens hoofdagent wil worden.

Aan speeltips waag ik me in dit geval niet, want ik weet zeker dat veel lezers daartoe meer bevoegd zijn. Zelf heb ik wat seinen betreft (met minder keus dan bij bridge, ook wegens de eis van 'spekken') een voorkeur voor het negatieve signaal: rommel lozen, zodat de maat niet in die kleur moet terugkomen.

Het verschil tussen 'Amsterdams' en 'Rotterdams' lijkt gering, maar kan behoorlijk aantikken. In de hoofdstad, altijd een slagje anarchistischer, hoef je niet te overtroeven als de slag al aan de maat ligt, maar beneden de Haarlemmermeerpolder moet dat wel.

Dit laatste betekent dat een 'mars', ook wel 'doormars' genoemd (alle slagen en honderd punten extra), een stuk moeilijker wordt. De Noordhollanders kunnen hun vuil weggooien op de slag die aan maat ligt en die leeggemaakte kleur vervolgens prinsheerlijk troeven. En hieruit vloeit weer voort dat Amsterdams meer in het voordeel is van de maten die gáán, want die hebben - als het goed is - meer troeven. Rotterdammers die gáán, leven dus gevaarlijker. Aan de andere kant zullen Amsterdammers wat eerder gáán.

Ik heb een lichte voorkeur voor het Rotterdams, omdat er toch wat meer strijd aan tafel is, nu de troeflengte minder overheerst. Dat de NKU in de jaren tachtig toch voor het Amsterdams koos, zal wel te maken hebben met diep ontzag voor het culturele prestige van de hoofdstad. Of met de opkomst in de toenmalige vergaderzaal.

Wellicht is Rotterdams ook langer vol te houden. In 1926 deed een Zuidhollandse klaverjasser van 23 een poging het wereldduurrecord te verbeteren. Aan zijn inzet ontbrak niets, maar wel aan zijn uithoudingsvermogen. Na 74 uur onafgebroken klaverjassen - met wisselende maten, dat wel - gleed hij van zijn stoel. Medische bijstand was hard nodig en daarna toch maar uitslapen.

Hij had inmiddels wel het Nederlands record met zo'n veertien uur gebroken. Maar het wereldduurrecord van bijna 102 uur was nog een heel bos aan 'boompjes' weg. Hoeveel kruisen hij in zijn 74 juur mocht verzamelen vermeldt het verhaal niet en evenmin of hij zich daarna beperkte tot een los wekelijks avondje klaverjas of dat hij er voorgoed mee ophield.

Dat zou jammer zijn. Want klaverjas verdient zijn populariteit, overigens in allerlei varianten. Ook die voor twee en drie spelers, waarover een volgende rubriek zal gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden