Een polemiek

Maar goed dat ik wist wie Léo was. Ik luisterde naar een oud cassettebandje in de auto en hoorde hoe een man daar in het Frans begon te zingen: 'Het is niet waar, Léo.' Gelukkig wist ik onmiddellijk weer wie Léo was....

Marjolijn Februari

Sinds het Nederlandse volk de ether heeft verkocht aan een onbekende grootmacht die op ieder moment van de dag op alle radiozenders tegelijk Shakira voor ons laat zingen, is het reizen per auto er niet leuker op geworden. Begrijp me goed, ik ben dol op Shakira. Op maandag zing ik luidkeels met haar mee via Sky Radio, op dinsdag kijk ik naar haar uit bij Radio Noordzee, op woensdag heeft ze nog steeds mijn sympathie bij RTL Radio, maar op donderdag bij Radio 10 begint de twijfel te knagen en op vrijdagmiddag heb ik het, zappend langs de zenders, een beetje gehad met Shakira.

Waarom zeur ik zo over Shakira? Omdat ik vroeger altijd heb gedacht dat we geld verdienden teneinde het daarna volop te kunnen uitgeven aan muziek en literatuur. En nu blijkt dat verkeerd gedacht. Volgens het Nederlandse volk zijn muziek en literatuur niet de vervulling van onze diepste dromen, maar een schadepost die we binnen de perken moeten zien te houden. En dat geldt dan niet alleen voor de elitekunst, maar zelfs voor de allerpopulairste muziek. Dus krijgen we nu om een paar euro's te besparen niet langer afwisselend Marianne Weber, Radiohead, Willie Nelson, Annie Lennox en Jacques Brel te horen op de populaire muziekzenders - maar Shakira, Shakira, Shakira, Shakira en Shakira.

Nou goed, ik zat dus op vrijdagmiddag in de auto, en het moet gezegd, ze probeerde het inderdaad nog even. 'Honey', fleemde Shakira. En dat ze iets van me tegoed had, 'for being such a good girl.' Maar ik was onvermurwbaar. Ik dook in het handschoenenkastje, haalde een oud cassettebandje tevoorschijn van de Franse zanger Claude-Michel Schönberg, en terwijl ik Shakira voorgoed tot zwijgen bracht, liet ik Schönberg intussen zuchtend op gang komen: 'Het is niet waar, Léo, dat met het voorbijgaan van de tijd alles voorbijgaat. Je zingt die woorden wel heel mooi, maar desalniettemin geloof ik je niet.'

Ce n'est pas vrai, Léo: ondanks al het wanhopige zuchten van Schönberg heeft dit liedje een opmerkelijk polemische strekking. Niet dat polemiek in de kunst op zich zo opmerkelijk is, maar de polemiek die Claude-Michel Schönberg hier voert tegen Léo Ferré is anders dan alle andere polemieken, want ze is van begin tot eind gezongen. En dat heeft wel wat. Het heeft in ieder geval voordelen boven die artistieke ruzies die allemaal om onduidelijke redenen óver de kunst gaan, maar waar de kunst bar weinig mee opschiet.

De polemiek bijvoorbeeld die HP/De Tijd deze week aankondigde. Die strijd - 'Max Pam versus A.F.Th. van der Heijden' - gaat over literatuur. Dat wil zeggen, hij gaat exclusief over de vraag of Max Pam, in de vermomming van Pim Mix, in 1986 nu wel of niet in het Letterkundig Museum heeft geluisterd naar een causerie van A.F.Th., alias A.F.Th. van der Heijden. Op de achtergrond speelt dan nog de vraag of het vuilnisbakkenhondje van Pam een mormel is. En zeker, dit zijn kwesties van belang, maar ik vrees dat het toch uiteindelijk de geschiedwetenschap zal zijn die de vruchten van deze discussie plukt. Niet de literatuur.

Of denk eens aan de polemiek die Ilja Leonard Pfeijffer in essays en elders voert tegen de dichters Kopland en Nooteboom. Die polemiek is weliswaar deels gezongen - 'poëzie is geen poging tot pogen te prevelen / wat de onuitsprekelijke sensibele ziel in eenzelvige stilte / denkt niet te vermoeden omtrent het onzegbare' - maar gaat als het erop aankomt over niet veel anders dan over poëzie. En hoe poëzie ooit gevaarlijk moet worden - 'poëzie is gevaarlijk of ze is geen poëzie' - als de discussie over poëzie alleen maar gaat over poëzie? Het is mij niet helemaal duidelijk geworden uit alle ophef rond de dichter.

Nee, dan is het liedje van Schönberg anders. Dat gaat niet over kunst, niet over literatuur, niet over muziek. Het gaat over de liefde. Het gaat dus over een onderwerp waarover ook schrijvers vaker polemieken zouden kunnen voeren, als schrijvers niet voortdurend polemieken zouden voeren over schrijvers. In zijn liedje over de liefde bindt Claude-Michel Schönberg de strijd aan met het liedje dat Léo Ferré ooit zong over de liefde: 'Je zegt het mooi, Léo, maar ik geloof je niet.'

Die vrijdagmiddag in de auto had ik de tekst van Léo Ferré min of meer in mijn hoofd, zodat ik met enige moeite kon reconstrueren wat Ferré had gezongen over de liefde en over 'die ander aan wie je juwelen had willen geven, die ander voor wie je je ziel zou hebben verkocht.' Want wat was er ook alweer aan de hand met die ander? Die vergeten we na verloop van tijd gewoon weer, zei Ferré. Ach welnee, zei Schönberg. Dat zou mooi zijn. Maar zo gemakkelijk komen we er echt niet vanaf.

Goed, u hebt gelijk als u het alles welbeschouwd niet zo'n gevaarlijke polemiek vindt, die tussen Ferré en Schönberg. Maar terwijl ik ernaar luisterde bedacht ik voor de zoveelste keer hoe aardig het zou zijn als iedereen in Nederland het werk van anderen ook eens zou weerspreken - in plaats van het te bespreken. Als schrijvers eens minder aandacht zouden besteden aan causerieën in het Letterkundig Museum en meer aan elkaars inhoudelijke beweringen. En zo kwam het dus dat ik me voornam een echt inhoudelijke uitspraak over de liefde van Arnon Grunberg te weerspreken - een uitspraak over de onmogelijkheid van de liefde die me, toen ik hem las, volstrekt onzinnig had geleken.

Maar, eenmaal thuis kon ik de uitspraak van Grunberg nergens meer vinden. En dus zat er uiteindelijk niets anders op dan dat voorbeeldige polemische liedje over de liefde te citeren: 'Het is niet waar, Léo. Het is niet waar dat met het voorbijgaan van de tijd alles voorbijgaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden