Een poldermens

Jarenlang was Johan Stekelenburg voorman van de vakbeweging. Een man van overleg, niet steil in de linkse leer en met een broertje dood aan demonstraties....

Het finest hour van Johan Stekelenburg kwam in de eerste week van 2003. In de aanloop naar de verkiezingen van de Tweede Kamer herrees de PvdA verrassend in de peilingen na de dramatische nederlaag in mei 2002. Gespeculeer over de kandidaat-premier van de PvdA leverde twee kandidaten op: burgemeester Johan Stekelenburg van Tilburg en burgemeester Job Cohen van Amsterdam.

Beiden werden in de eerste week van januari door partijvoorzitter Ruud Koole benaderd met de vraag of ze beschikbaar waren. 'Natuurlijk voel je genoegdoening als je wordt gevraagd. Hoewel het mij nooit is gezegd, had ik het gevoel dat ik voor de partijtop eerste keus was', zei Stekelenburg daarover later in De Volkskrant.

De keuze werd niet gemaakt. Op maandag 13 januari kreeg Stekelenburg te horen dat hij slokdarmkanker had.

'De dag erop kregen we een telefoontje van Stekelenburg dat hij door zijn ziekte uitgeschakeld zou zijn', herinnert PvdA-fractieleider Wouter Bos zich. Hij benadrukt dat hij en Koole nog geen keuze tussen Stekelenburg en Cohen hadden gemaakt. 'Dat deed het noodlot voor ons.'

Stekelenburg voelde zich jarenlang miskend door zijn partij, de PvdA. 'Jarenlang stond ik op alle Haagse lijstjes voor een ministerspost, of het burgemeesterschap van een heel grote stad. Het is er niet van gekomen. Toch voelt dat niet als een gemiste kans. Ik lonkte niet, vond het niet van het allergrootste belang, had me er allang bij neergelegd dat ik voor sommigen een outsider moest blijven. Bij de opvolging van Kok ben ik als kandidaat afgeserveerd.'

Zo voelde Stekelenburg dat. Afgeserveerd. Anderen, direct betrokken bij de opvolging van Kok, hebben daaraan een andere herinnering. Voordat de opvolging aan de orde kwam, zou Stekelenburg zelf zijn zwakke punten haarscherp hebben neergezet: gebrek aan Haagse en aan internationale ervaring. Stekelenburg profileerde zich dan ook niet als tegenkandidaat tegenover Ad Melkert voor de opvolging van Kok. 'Ik vond Ad Melkert een goede opvolger. Ook ik had hoge verwachtingen van hem. Hij is een politiek dier, een ontzettend knappe kerel.' Het gevoel van miskenning speelde pas op toen Stekelenburg in de aanloop naar de desastreuze verkiezingen van 2002, waarbij de PvdA werd gehalveerd, door de partijtop werd genegeerd. Zelf had Stekelenburg het gevoel Pim Fortuyn in debatten te kunnen pareren.

Na de miskenning, kwam de triomf, met de vraag of hij beschikbaar wilde zijn als kandidaat-premier. Plots verkeerde een zwak punt in het tegendeel, vond Bos. 'Gebrek aan Haagse ervaring is sinds Fortuyn geen doorslaggevend punt meer. Johan scoorde al jaren hoog in peilingen over denkbare premiers.'

Het was niet de eerste keer dat Stekelenburg na een aanvankelijke domper de triomf voelde. In 1983 was hij, toen nog districtshoofd in Rotterdam van de dogmatisch linkse Industriebond FNV, door de leden gekandideerd om bondsvoorzitter Arie Groenevelt op te volgen. Tegenover de kandidaat van het establishment in de bond, het bondsbestuur, Dick Visser.

Het werd een onfrisse verkiezingsstrijd. Stekelenburg zou niet recht in de linkse leer zijn, te frivool - hij vond het heerlijk om met auto's te scheuren - met zijn HBS-b en sociale academie minder geschoold dan Visser en bovendien gescheiden van zijn vrouw en kinderen. Hij woonde toen al samen met Heleen Hoekstra - in 1994 trouwden ze op Mauritius - en dat werd in de vakbeweging toentertijd niet gepruimd.

Niet Stekelenburg maar de hoekiger Visser was in de crisisjaren tachtig dan ook voorzitter van de Industriebond FNV. Stekelenburg werd wel getolereerd in het bondsbestuur. Om een jaar later over te stappen naar het bestuur van de vakcentrale. Stekelenburg was in 1988 onbetwist de enige kandidaat om FNV-voorzitter (en daarmee het 'gezicht' van de vakbeweging) te worden. Het was bovendien een grote genoegdoening dat de Industriebond FNV hem terzelfdertijd ook vroeg voorzitter te worden, nadat het bestuur van Visser na interne twisten was opgestapt.

Stekelenburg werd voorzitter van een FNV-in-crisis. Het ledental was gedaald tijdens de recessie en de reeksen machteloze demonstraties. Stekelenburgs positie leek deerniswekkend, zozeer zelfs dat de indruk bestond dat hij bij Studio Sport volleybalcommentaar leverde om zijn inkomen bij te spijkeren. Maar dat was zijn tweelingbroer Jan.

D e eerste FNV-demonstratie onder leiding van Stekelenburg - in 1989 - bracht achteraf gezien de ommekeer. De FNV demonstreerde niet tegen, maar voor iets: Het kan anders, beter. Tijdens zijn negen jaar voorzitterschap verloor de FNV de ideologische veren. Gaandeweg werden de bakens verzet en voerde pragmatisme de boventoon. Uitzendwerk, bijvoorbeeld, werd niet meer verketterd.

In 1993, tijdens een economische dip, kwam Stekelenburg met de karakteristieke uitspraak 'onder druk is alles vloeibaar', ofwel vechten tegen de bierkaai, zoals in de jaren tachtig, is zinloos. Stekelenburg was een meester in het sluiten van polderakkoorden. Juist deze opstelling maakte hem en daarmee ook de FNV acceptabel voor een groot publiek. Zijn pragmatisme en voorliefde voor voetbal was de smeerolie in contacten met tegenspelers als Hans Blankert van VNO/NCW. Hij voor Ajax; Blankert voor Feyenoord.

Binnen de FNV moest Stekelenburg zich, vooral in de eerste voorzittersjaren, verweren tegen de beschuldiging dat hij te aardig, te plooibaar was. 'Dat was uiterlijke schijn', zegt Ferd Crone. Crone was Stekelenburgs rechterhand, tot hij in 1994 overstapte naar de PvdA-fractie in de Tweede Kamer.

'Soms kreeg hij voor een persconferentie een harde tekst mee. Maar dan zei hij heel iets anders. De boodschap was hetzelfde maar minder hoekig, zonder de gestaalde vakbondstermen. Hoe vaak hij ook op pad werd gestuurd met de boodschap om met staken te dreigen, dat dreigement uitte hij vrijwel nooit.

'Stekelenburg had een doorleefd rechtvaardigheidsgevoel met een uitstekende intuïtie wat onder de mensen leeft. En een vooruitziende blik.' Een van Stekelenburgs eerste stunts als voorzitter was het sluiten van een 'milieu-convenant' met toenmalig werkgeversvoorzitter Kees van Lede. 'Dat heeft hij persoonlijk gedeald met Van Lede en vervolgens in de FNV overeind gehouden. Let wel, in die jaren was milieu een topkwestie. Met dat convenant is in Nederland een tegenstelling tussen economie en milieu in de kiem gesmoord. Dat is voor de rest van de wereld bijna onbegrijpelijk.'

Crone herinnert zich ook hoe Stekelenburg in 1991 te vuur en te zwaard verdedigde dat WAO'ers 'gangbare' arbeid moesten aanvaarden en niet alleen 'passende' arbeid. 'Dat betekende dat een arbeidsongeschikte hoogleraar niet alleen werk op hetzelfde oude niveau hoefde te aanvaarden, maar ook ander werk. Dat lag toen heel moeilijk bij de bonden maar nauwelijks bij de mensen op straat', vertelt Crone.

'Stekelenburg had daar een uitstekend gevoel voor. Hij was een mensenmens, kon niet zonder contact. Hij had twintig, dertig jaar een caravan op een camping in Friesland. Daar zat hij in het weekend, voor de caravan, met een pot bier, onder de mensen. Niet verstopt achter een heg, maar pal in het zicht, aanspreekbaar voor iedereen. Op die contacten leefde hij.'

De mislukte WAO-gesprekken in 1991 en de erop volgende bezuiniging van het kabinet Lubbers/Kok maakten van Stekelenburg voor één keer in negen jaar voorzitterschap actieleider tegen het regeringsbeleid. Hij leidde de massademonstratie op het Haagse Malieveld, najaar 1991, tegen ingrepen in de WAO. Het gebrek aan effect sterkte Stekelenburg in de opvatting dat een demonstratie hooguit als uitlaatklep van onvrede helpt.

Na negen keer FNV-rituelen zoals de jaarlijkse kritische recensie van Troonrede en rijksbegroting, na 31 jaar vakbondsleven, had Stekelenburg de FNV wel gezien. Het korset wrong. De figurantenrol op Haagse lijstjes voor een ministerspost of een burgemeesterschap in Amsterdam of Rotterdam, leverde niets op, ook al had zijn club, de PvdA, een leidende rol in de Paarse kabinetten.

Tot Stekelenburg in 1997 door PvdA'ers uit Tilburg werd gevraagd, daar burgemeester te worden. Na een paar oriënterende bezoeken werd hij enthousiast. 'De zesde stad van Nederland. Een oud industrieel centrum, een universiteit. Een goede voetbalclub', vertelde hij toen.

Maar Tilburg, toen nog CDA-bolwerk, wilde hem niet. Het CDA had zelf een goede kandidaat, oud-staatssecretaris Yvonne van Rooy. Marlies Scheepens-Van Dijk, nu fractievoorzitter van het CDA in de gemeenteraad van Tilburg: 'Het CDA reageerde toentertijd voor de televisie met: ''Een zwarte dag voor Tilburg''. Zoals zijn overlijden opnieuw een zwarte dag is. Want hij heeft ons voor zich ingenomen. Altijd benaderbaar, altijd bereikbaar. Stekelenburg was Johan. Voor iedereen.'

Aanvankelijk werd hem door lokale politici, vooral van CDA en VVD, verweten dat hij geen visie had op de stad en te weinig daadkrachtig optrad. Maar die kritiek verstomde met de jaren.

Hij greep keihard in bij voetbalrellen in de stad. En nog begin deze maand kondigde hij 'een keiharde aanpak' aan van criminele jongeren, na enkele gewelddadige incidenten met Antilliaanse jongeren.

Scheidend commissaris van de koningin in Noord-Brabant Frank Houben typeert hem als 'een krachtdadig bestuurder die zocht naar consensus en opkwam voor kwetsbare mensen'.

Dit voorjaar werd Stekelenburg, terwijl hij de chemokuren tegen kanker onderging, herbenoemd in Tilburg, tot 2006. 'Ik probeer die officiële datum te halen', zei hij vechtlustig. Pas vorige week woensdag legde hij zijn werk als burgemeester neer.

Naast zijn burgemeesterschap fungeerde hij als uithangbord voor goede doelen, bijvoorbeeld van het Tuberculose Fonds - de ziekte waaraan hij in zijn jonge jaren leed. En ook nationaal bleef hij zichtbaar: als werkgeversonderhandelaar over de politie-CAO bijvoorbeeld, en als bemiddelaar in het slepende conflict tussen werknemers en de NS, samen met oud-werkgeversvoorzitter Blankert.

Bovendien nam hij commissariaten aan. 'Vakbondsmiljonair', schreef Elsevier honend. 'Het geld, ach, ik vaar er een leuke boot van', aldus Stekelenburg. 'Voor mij maakt het verschil dat ik overal werknemerscommissaris ben. Als je door een ondernemingsraad wordt gevraagd toezicht te houden, is dat iets anders dan een benoeming vanuit het old boys network.'

Ook op het Binnenhof werd Stekelenburg de laatste jaren geduld. Maar dan wel aan de 'overkant': in de senaatsfractie van de PvdA. Sinds mei 2003, ondanks zijn ziekte, als fractievoorzitter. Want Stekelenburg gaf niet op. Zodra de fysieke reacties op de chemokuren het toelieten, ging hij aan de slag. 'Voor mij is het een prettige manier van verdringing.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden