Eén plus één is drie Revival van het duet op festival CaDance

Van de 23 voorstellingen die op het CaDance Festival Moderne Dans in Den Haag in première gaan, is bijna de helft een duet....

HANS VAN MANEN gruwt nog bij de gedachte. Een ballet-tje! Zo noemde de danswereld vroeger zijn op zichzelf staande pas-de-deux van een klein kwartier. Krankzinnig werd hij ervan. Iedere keer weer moest hij uitleggen dat een duet net zo veel werk is als een choreografie voor een ensemble. Dat het ook een begin, midden en eind moet hebben. Dat het precies moet kloppen.

Of zoals collega Beppie Blankert het uitdrukt: het duet is voor de dans wat het strijkkwartet is voor de muziek, de verfijnst denkbare combinatie. Strijkers van een kwartet zijn vaak al twintig jaar samen - als in een huwelijk - voordat ze de juiste inzet en adem hebben gevonden. Als componist begin je niet zomaar aan een strijkkwartet. Datzelfde geldt voor het choreograferen van een pas-de-deux.

Met vijftien zelfstandige duetten op zijn naam vormt Van Manen internationaal een uitzondering. 'Balletjes' als De Maan in de Trapeze (1959), Twilight (1972), Live (1979), Sarcasmen (1981) en Two (1990) behoren inmiddels tot de klassiekers van de moderne dans. Over de reden van deze voorliefde voor een 'ballet voor twee', zoals hij zelf het duet omschrijft, is Van Manen kort: 'Ik hou van beknopte werkstukken.'

Wie onder choreografen de fascinatie voor de duetvorm peilt, stuit op een regelrechte verliefdheid. Het duet wordt door velen geroemd als de 'ultieme uitdaging'.

Als ik twee mensen zie staan, voel ik meteen de neiging iets met ze te doen (Piet Rogie). Het voelt altijd lekker om aan een duet te werken (Samuel Wuersten). Zet een man en een vrouw op het toneel en je hebt een verhaal (Hans van Manen).

Het programma van het vijfde CaDance Festival Moderne Dans 1998, van 4 tot en met 21 november in Den Haag, vertoont een opvallend sterke herleving van het duet. Onder het motto The Dance of our Time gaan drieëntwintig voorstellingen in première waarvan maar liefst twaalf duetten, grotendeels van jonge makers.

De keuze voor een duet is vaak pragmatisch haasten de meeste choreografen zich desgevraagd te zeggen. Leuk dat beginnende makers een kans krijgen, maar het budget is minimaal. Een duet, zeker wanneer het wordt gedanst door de makers zelf, is goedkoop en gemakkelijk te produceren. Zo erkent 'oude rot' Beppie Blankert dat haar nieuwe initiatief Link is ontstaan nadat ze met Dansers Studio begin 1997 uit het Kunstenplan werd gegooid.

Toch is er ook een artistieke noodzaak, meent Paul Selwyn Norton, zelf choreograaf maar in Den Haag actief als danser in en initiator van drie duetten, waaronder Link I. Bij hemzelf en collega's ziet hij een grote behoefte aan een emotioneel antwoord op de grillige, kille bewegingserfenis van Forsythe. Duetten lenen zich daarvoor bij uitstek: waar twee mensen in elkaars nabijheid zijn, is spanning.

In Link I danst Norton voor het eerst met zijn vriend en partner, de Braziliaan Mauricio d'Oliveira. Een bewuste keuze van de choreografe, Beppie Blankert, die een serie korte duetten voor liefdesparen uit de danswereld wil maken. Niet omdat ze geïnteresseerd is in een 'gedanst portret' van een relatie. Ze gelooft dat geliefden minder gêne voelen, minder mentale en fysieke barrières. En hoopt dat dat nieuw bewegingsmateriaal oplevert.

In de Crea-studio in Amsterdam reageren Norton en D'Oliveira duidelijk als partners op elkaar, met alle irritaties en vertrouwdheid vandien. Norton constateert de moeilijkheden, D'Oliveira draagt oplossingen aan. Ze vormen een complementair paar: de eerste lang, kaal, autodidact en analytisch, de tweede klein, donkere krullen, klassiek geschoold en emotioneel. Het duet opent met een zwoele blik en een vette grijns. Daarna rennen, schuiven en draaien de dansers in opvallend lyrische bewegingen om elkaar heen.

Ook Amanda Miller (Pretty Ugly Dance Company) en Dana Caspersen (Ballett Frankfurt) maken elk een duet voor dit homopaar. In die stukken is Nortons eigen danstaal meer herkenbaar: kronkelende ledematen die door een onzichtbare draad verbonden lijken, en op afstand 'bestuurbaar' zijn. Partners hebben vaak elkaars 'touwtjes' in handen.

Anders dan in het werk van Hans van Manen, broeit de homo-erotiek in deze triple bill maar mondjesmaat. Van een politiek statement zoals bij Van Manens Metaforen in 1965 is al helemaal geen sprake. Als eerste Nederlandse choreograaf liet hij toen twee mannen onverbloemd een liefdesduet dansen. Met als voordeel dat ze beide hetzelfde konden doen, zoals elkaar optillen. Dat leidde tot de beroemde mannenlift, door sommige collega's bestempeld als ordinair.

In al zijn pas-de-deux weet Van Manen met minimale poses een maximale seksuele spanning op te roepen. De hand van Rachel Beaujean op het kruis van Clint Farha in Sarcasmen (1981) was reden om Hare Majesteit een staatsbezoek aan het ballet te ontraden. Vingers worden uitdagend op bovenbenen geplaatst. Hoofden bewegen staccato, als in een tango, in de richting van de belager of juist van hem weg. Een trotse rug maakt de vrouw tot onneembare vesting, venijnige timing verraadt ingehouden agressie. Zonder sentimentaliteit, zonder anekdote wordt de essentie van een relatie blootgelegd. Een toeschouwer kijkt nu eenmaal niet naar twee lichamen zonder te interpreteren. En geen dansstuk is zo goed leesbaar als een duet.

Voor een nieuw ballet in januari bij NDT I heeft Jirí Kylían Hans van Manen weer om een pas-de-deux gevraagd. Zelf denkt hij aan een pas-de-quatre met als werktitel Short Cut: één man danst duetten met drie vrouwen en trekt toch aan het kortste eind. Een pas-de-trois zal hij nooit maken. Van Manen haat driehoeksverhoudingen. Volgens hem gaat het altijd scheef. Zijn derde ballet ging erover; hij heeft het verwijderd uit zijn oeuvre.

De Fransman Charles-Louis Didelot introduceerde eind achttiende eeuw als een van de eersten de pas-de-deux als gedanste dialoog. Daarvoor dansten partners gewoonlijk naast elkaar dezelfde dansthema's, al dan niet symmetrisch gespiegeld. Didelot zag het duet als actie en reactie. Hij accentueerde het onderscheid tussen de seksen door de lichtheid van de vrouwen af te zetten tegen de kracht van de mannen. Het tilwerk - waarvan hij ook de uitvinder is - vormde het emotioneel hoogtepunt van de choreografie.

Een kleine eeuw later ontstaat in het laatromantische ballet de grote klassieke pas-de-deux als climax: de belangrijkste soliste en haar partner dansen een duet in vaste volgorde: de opkomst samen, ieder een solo te beginnen door de man en vervolgens samen weer het slot.

IN DE JAREN zestig bezorgde de naar het Westen gevluchte Russische sterdanser Rudolf Noerejev de klassieke pas-de-deux een cultstatus. Hij vergrootte de rol van de mannelijke danser en bezorgde de bijna twee keer zo oude Margot Fonteyn een come-back door haar tot vaste danspartner te kiezen. Met zijn 21 lentes maakte hij van de veertigjarige dame een elfje.

Tegenwoordig is vaak de sekse minder bepalend dan de persoon met wie wordt gedanst. Het moderne begrip duet in plaats van de klassieke term pas-de-deux weerspiegelt die verandering. Zo opende Sylvie Guillem, het danswonder van Frankrijk, eerder dit jaar het Holland Dance Festival met een duet met de in Nederland werkende topimprovisator Michael Schumacher. Hoe zou hij stand houden tegenover haar fabuleuze techniek, daar ging het om.

Ook de techniek heeft een kleine revolutie ondergaan. Omdat vroeger alle beweging vanuit één centrum kwam - de buik -, grepen partners elkaar altijd vast in de taille. Nu mag gerust de kleine teen het centrale punt en dus raakpunt zijn. Of de schouder, de neus of de nek. Het aantal contactmogelijkheden in een duet is hierdoor enorm toegenomen.

Leunen en steunen kan op honderd manieren. Het uitbuiten van het verschil in gewicht leidt tot geraffineerde machtsspelletjes. En alle lichaamsoppervlakten hebben een eigen betekenis: een aai over de buitenkant van iemands dij is vriendelijk, een tik tegen de binnenkant kan het tegenovergestelde zijn. Met de blikrichting vertellen de dansers uiteindelijk de kern van 'het verhaal': wegkijken betekent oorlog.

Nederland blijkt met het duet goed te scoren in het buitenland. Niet alleen met de toppers van Van Manen, zoals onlangs nog zijn duet Live op het festival in Edinburgh. Ook het choreografenduo Frank Händeler en Diane Elshout oogst internationaal bewondering voor hun debuutchoreografie, het door hen zelf gedanste duet E.D.G.E.

De zegetocht begon in 1996 met de eerste en de publieksprijs op het Internationale Choreografenconcours in Groningen, waarna in Hannover tijdens een vergelijkbare competitie ook de publieksprijs in de wacht werd gesleept. Tijdens de voorbereidingen voor hun CaDance-duet Dno of 'de bodem van het hart' wordt bekend dat E.D.G.E is geselecteerd voor een concours in januari in Tokyo.

Het bijzondere van hun werk schuilt in de sensuele benadering van de huid, die als geheugen functioneert voor bewegingen: Elshout hoeft maar een bepaalde plek op haar lichaam aan te raken of een intieme herinnering dringt zich aan haar op. Zo zoent ze in het tweede duet Skintrade haar arm af met haar kin, een souvenir uit een verliefdheid van jaren geleden.

Door de jarenlange samenwerking met danspartner Händeler weet ze die intimiteit te delen met het publiek. Beide bestempelen het duet als 'de psychologie van het samenzijn': twee mensen nemen elkaars bewegingen waar en zijn nieuwsgierig naar de onbewuste drijfveren erachter. Ze zoeken net zo lang tot ze die begrijpen.

In Dno of 'de bodem van het hart' wordt die speurtocht verbeeld door een labyrint met een bodem van leersnippers. Soms dwarrelen ze speels rond als sneeuwvlokken, soms veert de laag zachtjes mee zodat bewegingen worden gedempt.

Deze speelsheid, die ze ontdekten toen de Japanse choreograaf Shusaku Takeuchi hen een keer de opdracht gaf Make fast duet, raakten Elshout en Händeler bijna kwijt door het maken van een groot groepsstuk waarin ze zelf niet meedansten, vertellen ze. Fysiek raakten ze daardoor te veel van elkaar vervreemd.

Dus bestaat de repetitie in een studio in Amsterdam uit rare spelletjes en loopjes. Händeler imiteert een vis die kan lopen en door een over de vloer kruipende schorpioen (Elshout) in diens scharen wordt gevangen. Ze bekijken elkaar door brilletjes die voor lasershows worden gebruikt. Zo 'zien' ze dat de huid een gele straling uitzendt, een 'aura' van een centimeter. Die proberen ze te tikken, zonder het vel te raken. Bloedserieus verdwijnen ze hopsend op hun billen onder de leersnippers.

'Een duet gaat volgens Elshout altijd zo: 'Ik stel iets voor, hij weet het beter, uiteindelijk wordt het het derde. Een plus een is drie.'

CaDance Festival Moderne Dans Den Haag. 4 tot en met 21 november. Korzotheater, Theater aan het Spui en de Grote Kerk in Den Haag. Onder de duetten onder meer Creole bestaande uit Apousia van Amanda Miller, Prelude van Dana Caspersen en Link I van Beppie Blankert, gedanst door Paul Selwyn Norton en Mauricio d'Oliveira. En Dno of 'de bodem van het hart' van en door Diane Elshout en Frank Händeler.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden