Een plek in de pikorde van aantrekkelijkheid

Tegen de adviezen in ging ze zelfstandig wonen. Nu werkt ze drie halve dagen als vrijwilligster. En: Belinda van Rooyen heeft een vriend....

GIJS ZANDBERGEN

ERGENS in een nieuwbouwwijk in Zwolle-Zuid, in een appartement op de begane grond, woont Belinda van Rooyen. Alleen, want ze is gehandicapt. En niet zo'n beetje ook. Haar rolstoel bedient ze elektrisch. Belinda draagt een spijkerbroek, modieus geknipt haar en lange oorbellen. Vijf jaar geleden stapte ze uit het gesloten milieu van revalidatiecentra en tehuizen. Tegen de adviezen in ging de 28-jarige de wereld in om zelfstandig te wonen.

Sinds die tijd heeft ze problemen als iedereen, maar heeft ze veel geleerd en gaat er geen dag voorbij zonder het besef dat ze gelukkig is. Belinda is een vrouw met een eigen mening, ook al kan ze die door zuurstofgebrek bij haar geboorte moeizaam uitspreken. Sinds een paar weken heeft ze een vriend, Rob. Hij woont in de Achterhoek, is ook spastisch, maar minder dan Belinda. Soms kan hij voorzichtig een paar stappen lopen. Dat kan Belinda niet.

Honderd kilometer zuidelijker, in een groene wijk van Nijmegen, woont Stefan Rutgers. Hij verdient zijn boterham in Groesbeek bij Werkenrode, een instituut voor lichamelijk gehandicapten en is in zijn vrije tijd voorzitter van de Stichting Tact. Dank zij die stichting heeft Belinda haar vriend Rob ontmoet.

Tact is een bureau dat bemiddelt bij het leggen van relaties tussen mensen met een lichamelijke handicap. Validen kunnen zich ook inschrijven, maar moeten wel beseffen dat zij voor 925 of 675 gulden (vrouwen krijgen korting) in een kaartenbak komen met mensen die bij de driehonderd andere relatiebureaus in Nederland als 'onbemiddelbaar' worden geplaatst. Dat is het probleem van de hiërarchie van de aantrekkelijkheid. Gehandicapten staan onderaan, tenzij ze rijk zijn. Maar veel lichamelijk gehandicapten leven van een uitkering.

Stefan Rutgers kreeg dan ook de schrik van zijn leven toen hij bij het naar buiten komen van Tact in een interview met Omroep Gelderland de wind van voren kreeg. Hoe haalde de stichting het in haar hoofd zo veel geld te vragen van mensen die toch al zo zielig zijn? Rutgers: 'Dan word je wel even wakker geschud. We hadden de stichting opgericht, omdat we op Werkenrode zagen dat er onder de gehandicapten veel eenzaamheid bestaat. Bij de jaarlijkse reünie van mensen die vijf jaar weg zijn, hoorden we soms dat alles in orde was: huis, baan en begripvolle collega's.

'Alleen op vrijdag kwam de klap. In het weekeinde deed iedereen leuke dingen met anderen, behalve de gehandicapte, die eenzaam in zijn aangepaste flatje zat. Maar lichamelijk gehandicapten hebben net als iedereen behoefte aan contact en liefde, aan mensen met wie ze wat kunnen delen. Alleen daar praat niemand over, omdat gehandicapten niet als nòg zieliger willen worden gezien.

'Wij dachten met Tact integer bezig te zijn, werden we opeens in de beklaagdenbank gezet. Ons telefoonnummer staat gewoon in het telefoonboek, de rest van de middag heb ik boze luisteraars te woord gestaan.'

Het ontstaan van de boosheid zal voor een deel zijn veroorzaakt door het gegeven dat de relatiewereld op z'n zachtst gezegd beweeglijk is. Iedereen in het bezit van een telefoon, een notitieblok en een balpen, mag zich directeur van een bemiddelingsbureau noemen. Het verloop in de branche is mogelijk nog groter dan in die van de autorijscholen. Om daarin een bedrijfje te beginnen, heb je in ieder geval nog een auto en een vergunning nodig.

Stefan Rutgers is de eerste om te erkennen dat de hoge inschrijfkosten een drempel zijn. Toch kan het volgens de stichtingsvoorzitter niet goedkoper, tenzij het ten koste gaat van de kwaliteit. Tact ambieert zorgvuldig, deskundig en vertrouwenwekkend te zijn. Dat houdt in dat er meer wordt gedaan dan een kaartenbak beheren. De medewerkers van de stichting, die vijf gulden bruto per uur verdienen, werken beroepshalve ook al in de gehandicaptenzorg.

De inschrijver wordt thuis opgezocht voor een intake-gesprek en er is desgevraagd iemand van de stichting aanwezig bij de eerste ontmoeting. Stefan Rutgers: 'Voor veel gehandicapten is het vaak de eerste keer dat ze iemand ontmoeten met de bedoeling een relatie te beginnen. Dat kan enorm veel spanning teweeg brengen, want de meesten van hen hebben die behoefte jarenlang onderdrukt. Zij dachten een leven te moeten leiden, waarin een relatie niet voor hen was weggelegd. Nu er een stichting bestaat die dat perspectief plotseling wel biedt, kunnen mensen enorm in verwarring raken. Je kunt wel roepen: goed dat Tact er is, maar je neemt er ook een verantwoordelijkheid mee op je schouders. Die verantwoordelijkheid waarmaken, vereist zorgvuldigheid en zorgvuldigheid brengt kosten met zich mee.'

Voor Belinda van Rooyen werd het financiële probleem opgelost door een vriendin, nadat een eerdere poging om via een bureau een vriend te krijgen was mislukt. Belinda van Rooyen: 'Ik heb een telefoongesprek met een kandidaat gevoerd, maar dat contact werd afgebroken, toen hij merkte dat ik te gehandicapt was. Vooral de familie van een gehandicapte is daar erg gevoelig voor. Ze hebben hun kind vaak jarenlang verzorgd. Dus als die met iemand thuiskomt, moet het in elk geval iemand zijn die meer valide is dan hun kind. Dat is de manier waarop de maatschappij tegen je aankijkt en die pikorde wordt door veel gehandicapten gewoon overgenomen.'

Een van de andere punten van kritiek die Tact over zich heen kreeg, was dat de stichting geen bijdrage leverde aan de integratie van gehandicapten. Volgens Stefan Rutgers willen gehandicapten best, maar komt de liefde niet van twee kanten. Rutgers: 'Met een handicap word je meestal geboren, maar het stempel krijg je pas later. Er belde een moeder van een gehandicapte dochter van een jaar of vijftien. Dat meisje had altijd wel vriendinnetjes gehad, maar toen ze puber werd, zag ze die steeds minder. Ze kon nu eenmaal niet mee naar de disco. Tot ze een keer toch zou meegaan. Zaterdagavond werd er gebeld. Er stonden drie meisjes voor de deur. ''We komen Lydia ophalen en we gaan haar eens een fijne avond bezorgen.'' Die moeder kon Lydia de trap niet meer af krijgen. Die had boven gehoord wat die meisjes hadden gezegd en was totaal geblokkeerd.

'Wat ze zeiden, klinkt ook zo kwaad niet, maar in feite was het geen accepteren, maar tolereren. We kunnen wel bakken vol met Postbus 51-folders op het postkantoor leggen, en de mensen willen ook best betalen, maar integratie kun je niet afdwingen. In de jaren zeventig en tachtig dacht men de Zuidmolukkers over de wijken te kunnen verspreiden als limonadesiroop door de vla. Dan zou het vanzelf één worden. Maar zo gemakkelijk gaat het niet. Ik ben een tijd in Peru geweest. Daar zag ik een man op een autoband over straat schuiven. Aan die man werden eisen gesteld, hij kreeg ook op zijn flikker. Ik denk dat die man, voor zover ik dat als vreemdeling kon beoordelen, in die gemeenschap meer geïntegreerd is, dan willekeurig welke gehandicapte hier, ook al heeft die het hier materieel veel beter.'

Aan verzorging en materiële voorzieningen heeft het Belinda in de twintig jaar dat ze in tehuizen en centra woonde nooit ontbroken. Ze was voor de rest van haar leven verzekerd van haar natje en droogje. En toch. . .

Belinda: 'Ik heb Rob ontmoet op een contactmiddag van Tact. Zelfs daar had ik het al een beetje, dat instantie-achtige, met al die gehandicapten bij elkaar. Rob heeft het ook, al ziet hij het minder zwart-wit dan ik. Ik kan het moeilijk omschrijven en ik geloof ook dat veel gehandicapten zouden verzuipen als ze niet in een instelling zouden zitten. Maar dat geldt niet voor iedereen. Tot mijn achttiende heb ik in een revalidatiecentrum gewoond en ben ik door heel veel verschillende moeders opgevoed. Daar werd ik ontzettend benauwd van, want ik moest dingen doen, of juist niet doen en ik onthield alles, terwijl ik me niet kon verweren.'

In het tehuis waar ze daarna terecht kwam, ervoer ze de betutteling alleen maar als erger en werd steeds ongelukkiger, omdat ze de rest van haar leven zou moeten blijven. Tot ze de beslissing nam te proberen op zichzelf te gaan leven.

Ze heeft eraan moeten wennen. Niet eens zo zeer aan het zelfstandige leven als zodanig, maar meer omdat ze ervoer dat de wereld waarin ze terechtkwam haar anders beschouwde dan ze gewend was te worden behandeld. Belinda: 'In het tehuis raadden ze het me af. Het zou me toch niet lukken, want ik had altijd in een groep gewoond en was nooit gewend geweest om dingen te regelen. Maar ik kan het wel. Ik werk drie halve dagen per week als vrijwilligster op een basisschool en in een crèche en ik heb nu een vriend.'

Stefan Rutgers: 'Ik denk dat in de hulpverlening Tact wel als storend wordt ervaren. Er wordt een perspectief geboden aan mensen die daaraan tot dusver niet eens durfden denken. Dat wekt maar onrust, vinden sommige instellingen. Nou ja, dat is dan maar zo. Er staan nu honderdtwintig mensen ingeschreven en zo'n zestig van hen hebben met elkaar op de een of ander manier een relatie. Ik weet zeker dat dit artikel minstens honderd telefoontjes oplevert. Van mij mogen het er ook meer worden. En als het er te veel worden, krijgen we hoofdpijn, maar dan is in ieder geval duidelijk dat lichamelijk gehandicapten net zo veel behoefte aan liefde en genegenheid hebben als ieder ander mens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden