Een plastic tas vol 'vermiste-kattenposters'

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: de krokodillentranen van sommige mannen verdampen naast de foto's van Peter Watkins.

Rapper Steen in het KattenKabinet. Foto Lost & Found

Amsterdam, 4 maart

De vriend die ik meenam naar Lost & Found wilde eerst iets bespreken in een café. Hij had in NRC over een serieuze aandoening gelezen: 'Grapdwang.' Of ik dacht dat hij daaraan leed. Tja, dat hij dwangmatig grappen maakt staat vast, maar of hij lijdt? Ik hield mijn antwoord vaag en geruststellend.

Gesust en wel namen wij plaats in een prachtige kamer in het Amsterdamse Kattenkabinet. Lost & Found is een maandelijkse verrassingsavond met wat de dames die het organiseren (culturele duizendpoot Julia van Mourik en schrijfster Alma Mathijsen) 'verdwaalde beelden en geluiden' noemen. Dat kan kunst zijn, maar de avonden kunnen ook worden gevuld met persoonlijke verhalen, video's en muziek. Deze vrijdag waren we gelokt door de locatie, het tot museumpje omgetoverde woonhuis van een kattenparafernaliaverzamelaar (onthoudt u deze voor Scrabble?).

Jagen en ook verzamelen kwamen vanavond aan bod. Bioloog Tijs Goldschmidt legde een overtuigend verband tussen de 'vijgentorens' van paarden (hengsten deponeren hun grote boodschappen op andermans grote boodschap) en het taboe op 'crossen' (overspuiten) in graffiti. Ook het dreigement van de schilder Rob van Koningsbruggen om over een schilderij van Marlene Dumas te urineren, kon de bioloog vanuit dat hengstengedrag duiden. Goldschmidt benadrukte dat vooral mannen dergelijke behoeften hebben: 'de vijgentoren is herenleed'.

Of grapdwang ook herenleed is, vroeg ik me af. Rapper Steen leek eraan te lijden. Hij toonde ons wat hij had overgehouden aan zijn korte, onafgemaakte studietijd aan de Gerrit Rietveld Academie: een plastic tas vol 'vermiste-kattenposters'. De opdracht was iets uit zijn omgeving mee te nemen. Zijn docenten vonden het maar niks, die gejatte posters. In tien minuten tijd maakte Steen elke poster belachelijk. Hij deelde ze uit en zong daarna een verdrietig en boos liedje 'over mijn leven'.

Toen grolde hij verder: 'Ik had natuurlijk al die katten zelf gekidnapt.' Schrijfster Alma Mathijsen, zelf Gerrit Rietveld Academie alumna, zag het voor zich: 'Aha, je hebt een grote kooi vol katten?' Waarop Steen zei: 'Ja, en dat die kooi dan de expositie is!' We lachten. Ik was vast niet de enige die vermoedde dat Steens kunstdocenten dit fictieve kunstwerk wél hadden kunnen waarderen.

Ondertussen kreeg de vriend naast mij een vermanende por van een nette dame: 'Hou eens op met kwekken!' Bijna legde ik uit dat het voor mijn vriend heus niet makkelijk was naar andermans grapjes te luisteren. Maar ik zweeg en even voelde ik al dat herenleed.

Peter Watkins: Super 8 (2014).

Amsterdam, 8 maart

Krokodillentranen, zeg ik u. Die heren moeten eens op bezoek bij The Ravestijn Gallery. Dáár, op de tentoonstelling The Unforgetting van de jonge Britse fotograaf Peter Watkins, ervoer ik pas leed. Het hing in zilvergrijze foto's aan de muren, was aanwezig in asgrauwe objecten. Maar larmoyant? Jamais! Eerder afstandelijk en klinisch. Daar werd de steen in mijn maag alleen maar zwaarder van.

Op een februariochtend in 1993 liep de moeder van de fotograaf de Noordzee in. Hij zag haar nooit meer terug. Pas zo'n twintig jaar later was hij in staat haar dood op te nemen in zijn werk. Toen bleek de gebeurtenis een sneeuwbal te zijn, die door de jaren heen in omvang en gewicht was verdubbeld en al rollend meer met zich had meegenomen dan alleen Watkins' persoonlijke smart. The Unforgetting is een autobiografische installatie, maar gaat ook over het vangen van herinneringen met behulp van de fotografie en over de vraag in hoeverre iemand nog aanwezig is in de spullen die zijn overgebleven.

En of ik wilde of niet: ineens was ik een spoorzoeker in het leven van een ander, een vrouw die ik nooit kende en die zich via de camera van haar zoon moeilijk liet vangen. Ik zag gestileerde stillevens met oude foto's en blokken hout. Ik zag een ruraal Duits aandoende kaarsenhouder, een hand met een oud cassettebandje zonder opschrift en een doopjurkje, prachtig groot afgedrukt achter geel glas - alles zonder opsmuk vastgelegd, alsof er een archivaris aan het werk was geweest, of een politiedetective.

Watkins opereerde intrigerend geroutineerd. Hij liet me dichtbij komen, toonde me een aandoenlijke kinderfoto van zijn moeder Ute, evenals de boeken die in haar kast stonden, en duwde me dan net zo hard weer terug. Zijn hand hield een cassettebandje van BASF vast, maar wat erop stond, kwam ik niet te weten. Zelf wist Watkins ook niet alles. In een half doorzichtige doos, zonder opening, zat een envelop. Daarin zaten de foto's van het aangespoelde lichaam, destijds aan hem overhandigd door de politie. Hij bekeek de foto's nooit en nu zitten ze in die dichte doos. Ik moest het maar geloven. Dat deed ik.

Ik keek naar Watkins' zelfportret. Een houten stoel, een man, een blote rug met daarop de ronde littekens van 'cupping', een Chinese behandeling die het gif uit een lichaam zou moeten halen. De foto is op geen enkele wijze sentimenteel of zielig, maar hij brak wel mijn hart.

INFO

Informatie over de bijeenkomsten van Lost & Found: lost.nl.

The Unforgetting, Peter Watkins, The Ravestijn Gallery, Amsterdam, t/m 8/4.

Meer over