Eén pennestreek en in Birma is het weer mis

De internationale sancties zijn opgeheven, Birma proeft van de vrijheid nu de junta weg is. Maar achter de schermen trekken de generaals nog aan de touwtjes.

RANGOON - De telefoonwinkeltjes zijn er nog. Een tafeltje, een paar ouderwetse telefoons met grote druktoetsen, en kabeltjes die verdwijnen in de wirwar die overal tussen de huizen bungelt. Vroeger, in de donkere dagen van de militaire dictatuur, was dit voor de meeste mensen de enige plek waar je kon bellen. En een plek waar je gesprek absoluut zeker werd afgeluisterd. Nu is het een armeluiswinkel voor Birmezen die nog altijd geen mobiele telefoon hebben. En dat zijn er zo te zien nog maar weinig.

De telefoons worden nauwelijks gebruikt. De mobieltjes des te meer. Niet dat je er al veel mee kunt. Naar het buitenland sms'en of bellen, is onmogelijk, en 3G is er ook niet. Prepaid nummers zijn maar een maand geldig, en een vast nummer kost nog steeds een kapitaal. Nee, de Birmese generaals hebben de controle over de telefoon nog niet helemaal uit handen gegeven.

De echte nieuwe vrijheid laat nog even op zich wachten. Wat je hoogstens kunt zeggen is dat het een stuk vrijer 'voelt' dan pakweg een jaar geleden, maar waar dat gevoel precies vandaan komt, dat is nog niet zo duidelijk.

Vroeger: het is nog maar twee jaar geleden maar het lijkt ineens een eeuwigheid. De nieuwste auto's die je toen op straat zag, waren minstens 10 jaar oud, en kostten een fortuin. Embargo's maakten import van nieuwe auto's onmogelijk, dus werden de oudjes duurder en duurder, net als in Cuba, maar dan minder mooi: hier waren het geen statige Amerikaanse classics, maar rammelende Toyota's waarvoor je 30-, 40-, 50-duizend dollar moest betalen. Nog even en die duurbetaalde wrakken zijn geen cent meer waard, want auto's zijn er ineens genoeg. Er zijn showrooms waar luxe tweedehands auto's uit Japan worden verkocht, en ook nieuwe auto's zijn al volop te koop.

Noem het vooruitgang. De vrijheid om een auto te kopen, of een mobieltje. Er is nog meer vrijheid: de vrijheid om te demonstreren bijvoorbeeld. Maar net als de mobieltjes is ook die vrijheid nog beperkt. Demonstreren mag, als je een vergunning hebt, maar zelfs dan moet je uitkijken. Dat hebben de monniken gemerkt die demonstreerden bij een kopermijn in het noordwesten van het land. Zij bouwden een protestkamp. Dat werd door politie aangevallen, met traangas bewerkt en in brand geschoten. Er waren gewonden, en er waren arrestaties.

De media zijn vrij om daarover te schrijven, want ook de censuur is afgeschaft. Maar ook met de pers is het al net zo als met de mobieltjes: de weekbladen zijn dan wel vrij, maar de regering beheerst nog steeds de dagbladen, televisie en radio.

Er is kortom nog geen enkele verandering die niet ook met één pennestreek ongedaan kan worden door de (ex-)generaals, die de regering en het parlement nog vast in handen hebben.

Hulporganisaties

Voor sceptici is er dus 'eigenlijk' nog niets veranderd. De Nederlander Steven Lanjouw is een consultant in de medische sector. Hij heeft jaren in Birma gewoond en gewerkt voor hulporganisaties, en is nu, na een onderbreking van drie jaar terug om er een bedrijfje op te zetten. Ook hij ziet nauwelijks 'echte' verandering. 'Iedereen is bang dat dit nog steeds kan worden teruggedraaid. Dat is eerder gebeurd: in 1988. Ook toen waren er hervormingen, en verkiezingen die door de oppositie werden gewonnen. En dat werd allemaal in heel korte tijd weer teruggedraaid. Het is niet voor niets dat Obama en Clinton hier komen. Die zien dat gevaar ook en proberen met hun bezoeken het momentum van de democratiseringen gaande te houden.'

Volgens Lanjouw is er eigenlijk maar één ding echt veranderd: 'De perceptie van de buitenwereld.' Die perceptie ziet wat zij wil zien: dat politieke gevangenen worden vrijgelaten en dat oppositieleidster Aung San Suu Kyi een belangrijke positie heeft gekregen. Zij wordt vooruitgeschoven als de geloofwaardigheid van de generaals in het geding is.

Na die nare aanval van de politie op de demonstranten bij de kopermijn, bijvoorbeeld. Dat was een pijnlijk moment. Suu Kyi leidt nu de commissie die het incident moet onderzoeken.

Dus hoe staat het nu met Birma? Is er nog een weg terug naar de dictatuur, zoals de sceptici vrezen? Of gaat de nieuwe vrijheid doorzetten?

Hoe je er tegenaan kijkt, lijkt voorlopig puur een kwestie van gevoel. Het handigst is er helemaal niet over na te denken en gewoon voor het geld te gaan. Het grote geld.

Door het opheffen van de westerse sancties is Birma namelijk van een gehate dictatuur ineens veranderd in een 'markt': een markt met 60 miljoen mensen, 'potentiële klanten'. En het is een 'lagelonenland' met al even groot potentieel, en ook nog eens een land met reserves aan olie, gas, edelmetalen en edelstenen. Waar vroeger sancties werden uitgedeeld, wordt nu gebedeld om vergunningen om aan de slag te kunnen gaan.

'Birma is hot', zegt Edwin Vanderbruggen. Hij heeft een kantoor gehuurd in de Sakura Tower: de enige prestigieuze kantoortoren van de stad. 'Dit kantoor kost 80 dollar per vierkante meter', zegt hij, 'veel meer dan Singapore.' Maar wie serieus wil worden genomen, moet gewoon een kantoor in deze toren hebben. Er is geen keus.

Kantoren zijn niet het enige dat Birma nodig heeft. Het land heeft een schrijnend gebrek aan bijna alles. Er zijn te weinig vluchten, het vliegveld is nu al te klein, er zijn te weinig huizen voor de buitenlanders, te weinig scholen, de hotelkamers zijn maanden vooruit volgeboekt, er is te weinig stroom, en de stroom die er is valt om de haverklap uit. En niet genoeg mensen spreken Engels. Begin daar maar eens een bedrijf.

Enorme markt

Vanderbruggen: 'Natuurlijk is nog niet alles perfect. Maar dat hoort bij het avontuur.' Vanderbruggen runt met zijn partners het adviesbureau VDB/Loi. Hij is er vol ingestapt met een team van 20 adviseurs. Volgend jaar zullen dat er 40 zijn, voorspelt hij. 'De vraag is niet óf de investeerders zullen komen, de vraag is wannéér ze zullen komen. Met 60 miljoen potentiële klanten is Birma een enorme markt. En als je frisdrank verkoopt in Thailand, Maleisië en Indonesië dan zul je, dan gá je ook frisdrank verkopen in Birma.' Als je nu instapt, zegt Vanderbruggen, ben je de eerste: 'Je bent meteen marktleider en kunt een grote afzetmarkt opbouwen vóórdat je concurrenten hier zijn. Dat heb je in geen enkel ander land.'

Hij gebruikt superlatieven als the last frontier en de 'game changer in Zuidoost-Azië', en zegt stellig: 'Dit is niet meer terug te draaien.' Je moet er snel bij zijn, als je hem mag geloven. 'Zelfs met de beste contacten is het nu al ontzettend moeilijk om een afspraak te krijgen met een minister in Nay Pyi Thaw (de nieuwe hoofdstad, red.). Ze staan in de rij, de multinationals vooraan.'

Ook de Birmezen zelf lijken te geloven in de droom. Bij stoplichten leuren jongens met kopieën van de internationale investeringswet, de prijzen van hotels en taxi's schieten omhoog, wie de kans heeft, richt een bedrijfje op, begint een winkel, een guesthouse.

Steven Lanjouw geeft toe dat zulks positief is, maar zijn scepsis blijkt onverminderd groot: 'Als Birma een echte democratie moet worden, moet het parlement ook iets te zeggen krijgen over de economie. Maar je ziet dat iedereen er nu toch de voorkeur aan geeft te praten met de ex-generaals, de ministers. Want die hebben de macht.

'Het is best mogelijk dat de generaals alleen maar voor de schijn wat democratie hebben ingevoerd, zodat zij van die vervelende sancties af kwamen. Nu kunnen zij immers eindelijk vrij reizen en genieten van hun geld. Zij zijn geen paria's meer, maar gerespecteerde zakenlui, en toch hebben zij de touwtjes nog heel vast in handen.'

Het overvolle vliegveld van Rangoon lijkt op veel andere vliegvelden in de wereld. Toeristen staan in de rij om hun dollars te wisselen. Paspoorten en visa worden snel en efficiënt afgehandeld.

Het bruist en borrelt, en bijna niemand ziet, dat in de hal van het vliegveld vier mannen precies tegelijkertijd hun telefoon opnemen en indringend naar het schermpje kijken. Daarop is een foto verschenen: een foto van iemand die in de gaten moet worden gehouden.

Niemand wordt opgepakt waar de toeristen bij zijn, maar het kan, inderdaad, nog altijd.

De luchtmacht van Birma heeft de afgelopen dagen aanvallen uitgevoerd op doelen van rebellen in het noorden van het land. Dat blijkt uit videobeelden die de BBC in handen heeft gekregen. De opnamen, gemaakt door de humanitaire organisatie Free Burma Rangers, tonen overvliegende straaljagers en gevechtshelikopters die posities van rebellen in de deelstaat Kachin onder vuur nemen. Over slachtoffers is niets bekend. Veel bewoners zijn de conflictgebieden ontvlucht en verblijven in vluchtelingenkampen. Een woordvoerder van president Thein Sein zei dat de strijdkrachten hadden laten weten dat er vliegtuigen waren ingezet om manschappen te bevoorraden. Volgens de BBC lijken de beelden aan te geven dat de strijdkrachten verder zijn gegaan dan de instructies van de president om alleen geweld te gebruiken als dat nodig is voor zelfverdediging. Mogelijk bereidt het leger een grote aanval voor op het hoofdkwartier van de rebellen in Laiza. Na een wapenstilstand van zeventien jaar is de strijd tussen het Birmese leger en de Kachin-rebellen in 2011 hervat. Sindsdien zijn naar schatting 75 duizend Birmezen uit hun woonplaats verdreven. Ondanks oproepen van internationale hulporganisaties staat de regering het afleveren van hulpgoederen in de vluchtelingenkampen slechts mondjesmaat toe.

Luchtmacht bestookt Kachin-rebellen

Edwin Vanderbruggen adviesbureau VDB/Loi

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden