Een paradijs voor regen en wind

De Buiten-Hebriden - een van de guurste uithoeken van Europa - willen nu zelfs de toeristen zien binnen te halen....

Eén aspect van Lewis is heel erg on-Brits: er zijn nauwelijks pubs. Terwijl men in Groot-Brittannië normaliter over de publieke drinklokalen struikelt, is op het meest noordwestelijke eiland van de Buiten-Hebriden een expeditie nodig om er een te vinden. Ze zijn er, zo wordt gezegd, maar meestal vijftien tot twintig mijl verderop.

Alcoholica en gezelligheid zijn vakantie-ingrediënten die je kunt missen, eten niet. Maar 's zondags is er ook geen restaurant open. 'Bed, breakfast and. . . dinner?', vraagt eigenaar Alex Borthwict van de B & B in het plaatsje Leverburgh op het uiterste zuidpuntje van het eiland, dat daar als erfenis van de Schotse clancultuur ineens Harris heet. Wij staren hem verbaasd aan. 'Jullie mogen ook uit eten gaan, maar dan zul je moeten terugrijden naar Tarbert', zegt hij.

Het is de lange slingerende eenbaansweg die we zonder een enkel op het asfalt ronddolend schaap te hebben geraakt nog maar net hebben bedwongen. 'Het menu is kip en we eten om zeven uur', zegt Borthwict, niet eens het antwoord afwachtend. Het diner is niet in de prijs inbegrepen. Het boutje kost vijftien pond per persoon (ruim vijftig gulden), maar je kan de man amper kwalijk nemen dat hij zijn unieke monopolie uitbuit.

Lewis is het einde van de Britse bewoonde wereld. Net zoals zoveel geïsoleerde plekken in de wereld zijn de religieuze gevoelens sterk. De zevende dag heet hier sabbath en de zondagsrust is heiliger dan in Staphorst. Pubs en restaurants zijn vanzelfsprekend dicht, net als de winkels. Uiteraard kan er niet worden gevoetbald, getennist en gegolfd. Maar ook reizen is strikt verboden, behalve heen en weer naar de kerk. Zelfs het kleinste klusje mag niet.

Bezoekers moeten zorgen voor zaterdagnacht 24.00 uur in hun pension zijn en kunnen niet voor maandagmorgen 00.00 uur vertrekken, omdat de eigenaren van B & B's op zondag niet afrekenen. Er mag evenmin thuis worden gekookt, zodat op zondag de maag moet worden gevuld met een koude prak van de vorige dag.

In een ingezonden brief in de lokale krant Stornoway Gazette doet een offshore-werknemer zijn beklag over wat hij als een absoluut anachronisme ziet. Hij zegt door zijn Nederlandse baas te zijn ontslagen, omdat hij vanwege het ontbreken van openbaar vervoer op zondag niet naar zijn werk kan reizen. De meeste eilandbewoners halen hun schouders op over deze vorm van zelfmedelijden: een paar jaar geleden was het zelfs nog een doodzonde om op zondag aan werken te dénken. Tegenwoordig durven uithuizige studenten van het eiland openlijk te bekennen dat ze op het vasteland wel eens naar het zondagse televisienieuws kijken.

Maryann MacIver van het toeristenbureau laat er echter geen misverstand over bestaan dat Lewis en Harris op zondag gesloten zijn: 'Je kunt geen benzine of kranten krijgen, zorg dat je op zaterdag je tank volgooit en neem een lunchpakketje mee. Misschien kan je ergens iets te eten krijgen, maar reken daar niet te vast op.'

De praktijk in de Britse bible-belt blijkt minder somber dan het geschetste scenario. Bij een nieuw hotel aan de westkant van het eiland kan op zondagmiddag een kop koffie worden gedronken, en zelfs is het mogelijk om te tanken. Maar dit hotel staat dan ook buiten het zicht van de autochtonen, heel dicht bij de belangrijkste toeristische attractie van Lewis: de staande Callanish Stones, Lewis' eigen Stonehenge.

Ook Alex Borthwict heeft liberale geloofsopvattingen. Hij is geboren in Edinburgh en geen lid van een van de vele stromingen van de Free Church, zoals de zwarte-kousenkerk op Lewis en Harris heet. Zijn vrouw Mary kokkerelt zondagavond in de keuken, terwijl hij bedient met een enthousiasme dat ver boven het gemiddelde in de rest van Groot-Brittannië uitsteekt.

Zijn enige andere gasten - een net getrouwd stel uit Preston dat dit verlaten oord heeft uitgekozen als bestemming voor de huwelijksreis - zijn even verheugd over de kwaliteit van de opgediende kip als verrast over de totale rust op het eiland. Ze zeggen vogelaars te zijn, maar ze pretenderen niet er veel verstand van te hebben: 'Als wij een adelaar zien, dan gaan we er maar vanuit dat het geen adelaar is, omdat wij hem hebben gezien', schatert hij. 'We doen het dus vooral voor de wandelingen.'

Na het diner strijken ze neer op een van de banken, nippend aan een glaasje water. Borthwict mag dan een commercieel genie zijn en een broertje dood hebben aan de regels van de Free Church, hij zou het voor geen honderd gulden durven om iemand op zondagavond een glas whisky aan te bieden. Voor Bourgondische uitspattingen is het dubbeleiland Lewis/Harris niet de geëigende locatie. Maar de exploitant van de B & B heeft er geen spijt van zijn riante appartement in Edinburgh te hebben verruild voor een villa op een van de kliffen van dit eiland. Het huis biedt een majestueus uitzicht over een compleet lege oceaan die pas drieduizend kilometer verderop weer land raakt. De golven slaan met grote schuimkoppen stuk op de rotsen.

Het enige scheepvaartverkeer is de dagelijkse veerboot naar North-Uist. Borthwict zegt dat de lokale bevolking voor hem een even groot raadsel vormt als voor elke willekeurige buitenstaander. Als ze zich al niet hebben afgezonderd door hun geloof, dan toch door hun clan: de MacDonalds, de MacLeods of MacIvers. 'Een van mijn buren komt hier elke morgen om tien uur theedrinken, jaar-in, jaar-uit. Vorige week donderdag stond hij echter ineens om negen uur voor de deur. Hij moest naar een begrafenis in het vijf kilometer verderop gelegen dorp Rodel. Ik vond het maar vreemd. Als hier in Leverburgh iemand doodgaat, dan gaat het hele dorp naar de begrafenis. Maar als er in Rodel iemand sterft, dan is niemand daar erg mee bezig. De buurman kende de overledene ook niet; maar ja, het was wel een neef van de achternicht van zijn zwager, een lid van dezelfde clan. Daaruit kunnen ze zich nog steeds niet losmaken.'

De bewoners van de Buiten-Hebriden - een eilandenarchipel die zich over een afstand van ruim tweehonderd kilometer uitstrekt - zijn misschien wel de eigenzinnigste Britten in het land dat van eigenzinnigheid zijn wapenspreuk heeft gemaakt. Ze moeten niet alleen niets van de Engelsen weten, ze hebben ook weinig op met de Schotten. Tussen de verschillende eilanden is het haat en nijd en zelfs onderling op het eigen eiland lopen de spanningen af en toe hoog op.

Zo is er nog steeds verdeeldheid over het besluit om het voor Britten en buitenlanders volkomen onleesbare Gaelic tot enige officiële taal te bombarderen. Hierdoor is bijvoorbeeld het plaatsnaambordje Leverburgh vervangen door An T-ob. Borthwict: 'Het lokale bestuur heeft dat verordonneerd. Maar iedereen noemt het nog Leverburgh. Niemand weet wat An T-ob precies betekent en niemand weet hoe je het precies schrijft. Aan de noordkant staat An T-ob, aan de zuidkant An T-oib en aan de oostkant An T-obi. Zelfs de juiste spelling is blijkbaar een raadsel.'

Zijn vrouw heeft van de nood een deugd gemaakt en op de BBC een televisiecursus Gaelic gevolgd. De boeken en cassettes liggen nog in de kast. Maar toen ze gewapend met haar Gaelic-kennis een dagje het zuidelijk gelegen eiland Uist bezocht, kreeg ze de kous op de kop. Uist-Gaelic bleek een heel andere taal te zijn dan BBC-Gaelic. Engels bracht tenslotte als communicatiemiddel toch nog uitkomst.

Het kunstmatig opgeworpen taalprobleem en het gebrek aan vermaak zijn echter nog maar de kleinste obstakels bij een reis over deze eilandengroep. De Buiten-Hebriden hebben eigenlijk alles tegen om een status als potentieel vakantieparadijs te verwerven: ze zijn moeilijk bereikbaar, peperduur en de kans op slecht weer bedraagt bijna 100 procent. Vliegtickets naar Lewis zijn duurder dan die naar Mallorca, de overtocht per ferry is nog prijziger: met een auto kost het zo'n 100 pond (360 gulden) om Lewis te bereiken.

Daarvoor krijg je vooral mist, regen en wind terug. De eilanden zijn zo vaak in een witte nevel gehuld dat een van de Hebriden (het eiland Skye, letterlijk vertaald: eiland in de wolken) daar zelfs naar is vernoemd. Regen en wind hebben vrij spel, omdat het eiland als gevolg van het barre klimaat voor het grootste deel vlak en zo goed als boomloos is. Op de Butt of Lewis - het uiterste noordpuntje van Lewis - bereikt de wind gemiddeld 378 uur per jaar orkaankracht. Krijsende zeevogels kunnen hier als enige hun evenwicht houden. In het dorp Ness zetten vrouwen bij de kerkgang op zondag de zwarte hoeden vast met een pen.

Lewis is het enige eiland in de wereld dat een speciale op salontafels lijkende bushokjes heeft ontwikkeld die dankzij een ingenieus systeem volledige bescherming bieden tegen weer en wind. Maar zelfs deze beschutting kon de 65-jarige acteur Albert Finney onlangs niet bewegen een filmrol te accepteren, waarvan een deel van de opnames op Lewis zou moeten plaatsvinden.

Een zonnige dag is een herinnering die door iedereen wordt gekoesterd als een kostbare schat, een regenachtige dag is acceptabel omdat het wordt verwacht, zo luidt een gezegde. Minimaal regent het vijf van de zeven dagen. De BBC-weerman haalt zijn boven de eilandengroep getekende zwarte wolkje dan ook maar niet weg; volgens boze eilandbewoners zelfs niet als er wel een keer de zon schijnt. Vandaag - in Londen is het 33 graden Celsius - is zo'n dag, maar de wind is zo hard dat het onaangenaam is om lang buiten te blijven. 'Dit is de tweede mooie dag sinds mei', zegt hospita Davina MacDonald van de B & B in Stornoway, de enige stad op de eilandengroep.

Het mag een wonder heten dat op Lewis al zesduizend jaar mensen wonen. Maar deze mensen zijn eraan gewend dat de natuur veel vraagt en weinig biedt. De bodem is bedekt met een onvruchtbare veenlaag die alleen wordt onderbroken door talrijke meertjes, de beroemde lochs. 'Je zou niet verbaasd zijn als je hier een dinosaurus tegen zou komen', schreef de publicist Nigel Nicolson over het kale Hebriden-landschap.

Op hun eigen stukje grond proberen de keuterboertjes zo goed en slecht als het gaat iets te verbouwen, maar het veel bekritiseerde pachtsysteem is erop gebaseerd dat geen van de pachters met de oogst in het eigen onderhoud kan voorzien. Iedereen is gedwongen daardoor bij te klussen. De black houses (de Schotse variant van de Drentse plaggenhutten) zijn alleen nog een toeristische attractie, maar het keuterboeren noch de huidige dorpen zijn veel veranderd. De huizen staan schots en scheef door elkaar, er wordt nog veelal gestookt op turf en de armoede is onverminderd groot. Het landschap ziet er nog desolater uit doordat de meeste bewoners hun turfvoorraad opslaan in oude verroeste campers en bussen die plompverloren in het land zijn neergezet.

Pogingen van de lokale overheid om deze vorm van horizonvervuiling tegen te gaan, hebben weinig opgeleverd. Een van de boeren die op zaterdag bezig is in een ijzige koude de zware turfplakken op te slaan, schudt zijn gerimpelde hoofd over dit voornemen. 'De overheid wil die bus wel gratis verwijderen, maar zet daarvoor in de plaats geen schuur neer. Waar moet ik de turf dan droog houden?' De bewoners haten iedere inbreuk op hun tradities.

Lord William Leverhulme, de uitvinder van de voorverpakte Sunlight-zeep en een van de oprichters van Unilever, kocht Lewis/Harris in 1919 en wilde het met een ambitieus plan ontwikkelen tot het belangrijkste centrum voor de visserij. Hij liet de haven van Stornoway uitbaggeren, plande nieuwe kades, legde wegen aan, wilde het eiland doorkruisen met spoorverbindingen en ontwikkelde uit het niets Leverburgh. Maar de bewoners moesten niets van de plannen hebben. Ze gaven de voorkeur aan hun eigen armoedige bestaan op de crofts boven economisch welvaren in dienst van een multinational. In 1925 verkocht Lord Leverhulme totaal gedesillusioneerd Lewis/Harris.

De weg van Tolsta naar Ness die Leverhulme had willen aanleggen, loopt na een inmiddels tot Bridge to Nowhere omgedoopte oeververbinding nog altijd dood in ontoegankelijke moors. En Leverburgh heet nu An T-ob. De nieuwe suikeroom heet de EU, wiens vlag bijna elk nieuw project siert. Tussen 1994 en 1999 investeerde Brussel alleen al bijna honderdmiljoen gulden in infrastructurele projecten in de Buiten-Hebriden. Wegen werden verdubbeld, ferryverbindingen gemoderniseerd en bruggen aangelegd, vooral ter meerdere eer en glorie van de mogelijke nieuwe goudmijn: het toerisme. De vraag is of de eilandbewoners van het paradijs voor regen en wind daarvoor wel hun principes overboord willen zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden