Een paradijs op een pakhuiszolder Hendrik Werkman (1882-1945), dromer en meesterdrukker

Hendrik Nicolaas Werkman was de expressionist van het Groninger Hogeland. Vijftig jaar nadat hij door de Duitsers werd gefusilleerd, is in Groningen het Werkmanjaar uitgeroepen....

OP 13 maart 1945 werd Hendrik Nicolaas Werkman gearresteerd en voor verhoor meegenomen naar het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst op de Grote Markt in Groningen. Zijn schilderijen en druksels werden, als mededaders en symbolen van 'bolsjewistische kunst en surrealistische Schweinerei', eveneens kaltgestellt en in beslaggenomen. Op 10 april, 's morgens in alle vroegte, werd hij uit zijn cel gehaald en met negen andere gevangenen als represaille voor de activiteiten van het verzet gefusilleerd aan een bosrand bij Bakkeveen. Een paar dagen later was Groningen door de Canadezen bevrijd.

Ook zijn in beslaggenomen schilderijen en druksels overleefden de bevrijding niet. Bij de gevechten op de Grote Markt werd het SD-hoofdkwartier in brand geschoten: 45 schilderijen en tweehonderd druksels gingen in het geweld mee ten onder. Na de oorlog werd Werkman geëerd als de 'Picasso van de drukpers'. Een van de eerste exposities die Willem Sandberg in 1945 in het Amsterdams Stedelijk Museum organiseerde, was een Werkman-overzicht.

Hendrik Werkman was een bescheiden man. 'Het eenige waarnaar ik altijd heb verlangd en tot het einde toe zal blijven verlangen is te mogen werken naar mijn eigen zin en niet van honger te moeten sterven', schreef hij zijn vriend August Henkels in 1943. Hij was 62 jaar oud toen hij werd omgebracht.

Foto's uit die oorlogsjaren laten een vriendelijke oude heer zien met een zachte, ingetogen blik. Hij was sinds mensenheugenis bestuurslid van de Groningse schildersvereniging De Ploeg, maar voor zijn werk als kunstenaar bestond daarbuiten weinig aandacht. Hij was een handelsdrukker, die 's zondags schilderde. 'In elke zuigeling met zwakke ingewanden wordt de latente kiem gelegd voor een kunstenaar bij de gratie', schreef hij in 1923 in zijn blad The Next Call. Het besef dat hijzelf een kunstenaar was, kwam pas laat en toen de erkenning er was, schrok hij ervan terug.

Werkman exposeerde buiten de tentoonstellingen van De Ploeg nauwelijks. Hij zag er tegenop naar Amsterdam te reizen en het middelpunt van een opening te zijn. Hij ging met zijn schilderijen, hotprints en druksels de markt niet op, maar bewaarde ze in mappen thuis onder de divan. Hij was verlegen met zijn figuur, maar niet met zijn kunst bleek later, toen hij zich over zijn schroom heen wist te zetten.

Sandberg bezocht hem in 1939 voor het eerst en herinnerde zich later: 'Hij was het niet gewoon dat onbekenden hem om der wille van zijn kunst opzochten. Vrienden trouwens ook niet. Er was verwondering in hem, misschien iets van wantrouwen, zoals dat is bij mensen, die er zich bij neergelegd hebben om eenzaam te zijn. Hij sprak eenvoudig, een beetje moeizaam contact zoekend met de bezoeker. Achter die eenvoud voelde je toch een rijk leven. Het duurde even voor hij er toe kon komen zijn werk te laten zien.

'Toen kwamen de kleine en grote portefeuilles met kleurige en zwarte prenten. Mensen in tropische landschappen, vreemde planten, eenvoudige geometrische composities uit zetmateriaal opgebouwd, expressionistisch-dadaïstische gedichten met grote letters eenvoudig op goedkoop papier gedrukt. Een warme nieuwe wereld sprak daaruit.'

Hendrik Werkman was een dromer, die het geluk niet in zijn drukkerswerk kon vinden en het zocht in het paradijs van zijn jeugd en de wereld van zijn fantasie. Het motto dat hij zijn blad The Next Call meegaf - 'Een ril doorklieft het lijf dat vreest de vrijheid van de geest' - moet een bezwering van zijn aarzeling zijn geweest, een aansporing zich los te rukken uit de tredmolen van een dagelijks bestaan. In die jaren schreef hij: 'Einen wirklichen Freund habe ich nie besessen.' Maar toen hij in de oorlogsjaren vriendschap sloot met August Henkels, Ate Zuithoff en Paul Guermonprez was hij er bang voor. Niet bang voor de vriendschap, maar bang om die weer te verliezen.

Hendrik Nicolaas Werkman werd in 1882 in de noordwesthoek van Groningen geboren; een eenzaam en geïsoleerd land, waar de bevolking een kalm leven leidde. Zijn jeugd was volmaakt, tot zijn vader stierf en moeder met de kinderen eerst naar Assen en toen naar Groningen verhuisde. Hij kreeg een baantje op een drukkerij in Sappemeer, werd journalist, keerde als bedrijfsleider bij een drukkerij in Wildervank terug naar zijn oude ambacht en begon na zijn huwelijk met Jansje Cremer een eigen drukkerij in Groningen. In 1917 stierf zijn vrouw, hij bleef achter met drie kleine kinderen. Werkman hertrouwde, maar verloor de belangstelling voor het zakelijk ondernemen, voor zover hij die ooit al had gehad.

In het stille Groningen veranderde de wereld, van buiten drong het expressionisme door. In 1918 werd De Ploeg opgericht. Werkman, die net begonnen was te tekenen en schilderen, werd lid. Hij schilderde 's zondags de lyriek van het Groningse landschap uit zijn jeugd, de Dorpsstraat van Leens bijvoorbeeld. Hij verzorgde vrijwel alle drukwerk van De Ploeg en mengde zich met een manifest in het debat over de keuze tussen een exclusieve schildersvereniging of een sociëteit met kunstlievende notabelen. Hij stond aan de kunstenaarskant. Hij wist hoe moeilijk het was het kunstenaarschap te veroveren.

Met zijn handelsdrukkerij ging het bergafwaarts. Hij moest zijn onderneming verkopen en verhuisde met een klein, uitgekleed drukkerijtje naar de zolder van een pakhuis aan de Lage der A. Hij had het een stuk minder druk en begon in de vrije uurtjes vrije oefeningen met het materiaal uit de letterkast.

Werkman vond op die oude brouwerszolder zijn drukkersparadijs. Daar maakte hij zijn hot prints en druksels, die unieke combinatie van schilder- en drukkerskunst. Onder de hanebalken vond hij zijn wonderlijk mooie kleurtonen, de schemerige stemming van zijn inkten, de sprookjesachtige visioenen van zijn onuitputtelijke drukkersgeest.

Hij speelde op een handpersje met lood, letterblokken en sjablonen. Zijn spel van letters riep eerst dat blad The Next Call tot leven, het periodiekje dat hij zijn vrienden van de Ploeg stuurde. De avantgardist was in hem ontwaakt. Hij ontdekte verspreide lotgenoten in de wereld en ruilde over de post zijn blad tegen andere. Hij heeft ze nooit ontmoet, maar voerde correspondenties met Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, El Lissitsky en Karl Teige. The Next Call had één medewerker, de Groningse architect en schilder Job Hansen, de eerste die hem begreep, de eerste die een schilderij van hem kocht.

Op die pakhuiszolder aan een Groningse kade was er over de post contact met de revolutie, zelf leidde Werkman nog altijd een keurig burgersmansleven dat de nieuwe wereld slechts in de avonduren gelegenheid bood. Hij werkte overdag in zijn drukkerij en experimenteerde in de vrije uren.

Het pakhuis - zijn bezoekers zagen er de kampanje van een oostindiëvaarder in, met boven een kantoor en de drukkerij beneden in de diepte - bood uitzicht op een pittoresk daklandschap. Een van zijn eerste druksels - Schoorstenen - is er op gebaseerd, een compositie gemaakt met de achterkanten van houten afficheletters. In een ander nam hij de schuiten langs de kade tot onderwerp. De eerste, die zijn werk naar waarde schatte, was een van de avantgardisten die hij per post had ontmoet, de Belg Michel Seuphor. Hij haalde Werkmans druksels in 1930 voor een groepstentoonstelling van de avantgarde naar Parijs.

Het hielp Werkman kennelijk zijn reisangst een keer te overwinnen. Hij maakte voor het eerst van zijn leven een grote reis, met de schilder Jan Wiegers als gids, naar Parijs. Hij had moeite met de taal en het eten, maar was wel onder de indruk van de metro. Werkman werd die jaren geplaagd door huwelijks- en relatieproblemen. Hij vluchtte weg in een verlangen dat zelfs nog even werkelijkheid leek te worden.

Hij gaf zijn lidmaatschap van De Ploeg op om te emigreren naar de Stille Zuidzee. Het bleef een wensdroom, hij riep ten slotte zijn eigen Zuidzee-paradijs op z'n oude handpers tot leven. Later, toen hij het middenin de oorlog te kwaad had, werd het paradijs nog eens opgeroepen in zijn druksels Vrouweneiland. 'Een goed toevluchtsoord in deze sombere dagen', zei hij. 'Het ligt ergens in de Stille Oceaan of in Afrika, het is in elk geval een landstreek waar nog nooit een blanke een voet heeft gezet.' Hij drukte, sjabloonde, stempelde en rolde in zijn wonderlijke mengeling van inkttonen een wereld vol dartelende paarden en meisjes onder palmbomen, in een licht waarin Chagall en Gauguin samenkwamen.

In Groningen is 1995 - een halve eeuw na zijn oorlogsdood - uitgeroepen tot Werkmanjaar. Het werd onlangs ingeluid met de uitgave van een postzegel. In het weekeind gaat de tentoonstelling Hendrik Werkman en De Blauwe Schuit open in de synagoge aan de Folkingestraat en wordt het boek Hendrik Werkman en De Blauwe Schuit, herinneringen van een schipper van Ate Zuithoff gepresenteerd (uitgeverij André Swertz in Utrecht).

Volgende week verschijnt bij de Arbeiderspers de herdruk van zijn Brieven. Bij Wolters-Noordhoff komt in mei een selectie uit van zijn drukwerken uit De Blauwe Schuitperiode. Op 29 juni is de première van de Werkman-opera Ontstaan in grote nood en in november volgt in het Groninger Museum een grote retrospectieve tentoonstelling. Er is een initiatief de Werkman-biografie van Hans van Straten (De drukker van het paradijs) opnieuw uit te brengen.

In dat pakhuis aan de Lage der A, tegenwoordig na een verbouwing het 'Werkmanhuis' geheten en bewoond door jongeren, vond hij rond zijn zestigste het ware kunstenaarsgeluk. Het was oorlog. Zijn stemming werd er ernstig door beïnvloed. Zijn brieven getuigen van zorg en angst, maar er ontvouwde zich op die zolder ook iets anders. Zijn grote ontdekking, dat de drukpers en de letterkast zijn palet en ezel waren, had hij al gedaan. Hij vond nu de erkenning, die hem altijd had ontbroken en ontwikkelde zijn werk verder in een meesterdrukkerschap dat nooit meer is geëvenaard.

Hij was in het leven een weinig doortastende, aarzelende en afzijdige man. 'Altijd denk ik, dat ik mijn beste werk nog moet maken. En dat is wat mij tegenhoudt om te zeggen ik ben kunstenaar. Ik heb het gevoel dat ik geen aanspraak mag maken op die naam, omdat er nog meer en beter gedaan moet worden', schreef hij in 1941.

'Maar als ik lees dat Gertrude Stein Parijs introk om haar eigen boeken in de etalages te zien liggen en dan verheerlijkt thuis kwam, laat ik de terughoudendheid ook maar een beetje vieren.' Zijn kunstenaarschap ontwaakte in die oorlogsjaren definitief.

Zijn experimenten leidden hem steeds verder, van eenvoudige typografische fantasieën naar die volmaakte eigenzinnige orkestratie van drukkerstechnieken. Werkmans glorietijd kwam op een onverwacht moment en uit een onverwachte hoek met zijn bezielende deelname aan De Blauwe Schuit. Het was geen verzetsuitgeverij, de lading van de uitgaven lag tussen de regels verborgen. Die hele schuit zou niet meer herinnerd zijn, als Werkman er niet bij had gezeten. Híj maakte de uitgaven onvergetelijk.

Het initiatief was uitgegaan van de predikant August Henkels, de lerares Adri Buning en de chemicus Ate Zuithoff. Ze besloten een rijmprent uit te geven om vrienden te sterken in die moeilijke dagen en kwamen min of meer bij Werkman als drukker uit. De oorlog door volgde een grote reeks uitgaven. De ontmoeting leidde voor Henkels, Zuithoff en Werkman tot vriendschappen voor het leven. Zij ontdekten zijn kunstenaarschap, kochten zijn schilderijen en druksels. Het gaf Werkman het zelfvertrouwen dat hij nodig had.

IN ZIJN herinneringsboek, dat zondag wordt gepresenteerd, haalt Zuifhoff die tijd op aimable wijze op, maar het meest fascinerend is Werkman te volgen in zijn nagelaten Brieven. In die oorlog ontwikkelen zich zijn vriendschappen, die zich weer verdiepen als twee van zijn vrienden als gijzelaar worden geïnterneerd in St Michielsgestel. Zijn zorgen stijgen als drukker door de papierschaarste, tekort aan inkt en de beperkingen van de bezetter.

Het leven wordt steeds moeilijker met de honger en kou in de harde oorlogswinters. Het reizen wordt gevaarlijk en ten slotte onmogelijk door de aanvallen van Spitfires op de treinen. De zorgen monden uit in verdriet (de ontsnapte en in het verzet ondergedoken Guermonprez wordt opgepakt en gefusilleerd). Er is ook de vreugde van de ontdekkingen, die Werkman op zijn zolder bleef doen. Hij leest door De Blauwe Schuit Martin Bubers Chassidische Legenden, waar hij een onvergetelijke reeks druksels bij maakte. Er ging een nieuwe wereld voor hem open, die dicht bij hem lag.

Zijn kunstenaarschap groeit: 'Het drukken biedt mij meer mogelijkheden dan het schilderen, ik kan mij er vrijer en directer in uiten. Of dat komt doordat ik met het materiaal beter vertrouwd ben geworden in de loop der jaren weet ik niet. Wat ik wil, kan ik in elk geval beter zeggen met drukinkt dan met verf.' Op de zolder ontstaan niet alleen die druksels, maar ook het Werkman-universum, de wondere wereld van zijn verbeelding die hij schildert in de droomkleuren van zijn drukkerspalet. Tot hij zo plotseling, twee dagen voor de bevrijding, zelf tot het paradijs geroepen werd.

Op woensdag 11 april 1945 ontdekten arbeiders van de Heidemij in Bakkeveen dat er aan de rand van het bos was gegraven. Ze staken een spa in de grond, stootten op een arm, gooiden de kuil verschrikt weer dicht en waarschuwden de Binnenlandse Strijdkrachten. Op 15 april werden de lichamen opgegraven en geïdentificeerd. Bij Werkman was het niet moeilijk, hij had zijn naam keurig in zijn schoenzool gekrast.

'Maar één ding, broeder Henkels', had hij een paar jaar ervoor geschreven, 'heeft mij altijd in mijn leven vergezeld en dat is de gedachte dat kunst iets goddelijks is. Het zeker weten dat ik in sommige mijner uitingen dicht bij de waarheid ben geweest, heeft mij in mijn later leven als mens mijn eigenwaarde geschonken. Toen ik dat veroverd had, heb ik mij nooit meer ongelukkig kunnen voelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.