Interview Celbioloog Anna Akhmanova

‘Een pakket genen is niets anders dan informatie’

Anna Akhmanova Beeld Jitske Schols

Leven is iets wat zichzelf kan voortplanten en aanpassen, zegt celbioloog Anna Akhmanova tegen Fokke Obbema. Daarin ligt ook de onsterfelijkheid besloten.

‘Eerlijk gezegd verschilt mijn ­levensbeschouwing nu niet ­wezenlijk met die van toen ik 15 was.’ De 51-­jarige Anna Akhmanova constateert het dood­gemoedereerd. Begin jaren tachtig was de inmiddels gelauwerde celbioloog van de Universiteit Utrecht nog een middelbare scholier in de Sovjet-Unie. Leidde ze daar niet een heel ander bestaan dan in Nederland, vanaf haar 24ste?

‘Zo enorm is het verschil in de praktijk niet. Mensen gingen daar ook gewoon naar hun werk’. Meer dan door het politieke systeem werd ze gevormd door haar band met haar grootmoeder, Olga Akhmanova. Die aristocratische vrouw raakte door de Revolutie van 1917 haar ­familiebezit kwijt en verloor tweemaal een echtgenoot. Dankzij haar hoog­leraarschap Engels hield ze zich staande. ‘Mijn werk was mijn redding’, hield ze haar kleinkind voor.

‘Dat is dus precies het omgekeerde van wat nu in Nederland gebruikelijk is. Bij problemen stoot je hier als eerste je werk af’, zegt Akhmanova. Zelf volgt ze het pad van haar oma. Ze let niet op werktijden; 60, 70 uur per week is normaal. Haar levenslange fascinatie: wat is leven? Ze koos voor de celbiologie, met als specialisatie de buisjes en draadjes die het geraamte van de cel vormen, het cytoskelet. Voor haar ­onderzoek ontving ze dit jaar de ­Spinoza-premie, ter waarde van 2,5 miljoen euro. Die wendt ze aan voor meer fundamenteel onderzoek, haar gooi naar ‘onsterfelijkheid’. In haar Utrechtse lab geeft ze leiding aan een twintigtal ­internationale wetenschappers, onder wie Chinezen en ­Indiërs.

Wat is de zin van ons leven?

‘Leven is iets wat zichzelf kan voortplanten, dat definieert het. Het doet zich voor in organismen die bestaan uit cellen. En een cel komt altijd voort uit een andere ­levende cel. Dus de zin van het leven is om het weer voort te zetten. De zin van menselijk leven kan op dezelfde manier worden gedefinieerd, namelijk dat je kinderen krijgt en opvoedt, zodat ze iets van je eigen genoom en je opvattingen voortzetten. In die zin heeft leven een onsterfelijke component, ook al is elk ­organisme sterfelijk. Het unieke van ­leven is dat het zich steeds aanpast aan de omstandig­heden. Daardoor blijft het voortbestaan. Mensen zijn onderdeel van dat leven, net als bacteriën en ­bomen.

Die onsterfelijke component zit voor mij nog op een andere manier in het leven. Ik ben opgegroeid in de Sovjet-Unie, waar onsterfelijkheid een belangrijker aspect was dan in het Westen. Hier draait alles om persoonlijk geluk. Ouders zeggen: ‘Kindje, het maakt niet uit wat je doet, als je maar gelukkig bent.’ In een traditionele Sovjet-opvoeding leerde je dat het mooi en goed was te denken aan zaken die groter zijn dan jezelf. Het belang van onsterfelijkheid was mij nooit vreemd.’

Wat hield onsterfelijkheid dan in?

‘Als Sovjet-kind werd je geconfronteerd met voorbeelden van mensen die tijdens de revolutie of tijdens oorlogen waren gestorven voor ‘volk en vaderland’. Ook kinderen. Zij waren voorbeelden om te bewonderen. Je ­eigen geluk vooropstellen werd gezien als ongepast. Daarentegen leidt je inzetten voor een grotere zaak ­ertoe dat mensen zich jou ook na je dood herinneren. Zo kon je aan je ­eigen onsterfelijkheid bijdragen. Aan je onsterfelijkheid werken was een belangrijk onderdeel van de ideologie. Je inspireerde anderen met je voorbeeld en dat geeft zin aan je bestaan. Dat heb ik sterk meegekregen: doe iets groters dan jezelf en je gezin.’

Maar hoe ziet uw onsterfelijkheid er concreet uit?

‘Voor mijzelf vond ik het passend een ­bijdrage te leveren aan dat grote gebouw van de menselijke kennis. Ik voeg daar een klein steentje aan toe, waarvan ik kan zeggen: dat is van mij. Omdat ik dat steentje in die grote ­toren heb geschoven, maakt mij dat persoonlijk onsterfelijk. Dat vind ik zeer waardevol.’

Heeft die onsterfelijkheid ook nog een religieuze dimensie?

‘Ik respecteer mensen die geloven, maar ik ben opgegroeid in de Sovjet-Unie en heb religie als kind niet van huis uit meegekregen. Ik kom uit een gezin van ­wetenschappers, mijn vader was hoog­leraar natuurkunde en mijn moeder was ook gepromoveerd. Ik heb me wel in religies verdiept, maar het heeft bij mij nooit tot enig geloof geleid. Ik weet waar ze voor staan en zie ze allemaal redelijk dicht bij elkaar staan. Zelf geloven kan ik niet. Ik bekijk het leven heel biologisch.’

U was als kind al gefascineerd door de vraag wat leven is. Waar kwam dat vandaan?

‘Eerlijk gezegd weet ik dat niet precies. Ik was vaak ziek, niet ernstig, maar ik vond het in principe niet prettig naar school te gaan. Dus ik was snel verkouden en zat thuis boeken te lezen over exotische landen en hun natuur. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt, ik droomde ervan die ooit te mogen zien. In de zomer werkte ik bij onze datsja (Russisch huisje op het platteland, red.) graag in de moestuin. Ik was altijd geïnteresseerd in planten. Die liefde voor de ­natuur had ik sterker dan mijn familieleden. Toen ik wat ouder werd, wilde ik begrijpen hoe leven in ­elkaar zit. Ik was ervan overtuigd dat ik bioloog wilde worden. Literatuur vond ik ook leuk, maar iets wat door mensen is gemaakt vond ik toch minder interessant dan vragen als: hoe kan iets ­levend zijn en waar bestaat leven uit?’

Wat is leven?

‘Het is een samenspel van moleculen. Wat ik nu probeer te begrijpen, is hoe die samen een levende cel maken. Ik kijk hoe ze samenwerken en hoe ze uit zichzelf bepaalde structuren opbouwen om een cel te laten delen of bewegen. Voor mij staat dit los van zoiets menselijks als ­zingeving. Op moleculair niveau ga je de zin van het leven niet ontrafelen.’

Is het een wonder dat er zoiets als leven bestaat?

‘Het is in ieder geval een bijzonder ­natuurverschijnsel hier op aarde, al ­weten we niet of het ergens anders ook is. Ik ben onder de indruk van ­leven, maar ik zie daarin geen bewijs voor een opperwezen. Voor de grote vragen heb ik een materialistische filosofie als uitgangspunt: elke uiting van de geest is een bepaalde werking van de materie. Daar zit niet nog iets anders achter.’

Geldt dat ook voor de liefde, of je verdiepen in zingeving?

‘Zoeken naar de zin van het leven is wat dat betreft complexer dan liefde. Want die komt voort uit onze behoefte aan voortplanting. Liefde valt heel goed met scheikundige principes uit te leggen, met het contact ­maken van bepaalde ­zenuwcellen. Je ziet het ook duidelijk in het dierenrijk terug, stelletjes dieren die heel erg aan elkaar gehecht zijn en ongelukkig worden wanneer de ander doodgaat. Nadenken over de menselijke geest ligt ingewikkelder, maar ook dat valt te verklaren na bestudering van zenuw­cellen en neurale netwerken.’

Kunt u zich vinden in deze zin van het leven: het doorgeven van je ­genenpakket aan de volgende ­generatie?

‘Ja, dat klopt wel aardig, althans voor ­leven op aarde. Want daar heb je het met het genenpakket natuurlijk over. Je zou ook nog iets kunnen uitzoomen en het over de overdracht van ­informatie kunnen hebben, met als doel een vergelijkbare structuur te maken. Want een ­genenpakket is uiteindelijk niets anders dan een pakket informatie.’

Maar wordt leven in die definitie niet te veel gereduceerd tot iets puur functioneels – leven is toch ook betekenis geven?

‘Nou, veel levensvormen geven helemaal geen betekenis, denk maar aan bacteriën. Het is iets heel menselijks om betekenis te willen geven. Dat is ook bijzonder en leuk aan mensen, maar het is niet essentieel voor leven. Bacteriën denken niet diep over de zin van hun leven na. Zo zie ik ze in ­ieder geval niet.’

Is nadenken wel essentieel voor de mens?

‘Ik zie betekenis geven als een aanpassing van het organisme mens om ­succesvol te kunnen zijn. Elk organisme heeft twee capaciteiten: het doorgeven van informatie en het vermogen zich aan de omgeving aan te passen. De informatie is niet in beton gegoten, maar kan veranderen en dit kan tot aanpassingen leiden. De menselijke aanpassing is dat hij heel goed zijn omgeving kan analyseren en veranderen, daardoor zijn we als soort zo succesvol en hebben we de aarde zo aan onszelf aangepast. Zo zitten wij nu in een gebouw dat ons beschermt tegen de zon – het is een van de vele kleine voorbeeld die je kunt bedenken. Nadenken over de zin van het leven is een uiting van ons analytisch vermogen.’

Maar hoe belangrijk is het nadenken erover?

‘Je kunt ongetwijfeld genoeg mensen vinden die zich daar nooit in verdiepen. Dus waarschijnlijk is het voor een individu niet essentieel. Maar voor de mensheid als geheel is het wel iets belangrijks, omdat het helpt onszelf te begrijpen. Aan dat begrip werk ik ook door menselijke cellen te bestuderen. Langs die weg kunnen we ook leren begrijpen wie we zelf zijn.’

Geeft dat zin aan uw leven?

‘Absoluut. Ik zie dat als een deel van de maatschappelijke taak van de wetenschap. Want het kan voor anderen betekenisvol zijn, wanneer de wetenschap licht werpt op wie wij zijn. Lesgeven en studenten opleiden valt voor mij ook onder die maatschappelijke taak. Dat is niet alleen overdracht van kennis, maar vooral ook ­leren hoe je kennis kunt verkrijgen, leren na te denken.’

Hoe verhoudt die zingeving zich tot die biologische zin van het ­leven, het doorgeven van een ­genenpakket?

‘Het is allebei waar. Gebaseerd op het feit dat ik een mens ben, is die eerste vorm van zingeving heel belangrijk. Zo blijf ik niet alleen via mijn dochter, maar ook via mijn studenten voort­bestaan. Sommige wijsheden van mijn oma leven in mij voort en geef ik ook weer door aan mijn studenten. Onsterfelijk is een groot woord, maar de voortzetting is erg belangrijk. Na je overlijden blijft er iets bestaan. Misschien niet voor honderden jaren, maar wel enige tijd.’

Hoe kijkt u aan tegen de dood?

‘Ik probeer daar helemaal niet tegen aan te kijken, haha. De fysieke dood is gewoon fysieke dood, dan ben ik er niet meer. Tot die tijd moet ik er het beste van maken. Niet alleen op al die zinvolle manieren, maar ook door plezier in het leven te hebben. Ik vind het geen enkel probleem twee weken vakantie op te nemen. Nee, langer vind ik niet effectief, dan kost het te veel energie om het werk weer op te starten. Je moet vooral iedere dag doen waar je zin in hebt.’

Lees meer interviews uit de serie ‘De zin van het leven’

‘Als ik radicaal vanuit liefde zou leven, zou mijn hele leven er anders uitzien.’ Claartje Kruijff, ongelovig opgevoed, is predikant. In de zinloosheid van het bestaan, gelooft zij niet.

‘Ik wil leven zonder ambitie en zonder gezeik over van alles.’ Het is schrijver A.L.Snijders gegeven om met weinig woorden veel te zeggen. Een gesprek over zijn liefde voor het onbenullige.

‘De zin van het leven is leren, ontdekken, het ervaren van empathie en liefde’. Zijn levenswerk raakte altijd al aan de grens met de dood, maar sinds kort weet Jan Mokkenstorm van 113, platform voor zelfmoord-preventie, dat hij spoedig sterft

‘Aan het einde is er geen oké-sticker’Filosoof Sanneke de Haan kan niks met de vraag: wat is de zin van het bestaan? Maar hoe valt het leven volgens haar dan te duiden?

Reageren?

Wilt u reageren of uw eigen verhaal delen? Mail dan naar zinvanhetleven@volkskrant.nl. Uw reactie wordt niet gepubliceerd, maar doorgestuurd naar Fokke Obbema ter inspiratie van zijn serie over de zin van het leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.