EEN PAARS EUROPA

WAT zouden George Marshall en zijn president, Harry Truman, er zelf van gevonden hebben? Van dat een tikje stijve verjaardagsfeestje in de Ridderzaal?...

Harry Truman heeft, vermoed ik, zeker één kanttekening. Uit zijn memoires herinner ik me levendig de brieven waarin hij zijn politieke besluiten in huis-, tuin- en keukentaal uitlegde aan zijn moeder en zuster: 'Lieve Mama en Mary'. Een groot staatsman wellicht, maar ook een kneuterige puritein. Dus dat gescharrel van Bill Clinton met Paula Jones bevalt hem vast niet.

Verder waren de heren waarschijlijk dik tevreden. Over het eerbetoon aan hun oude herstelplan voor Europa, natuurlijk. En over het glimpje visie dat de huidige leiders van Amerika en West-Europa (dat is Wim Kok nog een week of wat) zowaar tentoonspreidden. Want Clinton en Kok gaven in Den Haag een - nog al te - bescheiden aanzetje om het herstelwerk dat indertijd halverwege is blijven steken alsnog te voltooien.

Halverwege Europa. Tussen 1947 en 1950 sloot het ijzeren gordijn zich hermetisch. Dat kwam niet door het Marshall-plan of de kwade genius van de markteconomie, maar was het gevolg van de politieke ambities en paranoïde waandenkbeelden van Jozef Stalin.

In 1989 ging de Muur open; de in de beleving van de tijdgenoten voor eeuwig vastgelegde tweedeling van Europa was voorbij. Desondanks zijn Warschau en Londen, Boekarest en Parijs, Praag en Amsterdam nog altijd worlds apart. Het kost moeite om eraan te wennen dat Europa in principe een geheel is.

De politieke kloof binnen Europa is voor een deel overbrugd; andere verschillen treden des te nadrukkelijker op de voorgrond. Culturele, religieuze en etnische verschillen, die altijd zullen blijven (en die Europa afwisselend en interessant maken). En ook een enorm onderscheid in rijkdom, dat al lang bestaat, maar sinds het einde van de Koude Oorlog verder is gegroeid.

De Midden- en Oosteuropese regeringen zijn - de een iets eerder dan de ander - met grote voortvarendheid begonnen om hun economieën op westerse leest te schoeien. Ze introduceren de principes van de markt, oriënteren zich qua handel op West-Europa en vooral spannen ze zich in om de invloed van de staat terug te dringen.

Dat moet ook, want onder het communisme ontwikkelde de staat zich tot een allesbeheersende poliep, die elke vorm van persoonlijk initiatief in de kiem smoorde. Bij al dat slopen en opnieuw - maar anders - opbouwen, valt het niet mee om het gewenste evenwicht in het oog te houden. Zeker niet als de financiën ook nog eens krap zijn. Met als gevolg dat bij het kappen van het vele dorre hout ook menige zinvolle staatstaak is gesneuveld. Met de gezondheidszorg, het milieu en de sociale zekerheid staat het er bijna overal in het voormalige Oostblok nogal droevig voor; de meeste burgers zijn een stuk armer geworden.

In West-Europa heerst sterk het idee dat wat in het oosten van het continent gebeurt hier geen invloed heeft. Ik betwijfel of dat waar is. In elk geval had ook hier de afgelopen jaren een op het terugdringen van staatsinvloed gerichte liberale economische doctrine vrijwel het alleenvertoningsrecht. De vrije markt, privatisering, het afslanken van de publieke sector en zuinige overheidsfinanciën geraakten in groot aanzien als onbetwistbare voorwaarden voor een zich moderniserende samenleving.

Ik zou dat niet willen afdoen als een liberale utopie of een onzinnig modeverschijnsel. De hernieuwde aandacht voor concurrentievermogen, het saneren van verouderde industrieën en flexibiliteit op de arbeidsmarkt werpen in economisch opzicht vruchten af. Daarvoor hoef je alleen maar naar het Nederlandse poldermodel te kijken en Nederland (qua economische bloei en werkgelegenheid) te vergelijken met Frankrijk of Duitsland.

Maar ook hier is het een kwestie van evenwicht. Het aardige aan het poldermodel is juist dat het niet helemaal in liberale richting is doorgeschoten. Het is paars: een sociaal-liberaal compromis.

Ook Tony Blair, de veroveraar van Engeland, heeft iets paarsigs. En wil de nieuwe Franse cohabitation van links met een gaullist niet op één grote confrontatie uitlopen, dan zal ook die paarse trekken moeten krijgen. Links zal dan niet kunnen teruggrijpen op verouderde recepten (laat de staat voor alles zorgen en vooral voor werkgelegenheid). Maar absolute prioriteit voor sluitende begrotingen, inflatiebestrijding en privatisering, dat is ook niet het recept voor een moderne, open samenleving met kansen en bestaanszekerheid voor iedereen.

Misschien klinkt dit allemaal veel te technisch, hoogdravend en abstract. Wat ik wil zeggen is dat West-Europa vanaf de Marshall-tijd terecht trots is geweest op een unieke combinatie van vrijheid en sociale rechtvaardigheid. Die balans is vrijwel overal verstoord (in Nederland nog het minst, een beetje rond de WAO-sanering). De linkse overwinningen in Engeland en Frankrijk vormen een reactie op het doorschieten in liberale richting.

Misschien geven ze de stoot voor het opnieuw uitvinden van de sociale markteconomie. Want daaraan is dringend behoefte. In héél Europa, dit keer, graag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden